ONLINE COMMUNICATIE
Neuromarketing = onderzoek naar hoe het brein reageert op communicatie.
Je gebruikt het om websites en content te verbeteren.
Wat je moet weten:
Het brein reageert op emotie, kleuren, beelden, eenvoud.
Neuromarketing helpt bij CTA’s, lay-out, teksten, vertrouwen.
Doel: meer aandacht, minder twijfels, hogere conversie.
KPI = meetbaar doel. voorbeelden: klikken, verkopen, inschrijvingen, tijd op
pagina.
Je meet KPI’s → verzamelt data → zet in dashboard.
ABC helpt bij het analyseren van gedrag:
A – Audience (wie is je doelgroep?)
B – Behavior (welk gedrag wil je van ze?)
C – Content (welke content zet dat gedrag in gang?)
Je moet weten dat je hiermee KPI’s kunt combineren om inzichten duidelijker te
maken.
Flywheel = een model voor lange-termijnrelatie op social
media.
1. Attract → aandacht trekken
2. Engage → interactie stimuleren
3. Delight → doelgroep blij maken zodat ze
terugkomen
Doel: loyale community opbouwen.
Social listening = luisteren naar wat mensen online over je merk zeggen.
Social influencing = gedrag beïnvloeden via ideeën, trends, influencers.
Social selling = via relaties en vertrouwen verkopen (niet pushen).
E-mailcampagne opzetten = Wat een goede e-
mail moet hebben:
Relevante inhoud
Duidelijke CTA
Goede onderwerpregel
Gebruik van personalisatie (naam,
voorkeuren)
Segmentatie (juiste doelgroep)
Effecten meten: open rate, click rate, conversie
E-mailmarketing relaties opbouwen, sales verhogen, informatie delen.
duidelijk, scanbaar en persoonlijk moeten zijn. segmenteren nodig is voor
hoge relevantie.
SEO = je website beter vindbaar maken in Google.
Techniek → snelheid, structuur, mobielvriendelijkheid
Content → goede teksten, zoekwoorden, relevante informatie
Autoriteit → links van andere websites (backlinks)
SEA = adverteren via Google (search ads, display, shopping, remarketing).
, Aankoopfunnel = de stappen van interesse → aankoop.
1. Awareness (bereik)
2. Consideration (overwegen / vergelijken)
3. Conversion (kopen)
4. Care (loyaliteit)
Influencermarketing= reclame via mensen die veel invloed hebben op een
specifieke doelgroep.
Soorten influencers → nano (1k-10k), micro (10k-50k), macro (50k-500k),
celebrity (500k+)
Keuze hangt af van: doelgroep, budget, kanaal, boodschap.
Stappen campagne:
5. influencer kiezen
6. briefing
7. content laten maken
8. publiceren
9. resultaten meten
Online branding = bouwen aan een herkenbare online identiteit van een merk.
(tone of voice, huisstijl (kleur, typografie, stijl), consistente content, merkwaarden
duidelijk communiceren.)
CONCEPT, COVY EN DESIGN
Copywriting = teksten schrijven die duidelijk, aantrekkelijk en overtuigend zijn
voor een doelgroep.
Schrijfproces:
Oriënteren – doel, doelgroep en boodschap bepalen
Schrijven – ruwe tekst maken
Herschrijven – structuur verbeteren, fouten eruit halen
Eindredactie – check op stijl, tone of voice, spelling
Headline = trekt aandacht
Visual = ondersteunt de boodschap
Dit samen een oogopslag duidelijk wat bedoeld wordt
Goede tekst = begrijpelijk, logisch opgebouwd, passend bij de doelgroep, actief
geschreven.
Gestaltwetten = regels die uitleggen hoe mensen visuele informatie
automatisch ordenen.
Nabijheid = elementen die dicht bij elkaar staan, horen visueel bij elkaar.
Gelijkheid = elementen die op elkaar lijken (kleur, vorm, grootte) worden
als groep gezien.
Continuïteit = ons oog volgt automatisch vloeiende lijnen of patronen.
Aansluiting / Closure = we vullen ontbrekende stukken zelf aan (denk
aan logo’s die niet compleet zijn).
Herhaling = herhaalde vormen of kleuren creëren ritme en duidelijkheid.
Semiotiek = Hoe mensen beelden, symbolen en woorden interpreteren.
Iconisch teken = lijkt op wat het betekent. Foto van een hond is een hond.
Indexicaal teken = directe relatie met wat het betekent. Rook er is vuur.
Symbolisch teken = betekenis berust op afspraak / cultuur. Duim omhoog
= goedkeuring