(300.vchr)
Socrates “Het begin van alle wijsheid Socratisch gesprek, ware werkelijkheid overstijgt ons, weten
is het besef dat we niks met als doel gelijk krijgen. Lichaam is de kerker van de ziel.
weten.” Na de dood, zal de ziel het lichaam verlaten en gaat de
ideeënwereld open.
Plato Zekere kennis is onmogelijk, tegen de sofisten (menen met als
doel gelijk krijgen), waarheid in de ideeënwereld, het proces
van het herinneren, ideeën overstijgen het gekende object en
het kennende subject.
Aristoteles Empirisch aan het werk, observatie levert kennis op
(accidenten en substantie), echte kennis gaat over de vorm
van substanties, ethiek van het juiste midden (gelukkig
leven), van ervaring naar kennis.
Middeleeuw
en (500-
1500 n.)
Augustinus “God is de oorsprong van Ontdekking van de wil, goddelijk licht, god moet de deugden
de ware kennis.” schenken, filosofen verduidelijken de theologen.
Thomas Ware werkelijkheid ligt in het subject, christelijke ideeën en
Aquino Aristoteles, intellectuele deugden en theologale deugden.
Moderne
Tijd (1500-
1945)
Descartes; “Ik denk dus ik ben.” Alle kennis ligt bij de rede, in het verstand zijn aangeboren
Renaissance. ideeën, kennis wordt vanuit de rede opgebouwd. rationalisme
kan niet alles doorgronden.
Hume; Ervaring is de bron van kennis, maar causaliteit gaat verder
Renaissance. dan ervaringen.
Kant; Vrijheid noodzakelijk voor opvoeding, rede en verstand
verlichting. centraal, uittreden van de zelf aangeleerde onmondigheid,
impressies en menselijk kenvermogen,
Rousseau Verlichting/romantiek, natuurlijke opvoeding, terughoudende
opvoeder.
Hedendaag
se Tijd
(1945-nu)
Satre Mensen hebben vrijheid om keuzes te maken, existentie,
authenticiteit, vrijheid en betrouwbaarheid. Spanning tussen
vrijheid en verantwoordelijkheid.
Foucault Vrijheid is een illusie, subtiele macht, structuralisme,
verdwijning achter masker van gewenst gedrag, zelfzorg en
levenskunst.
Freud “De mens is geen meester Fundamentele scheuring, het Es, het Über-Ich en het Ich,
in eigen huis.” verschuiving en verdringing.
Lacan Het imaginaire, het symbolische, het reële, autonomie en
bewustzijn zijn illusies.
Levinas “Verantwoordelijkheid komt De zin van het leven is het er voor anderen zijn, de mens is
voor vrijheid.” onvoorwaardelijk gastvrij.
Zizek “Een ‘ander’ kan in onze Ontlenen wie zijn aan een ander, identiteit in de
plaats onze meest fantasiewereld en werkelijkheid, sociale beperkingen.
spontante gevoelens en
intieme ervaringen over
nemen en eigen maken.”
Ricoeur Mens niet autonoom, ook niet vastgelegd door systemen,
notie van narratieve identiteit, reflectie.
,Filosofie Voor Pedagogen
, OUDHEID
“Ware werkelijkheid vinden in stabiele, universele en kenbare principes”.
1. SOCRATES
- Er is nooit een antwoord (er blijft scherpe kritiek)
- Filosoof want: het vanzelfsprekende wordt bevraagd en de waarheid
doet ertoe.
- Via socratisch gesprek inzicht werven door zelf na te denken
Intense zoektocht naar de waarheid waarmee de zelfkennis wordt
vergroot en de mens zelfstandig leert denken.
- Grond overtuiging: inzicht doet handelen.
Zijn uitspraak: ´Het begin van alle wijsheid is het besef dat we niets
weten’.
2. PLATO
- Was onder de indruk van Socrates.
- Zijn werk was in de vorm van dialogen, maar wat zijn de woorden
van de personages en wat zijn de woorden van Plato zelf? -> er kan
onderscheid gemaakt worden door te kijken naar vroege dialogen
(gaande over ethiek) en latere dialogen (over kentheorie en
kosmologie).
- Kiest de kant van Parmenides:
Plato was een leerling van Heraclitus; die zij dat alles verandert
en alles vergankelijk is;
Zekere kennis is dus onmogelijk, want dat moet gaan over dat
wat niet verandert.
Parmenides zegt dat de zintuigelijke waarneembare werkelijkheid
inderdaad veranderlijk is, maar daarachter is een echte
werkelijkheid die ondeelbaar is en onveranderlijk.
Plato en de sofisten
- Sofisten waren rondtrekkende leraren; ze leerden hoe andere
mensen een betoog konden opzetten om andere te overtuigen.
- Plato moest hier niks van weten: zij konden namelijk leugens
verkopen als waarheid.
- Protagoras: “de mens is de maat van alle dingen”. Hoe slimmer je
het presenteert hoe meer mensen het geloven.
- Gorgias: “het woord is een machtig heerser”. Plato verteld dat
Gorgias vindt dat de mening het hoogst mogelijke kennisniveau is
met als doel gelijk krijgen.
- Socrates zelf: weten als hoogst mogelijke kennisniveau met als doel
gelijk krijgen.
Twee opvattingen over de Bildung: