INLEIDING
WIE BEN IK?
ONDERWIJS
- Inleiding bedrijfskunde en management (HW)
- Inleiding management (BK)
- Strategisch management (diverse opl.)
ONDERZOEK
- Strategische planningsprocessen in lokale besturen
- Betrokkenheid lokale mandatarissen bij strategische planning
- Communicatie van strategische doelen
- Biases in besluitvorming door publieke actors
VRAAG 1: KERNTAKEN MANAGER ?
- Plannen
- Organiseren / Coördineren
o Structuur ontwikkelen om die planning te realiseren
o Meer technische kant
- Commanding / Leidinggeven
o Binnen die structuur mensen motiveren
- Controleren / Opvolgen
o Bijsturen, in engels: to control → beheren, opvolgen,
bijsturen
Taken van managers moeilijker omdat ze al die complexe taken door elkaar moeten doen
VRAAG 2: WAAROM IS MANAGEMENT ZO MOEILIJK ?
- Heel veel complexe taken door elkaar
- Heel jonge domein
- Eerste organisaties ontstaan eind 1800, dus dan meer en meer behoefte aan management om
die grote organisaties aan te sturen dus bestaat nog maar 150 jaar
- Omgeving veranderd ook constant dus dan moet je ook management en leiderschapsstijlen
aanpassen
Als organisaties voortdurend veranderen moet management ook voortdurend veranderen
Als organisaties voortdurend veranderen moet management ook voortdurend veranderen
1
, Als organisaties voortdurend veranderen moet
management ook voortdurend veranderen
Het is geen wiskunde of exacte wetenschap, er zijn
verschillende manieren om organisaties aan te sturen
Wat werkt in ene organisaties niet in andere, ook
rekening houden met factoren die daar impact op
hebben
Ook vaak de reden dat managers falen als ze verhuizen van ene naar andere organisatie, in ene setting
aansturen werkt niet altijd perfect in andere setting
➔ Trainer die van ene voetbalploeg naar andere gaat kan helemaal fout lopen omdat er andere
stijl van training geven is
De situatie en context bepaalt wat de optimale manier is
van management geven
WAAROM IS MANAGEMENT ZO COMPLEX ?
Bij 3 → organisch, veel controle, taken zijn verdeeld
- Vb.: Reis organiseren met vrienden, heel organisch
- Direct supervisie, niet veel leiding nodig
Bij 5 → direct 10 onderlinge relaties = complexer
Bij 8 → 28 individuele relaties
- 8 is niet perse veel maar het wordt al complexer, het is praktisch al moeilijk met 8 personen
afspreken
➔ Moeilijkheden voor 8 hotels voorschieten dus financiële systemen ontwikkelen, je moet
controleren wie wel of niet gestort heeft
- Van die 8 zijn er ook veel meer verschillende meningen, ook andere processen zoals coalities die
strategie proberen te veranderen
➔ Ingrijpen als iemand voorschot niet betaald bij een reis
2
,Sustainable development goals → publieke organisaties
streven naar één of meerdere van deze doelstellingen
People processing → redelijk eenvoudige processen, vrij klassieke technologie etc.
People changing → complexer → groot deel van takenpakket
▪ Bij publiek bv. Politie die boete uitdeelt, willen klanten zelf niet
1. FOCUS
INLEIDING MANAGEMENT
- Het vak Inleiding Management is vanzelfsprekend een inleidend vak.
- Studenten maken kennis met de belangrijkste managementconcepten, met de basistheorieën
en met de soorten management.
- Dat gebeurt vooral door de hoorcolleges.
- Daarnaast krijgen de studenten ook drie opdrachten om een korte paper te schrijven.
- We werken een aantal managementthema’s verder uit op basis van wetenschappelijke artikels
en persberichtgeving.
- Management is een metawetenschap die teruggaat naar een aantal basiswetenschappen zoals
de sociologie en de psychologie.
o Binnen management gebruik je theorie vanuit psychologie voor managers
o Motivatietheorie gebruiken we in management om hoe managers te motiveren komt uit
psychologie
- Vandaar ook dat het vak ‘inleiding management’ aansluit bij het vak Mens & Samenleving.
Onvermijdelijk zullen deze vakken hier en daar overlappen maar telkens met de eigen
invalshoek en klemtonen.
3
, 2. DOEL
KERNCOMPETENTIES
De student:
1) Bezit kennis over de verschillende managementtheorieën en het managementproces en de cruciale
concepten die daarin aan bod komen.
2) Heeft inzicht in de linken tussen de managementtheorieën en het managementproces en de linken
tussen de onderdelen van het managementproces.
3) Kan inzichten over managementtheorieën en het managementproces toepassen op concrete
voorbeelden uit de bestuurskunde
ALGEMENE COMPETENTIES:
1) Het vermogen tot oordeelsvorming: De student ontwikkelt een zienswijze op management op basis
van een correcte conceptualisering.
2) Denk- en redeneervaardigheid: de student is in staat de geziene
leerinhoud toe te passen op concrete cases.
3. PRAKTISCH
3.1 HOORCOLLEGE
3.2 ZELFSTANDIG WERK
Opdrachten
Selecteer één (1) publieke, nonprofit/social profit
organisatie die je zal verkennen en analyseren aan de hand
van 3 opdrachten:
1) Ontwikkel een paspoort voor je organisatie.
2) Analyseer de organisatiestructuur van je organisatie.
3) Evalueer de leidinggevende van je organisatie.
Rapportering opdrachten
- Gebruik voor elke opdracht het sjabloon dat op Ufora staat.
- De lengte van elke opdracht bedraagt 2 pagina’s (1 recto verso).
2 p. zonder referenties!
Referenties zijn extra.
4
,Opdrachten: keuze organisatie
Welke organisatie kies je ? → publiek / social profit /non profit
- Transparant
- Aanspreekbaar
- Uitgebreide website
Voorbeelden: vakbond, mutualiteit, overheidsbedrijf, politieke partij, school, ziekenhuis, ministerie, vzw…
Kwaliteitseisen opdrachten
- Gebruik sjabloon van Ufora
- Gestructureerde en onderbouwde antwoorden.
- Link met de literatuur en vakjargon → referenties
- Onderbouwen = verdiepen in de literatuur.
- Essentie doelgericht weergeven.
- Doorlopende tekst
Beoordeling opdrachten
Deadline opdrachten
Online indienen op 8/05/2026 → concrete instructies worden tijdig op Ufora gepost
5
, 3.3 WERKCOLLEGE
Feedbacksessies voor de opdrachten
(Vrijwillige) feedbacksessie om vragen i.v.m. de opdrachten te behandelen: enkel gerichte vragen!
- 31/03/2026 – 8 u. 30 tot 11 u. 30
- 21/04/2026 – 8 u. 30 tot 11 u. 30
3.4 HANDBOEK
3.5 LESOPNAMES
In de Paasvakantie deel 1 en in de inhaalweek deel 2
4. EXAMEN
TE KENNEN LEERSTOF
- Behandelde hoofdstukken handboek (zie planning).
o Hoofdstukken volledig te kennen!
- Slides van de hoorcolleges.
De volgende onderdelen van het handboek zijn geen leerstof:
- Voorbeeld
- Extra info
- Gespecialiseerde vakken en vakgebieden
TIP: studeer de vragen na elk hoofdstuk
6
,HOOFDSTUK 1: ORGANISATIES: ESSENTIE EN KENMERKEN
WAT ZIJN KERNTAKEN MANAGER ?
Alle takenpakket zijn gericht om organisatie te maximaliseren
Management = Proberen nagaan waarom sommige organisaties
succesvoller zijn dan andere → advies geven hoe organisatie
efficiënter en succesvoller te maken =
MANAGEN =
1. Aansturen van een groep van mensen;
2. om doelen te realiseren;
3. door het efficiënt en effectief configureren van organisatorische middelen
Assessment 1: Hoe gemotiveerd ben je om te managen ?
6 dimensies
- Attitude t.o.v. autoritaire figuren;
- Competitiviteit;
- Assertiviteit;
- Machtsfocus;
- Wens om een prominente rol te spelen;
- Bereidheid om administratieve taken te doen.
Beperkingen: Leeftijd test, beknopte versie, updates.
1. WAT IS EEN ORGANISATIE ?
Veel types organisaties (formeel/informeel, illegaal/legaal,…)
Voorbeeld: Hells Angels
1. Waarom bestaan de Hells Angels ?
o Hells angels ook groep mensen waar je zelfde vragen aan kan stellen dan andere
organisaties
2. Kan iedereen lid worden van de Hells Angels ?
o Meeste organisatie hebben ook soort formeel lidmaatschap
3. Hoe herken je een Hells Angel ?
o Vroeger mensen herkenbaarder in organisaties, nu totaal veranderd (vb.: politie
uniforms)
7
, 4. Wie is de baas van de Hells Angels ?
o Hiërarchische structuur
➔ Verschil tussen een gewone vriendengroep en organisatie
EEN ORGANISATIE IS …
- Een geheel of eenheid van mensen,
- die op een bewuste manier bij elkaar zijn gebracht,
- om (een) specifiek gemeenschappelijk doel(en) te verwezenlijken.
DE DRIE BASISKENMERKEN VAN ORGANISATIES:
1. Het is een groep van mensen;
2. het is opgebouwd rondom één of meerdere
gemeenschappelijke doelen;
3. het is een bewust gecoördineerde eenheid en bevat
op deze wijze een doelgerichte structuur.
Kenmerken van organisaties (hier van Hells
Angels)
Ze streven bepaalde doelen na
Hiërarchische lijn → telkens verantwoording doen
aan die boven je
→ ook afwijkingen: staf personen
Binnen organisatie zo’n organogram
Verdelen van taken obv gebieden → geografische structuur
Landen waar ze actief zijn → internationaal ook leiders die het aansturen
Overal vind je zo’n hiërarchische structuur terug die mensen in organisatie aansturen om de
organisatiedoelen te bereiken
- vb.: universitair ziekenhuis Gent
8