De Ontdekking van de Samenleving I: De Individualistische Variant
Sociologie — Inleiding
Overzicht en Kernvraag
De centrale vraag van dit hoofdstuk: hoe bouwt de mens het 'sociale'? Twee fundamenteel
verschillende varianten worden onderscheiden:
Is het sociale het resultaat van het opgetelde handelen van het rationele individu
(individualistische variant)? Of maken het individu en de samenleving elkaar wederzijds
(collectivistische variant)?
Dit hoofdstuk behandelt de individualistische variant. Het sociale is contingent (had anders
kunnen zijn) maar niet arbitrair (willekeurig).
Case: Is Gaan Stemmen 'Verstandig'?
Het hoofdstuk opent met de vraag of stemrecht voor 16-jarigen wenselijk is. In 2018 vroeg
het JeugdOnderzoeksPlatform een representatieve groep jongeren (14-25 jaar) of stemmen
op 16 een goed idee was:
• 53,3% zei resoluut nee
• 44,4% vond het een goed idee op voorwaarde dat het om stemrecht ging
• Amper 2% vond dat 16-jarigen ook zouden moeten gaan stemmen bij opkomstplicht
De discussie raakt aan een fundamentele vraag: is individueel stemgedrag rationeel? Elk
individu heeft nauwelijks invloed op het resultaat, maar het collectieve effect is groot. Dit is
een typisch voorbeeld van de spanning tussen individuele en collectieve rationaliteit.
, 3.1 De Voorgeschiedenis: Verlichting en Tegen-
Verlichting
Om de twee sociologische visies te begrijpen, is het nodig eerst de voorgeschiedenis te
kennen. Twee grote stromingen zijn bepalend:
3.1.1 De Verlichting en het Utilitarisme
De Verlichting (17e-18e eeuw) legde de basis voor de individualistische benadering.
Belangrijke denkers: Voltaire (1694-1778), Condorcet (1743-1794), Goethe (1749-1832).
Er was veel variatie in denken, maaar toch enkele gemeenschappelijke kenmerken die het
referentiekader vormen voor het ontstaan van de sociologie. Gemeenschappelijke
kenmerken van het verlichtingsdenken:
• Veel aandacht voor het individu
• Gemeenschappelijke menselijke natuur
• Rede en rationaliteit als onderdeel van de menselijke natuur
• Variatie in gedrag is te wijten aan traditie en bijgeloof
• Op basis van de rede moeten instellingen worden ontworpen
• Groot toekomstoptimisme
Het utilitarisme (Hume, Mill) paste deze ideeën toe. De kernstelling:
NUT = PLEZIER – PIJN. De mens is een nutsmaximaliserend wezen dat de rede gebruikt
om plezier te maximaliseren en pijn te minimaliseren.
David Hume formuleerde het zo: “Vraag iemand waarom hij aan sport doet, en hij zal
antwoorden omdat hij gezond wil blijven; vraag je hem waarom hij gezond wil blijven, dan zal
hij zeggen omdat ziekte pijnlijk is. Pijn vermijden is een ultiem doel.”
Stuart Mill (1806-1873): handelen is juist als het bijdraagt tot geluk voor zoveel mogelijk
mensen (Greatest Happiness Principle). Het utilitarisme had grote invloed op de economie
én de sociologie.
3.1.2 De Verankerde Mens: Tegen-Verlichting
Als reactie op het verlichtingsdenken groeide in de 19e eeuw de aandacht voor de
omstandigheden waaronder mensen leven. Twee kritieken:
• Filosofische kritiek: het utilitaristisch mensbeeld klopt niet
• Empirische kritiek: waarnemingen lieten een andere realiteit zien
Pioniers van de empirische sociologie:
• Frédéric Le Play (1806-1882): bestudeerde 300 arbeidersgezinnen in Europa, eerste
internationaal budgetonderzoek, Les Ouvriers Européens (1855)
• Adolphe Quetelet (1796-1874): paste statistiek toe op sociale fenomenen,
ontwikkelde het concept ‘L’homme Moyenne’ (gemiddelde mens), eerste volkstelling,
basis voor de latere BMI (Quetelet-index)