Welke congenitale afwijkingen aan het skelet zijn er?
Congenitale heupdysplasie
Congenitale heupdysplasie ➔ DHO, de aanleg van de heupkom niet
optimaal, hierdoor past de heupkop niet goed in de heupkom.
Heupluxatie ➔ heup is uit de kom, doordat heupkom niet goed is
aangelegd.
Pathofysiologie
Een heupdysplasie ontstaat wanneer het heupgewricht niet voldoende
ontwikkeld is. Normaal gesproken ligt het dijbeen met de heupkop in het
komvormige gedeelte van de bekken, de heupkom. Dit samen wordt het
heupgewricht genoemd en zorgt voor de beweeglijkheid van het been ten
opzichte van de bekken. Wanneer de heupkom niet voldoende ontwikkeld
is en nog te plat is, is er niet echt sprake van een kom. Daardoor kan de
heupkop van het dijbeen niet goed aansluiten op de kom. Wanneer dit niet
behandeld wordt, ontstaan er later afwijkingen aan de stand van het been.
Het is goed te behandelen. Alleen in zeer ernstige gevallen kan het
voorkomen dat de kom zo plat is, dat de heupkom helemaal niet aansluit
op de kom. Dit komt gelukkig heel weinig voor. Dysplastische
heupontwikkeling (DHO) is multifactorieel erfelijk. Dit betekent dat foutjes
in een gen, samen met omgevingsfactoren ervoor zorgen dat iemand
dysplastische heupontwikkeling kan krijgen.
Incidentie
Ongeveer 20 op de 1000 kinderen wordt met heupdysplasie geboren.
Heupluxatie komt voor bij 1 op de 1000 kinderen. Meisjes hebben vaker
problemen met het heupgewricht dan jongens.
Risicofactoren
* Erfelijkheid
* Stuitligging
* Weinig ruimte in utero (primi, gemelli, oligohydramnion)
* Vrouwelijk geslacht
* Andere erfelijke aandoeningen (klompvoetjes, open rug, liesbreuk)
Symptomen
* Asymptomatisch
Neonaat:
* Asymmetrische bilplooi
* Beenlengteverschil
* Instabiliteit van heup
* Positieve test van Ortolani, Barlow en Galeazzi
,Zuigeling (3 maanden):
* Abductiebeperking (ledemaat niet van lichaam af kunnen bewegen)
Na 1 jaar:
* Mank lopen
* Trekken met been
* Beenlengteverschil
* Abductiebeperking
Na 1 jaar bij dubbelzijdige luxaties:
* Waggel loopje
* Erg holle onderrug
* Verbreed perineum
Diagnostiek
- Screening 4 weken bij consultatiebureau
- Lichamelijk onderzoek
- Echo
- Röntgenfoto
- CT, angiografie en MRI
Complicaties
- Pijnklachten
- Functiebeperking
- Artrose
Behandeling
- Spreidbroek
- Operatie
- Expectatief tot 3 maanden (in 3 maanden kan een heupdysplasie spontaan genezen)
Prognose
De prognose is goed, indien de behandeling voor het 1e jaar is gestart. Bij kinderen die zijn behandeld in verband met
heupdysplasie is er een kans van ongeveer 5% dat er op tienerleeftijd opnieuw heupdysplasie ontstaat. Bij kinderen die
zijn behandeld in verband met heupluxatie is deze kans groter, zo’n 20%.
Beleid
Voor volledige stroomschema zie:
Https://richtlijnendatabase.nl/gerelateerdedocumenten/f/21862/Stroomschema%20DDH.pdf
,