recht
Module 1 – Internationaal Publiekrecht
Hoofdstuk 1, 2, 5 en 13 geïntegreerd
Hoofdstuk 1 – begrip en aard van het internationaal
publiekrecht
1. Definitie
Internationaal publiekrecht:
Regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap
Kent bevoegdheden toe aan staten en internationale organisaties
Begrenst die bevoegdheden
Het vormt een juridisch kader waarbinnen staten en andere actoren hun
bevoegdheden mogen uitoefenen en bepaalt wanneer die uitoefening rechtmatig
of onrechtmatig is. Het ziet primair op betrekkingen tussen staten en andere
publieke entiteiten en beschermt zowel individuele als gemeenschappelijke
belangen.
Drie elementen van internationaal publiekrecht
Internationaal
Formele scheiding tussen nationale en internationale rechtsorde
Eigen internationale rechtsbronnen
Regels ontstaan niet binnen één staat, maar tussen staten
Publiek
Regulering van de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap
Gericht op bescherming van publieke belangen (veiligheid, milieu,
mensenrechten)
Recht
Onderscheid tussen juridische en niet-juridische normen
Positivisme: alleen regels uit erkende rechtsbronnen gelden als recht
Schending van een norm kan leiden tot juridische gevolgen zoals
aansprakelijkheid
2. Vier fundamentele kenmerken
Organisatievormen van de internationale rechtsorde
,De internationale rechtsorde kent drie organisatievormen:
1. Co-existentie
Beschermt de soevereiniteit van staten binnen hun grondgebied en het
vreedzaam naast elkaar bestaan van onafhankelijke staten. Staten onthouden
zich van inmenging in elkaars interne aangelegenheden.
2. Samenwerking
Staten werken actief samen om gemeenschappelijke belangen te realiseren,
bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, klimaat en economie.
3. Integratie
Staten dragen bevoegdheden over aan internationale organisaties. Deze
organisaties kunnen in bepaalde gevallen zelfstandig regels vaststellen die
doorwerken binnen staten (bijvoorbeeld de EU).
1. Het is recht
Internationaal recht bestaat uit juridische normen die voortkomen uit erkende
rechtsbronnen. Schending kan leiden tot:
Internationale aansprakelijkheid
Diplomatieke tegenmaatregelen
Procedures bij internationale tribunalen
Toepassing door nationale rechters
Er bestaat geen centraal handhavingsmechanisme zoals in nationale rechtsordes.
Handhaving vindt grotendeels gedecentraliseerd plaats door staten zelf en door
internationale organisaties. Staten leven het recht na omdat:
Zij hun reputatie willen behouden
Wederkerigheid een rol speelt
Zij internationaal recht als bindend beschouwen
2. Heterogene internationale gemeenschap
De internationale gemeenschap bestaat uit staten met uiteenlopende politieke
systemen, belangen en ideologieën. Internationaal recht is daarom vaak het
resultaat van compromissen en bevat soms open normen en vage formuleringen.
3. Verbrokkelde rechtsorde
De internationale rechtsorde wordt gekenmerkt door:
Geen centraal wetgevend orgaan
Geen centrale uitvoerende macht
Geen algemeen afdwingbare rechter
,Daarnaast is de rechtsorde gefragmenteerd: verschillende deelgebieden, zoals
mensenrechten, handel en milieu, hebben hun eigen regels en instituties. Dit kan
leiden tot overlap en conflicten tussen regels.
Kenmerkend is ook:
Afhankelijkheid van staten
Fragmentarische toepassing
Beperkte centralisatie
4. Wisselwerking met nationaal recht
Internationaal recht beïnvloedt nationale rechtsordes en omgekeerd. Beide
rechtsordes zijn formeel gescheiden, maar in de praktijk sterk verweven.
Nationaal recht bepaalt of en hoe internationaal recht wordt toegepast binnen de
staat.
In Nederland is deze wisselwerking sterk door:
Automatische geldigheid
Rechtstreekse werking
Voorrang
Soevereiniteit en toestemming
Internationaal recht is gebaseerd op:
Soevereine gelijkheid van staten: alle staten zijn juridisch gelijk en
onafhankelijk
Toestemming van staten: staten zijn in beginsel alleen gebonden
aan regels waarmee zij hebben ingestemd
Uitzonderingen hierop zijn:
A. Gewoonterecht (Customary Law) Dit zijn ongeschreven regels die ontstaan
uit het gedrag van staten. Er zijn twee eisen:
Algemene praktijk: Staten gedragen zich consequent en over een
langere periode op een bepaalde manier.
Opinio juris: Staten doen dit omdat zij ervan overtuigd zijn dat dit
juridisch verplicht is.
Waarom bijzonder? Een staat kan hieraan gebonden zijn, zelfs zonder
een verdrag te hebben getekend.
B. Jus Cogens (Dwingend recht) Dit zijn de hoogste normen (superregels)
waarvan staten onder geen enkele omstandigheid mogen afwijken.
Kern: Deze regels zijn universeel en gelden altijd en voor iedereen.
Voorbeelden: Het verbod op genocide (volkerenmoord), agressie en
foltering.
, Voorrang: Bij een conflict met andere regels heeft jus cogens altijd
voorrang.
Monisme en dualisme
Dualisme
Internationaal en nationaal recht zijn gescheiden rechtsordes. Internationaal
recht werkt alleen door na omzetting in nationaal recht.
Monisme
Internationaal en nationaal recht vormen één rechtsorde. Internationaal recht kan
rechtstreeks gelden binnen de nationale rechtsorde.
Nederland wordt beschouwd als een gematigd monistisch stelsel.
3. Historische ontwikkeling
Westfaalse systeem
De Vrede van Westfalen (1648) wordt gezien als het beginpunt van het moderne
internationaal recht. Het leidde tot een systeem van soevereine en gelijke staten
zonder hoger gezag.
Het internationaal recht had aanvankelijk een eurocentrisch karakter, maar
breidde zich later uit naar de rest van de wereld.
Na 1945
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een meer mondiale rechtsorde met de
oprichting van de Verenigde Naties.
Belangrijke ontwikkelingen:
Zelfbeschikkingsrecht
Dekolonisatie
Groei van internationale samenwerking
4. Soevereiniteit en het Lotus-principe
Case of the S.S. Lotus
Het Hof stelde:
Staten zijn vrij om te handelen tenzij er een verbod bestaat in het
internationaal recht
Binnen hun eigen grondgebied hebben staten ruime bevoegdheid
Dit betekent dat internationaal recht primair bestaat uit beperkingen van
staatsmacht en niet uit algemene bevoegdheden.