1
Gedragswetenschap = Wetenschap van gedrag en mentaal functioneren.
Denken, voelen en handelen (cognitie, affect, gedrag).
Hoe komt gedrag tot stand? - Hoe autonoom is gedrag van het individu?
1. Individu – samenleving (agency – structure)
2. Biologie – omgeving (nature – Samenhang
nurture/ voorgeprogrammeerd – niet voorgeprogrammeerd)
Inzicht in het menselijk handelen vereist inzicht in menselijke aard. De basale kenmerken en
processen van het menselijk organisme.
Mensbeelden (= een schema over hoe wij denken dat iets in elkaar zit.);
- Filosofische, levensbeschouwelijke of religieuze overtuigingen. Worden gevormd door
de ideeën die we hebben en wat wij waarnemen.
- Sociaalwetenschappelijke theorieën en onderzoeksbevindingen
Mensbeelden worden gevormd door en vormen onze observaties. Een samenspel van
perceptie en ervaring Schemata – gestructureerde informatie en sturende denkpatronen
Cognitieve schema’s
Cognitief raamwerk (denkkader) - Organisatie van kennis
Expertise opbouwen is het ontwikkelen van schema’s om informatie te plaatsen in
betekenisvolle patronen.
Biologisch-adaptieve mensbeeld;
1. Evolutionair perspectief – kenmerken en eigenschappen die wezens hebben hangen
samen met de genen en zijn erfelijk. Niet alle kenmerken/ eigenschappen kunnen worden
overgedragen.
Evolutie is ook terug te zien in het brein:
,Sommige onderwerpen binnen het evolutionaire perspectief zijn erg controversieel. Zoals
bijvoorbeeld seksuele partnerselectie.
2. Adaptieve vermogens – je kunnen aanpassen.
3. Samenspel natuur-cultuur
Erfelijkheid en omgeving
Sommige fysieke kenmerken zijn erfelijk. Hoe zit dat met psychologische kenmerken?
- Nature-nurture debat
Wat is de rol van aangeboren en aangeleerde factoren in gedrag? Persoonlijkheid,
cognitieve vermogens, agressie, criminaliteit, seksualiteit, psychopathologie,
gezondheid, etc.
Waarom is dit belangrijk?
Validiteit van uiteenlopende basale mensbeelden Aanpak van individuele en sociale
problematiek.
Wat is erfelijkheid, wat is omgeving?
- Erfelijkheid
Overdracht van informatie tussen generaties via genen 46 chromosomen, 30,000
genen, 3 miljard bouwstenen
- Omgeving/milieu
Postnataal: Opvoeding, omstandigheden (bijv. stimulatie, warmte) Sociaal-structureel
(bijv. netwerken, verbanden) Cultureel (bijv. normen, waarden, opvattingen)
Prenataal: Hormonen, chemische stoffen (bijv. alcohol, stress).
Samenspel erfelijkheid en omgeving
Erfelijkheid is predispositie (aanleg) en niet onvermijdelijkheid.
- Genetische aanleg komt tot uiting via de omgeving
Expressie van genetische verschillen Bijv: alcoholisme, antisociaal gedrag
- Omgevingsinvloed hangt af van de genetische aanleg
Aanknopingspunt invloed omgeving Bijv: taal leren, artistiek talent
Invloed van omgeving op genen
- Verandering in erfelijk materiaal door genetische schade Invloed van UV-straling,
radioactiviteit, chemische stoffen
- Verandering in aansturing genen, niet in erfelijk materiaal Invloed van dieet,
levensstijl en chronische stress
- Epi genetica – verandering in fenotype (expressie), niet genotype Veranderingen in
genetische aansturing kunnen erfelijk zijn. Processen hoe de genen tot uiting komen
in ons psychologisch handelen.
, College 2
Behaviorisme (leertheorie) = gedrag van mens en dier
Behavioristisch perspectief (leer theoretisch perspectief) = al het gedrag is gebaseerd op
ervaring/ leeromstandigheden
Alleen observeerbare processen kunnen bestudeerd worden
Imprinting/ inprenting = fase-gevoelig leren waarbij specifieke leeftijd/ stadium verband
heeft met hoe je dingen overneemt. Er zijn dus grenzen aan het leerproces die te maken
hebben met biologische processen.
Vormen van leren:
- Leren door associaties -> Ervaringen
- Klassiek conditioneren -> Respondent conditioneren, stimulus-respons associatie
nieuwe stimulus, bestaande responsen (Ivan Pavlov)
- Operant conditioneren -> Instrumenteel leren, gedrag-consequenties leren,
belonen/bestraffen spontaan gedrag, gedrag dat bewust is
- Sociaal leren -> Observationeel leren, gedrag-consequenties associaties, observeren
van uitkomsten anderen -> Rol van sociale voorbeelden Imiteren van gedrag anderen
- Instrumenteel leren -> leren op basis van consequenties -> Wet van effect van
Thorndike, waarbij gedrag dat positieve consequenties heeft neemt de frequentie toe
en gedrag met negatieve consequenties heeft neemt de frequentie af.
Ivan Pavlov; ontdekker klassiek conditioneren
Gedrag van honden en de reacties en spijsvertering van honden. Als je voer combineert met
een andere stimulus.