College XIII – Verdieping voorarrest
Inverzekeringstelling (art 57-59 Sv)
- Mag alleen bij een feit waarvoor vh is toegelaten (art. 58 lid 1 Sv)
- Er moet een rechtmatigheidstoets door de RC plaatsvinden (art. 59a Sv), omdat het erg
ingrijpend is
Elke rechtbank heeft kabinet RC
- Rechters zijn RC, oftewel onderzoeksrechter
- RC neemt niet deel aan de ttz (art 268 lid 2 Sv)
- RC waakt tegen nodeloze vertraging van het opsporingsonderzoek (art. 180 lid 1 Sv)
- Kan op vorderinf van OM of verzoek van verdachte getuigen en verdachten horen (art 181-
182 Sv)
- Verleent het bevel tot bewaring (art. 63 Sv)
Bewaring
- Door de RC
Gevangenhouding
- Na bewaring
- Door de rechtbank, besloten in raadkamer Voorlopige hechtenis
Gevangenneming
- Ook door de rechtbank, besloten in raadkamer
- Na aanvang van het ottz
Wanneer mag vh?
I. Feit waarvoor vh mogelijk is: ‘geval’ (art. 67 lid 1 Sv)
a. Misdrijf waarop gev.straf van 4 jaar of meer is gesteld
b. Specifiek genoemde misdrijven in lid b en c
c. In lid 2 staat een afwijking tav verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats
II. Ernstige bezwaren (art. 67 lid 3 Sv)
a. Meer dan redelijk vermoeden van schuld (meer dan art. 27 Sv)
b. ‘Stevige verdenking’
c. Niet in algemene zin te zeggen wanneer sprake van is
d. Hangt af van de omstandigheden van het geval
e. Rechter weegt betrouwbaarheid belastend materiaal en de processuele opstelling
van de verdachte
III. Grond voor vh (art. 67a lid 1 en 2)
a. Vluchtgevaar
b. Gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid
Huis van Bewaring
- Art. 9 penitentiaire beginselenwet (Pbw)
o Lid 2: heterogene groep, allerlei verschillende mensen
o Lid 1: onderscheid met gevangenis
o Praktijk: veel overeenkomsten met de gevangenis
o Maar ook verschillen, met name in mogelijkheden, dagprogramma en arbeid