Kutsar, D., Beilmann, M., & Nahkur, O. (2024).
Kwetsbaarheid is universeel, maar bepaalde groepen (kinderen) zijn extra kwetsbaar. Sommigen
zijn kwetsbaarder dan anderen. Wat betekent kinderlijke kwetsbaarheid, en hoe verhoudt die
zich tot veerkracht? In plaats van kwetsbaarheid enkel als ‘zwakte’ te zien, positioneert Nahkur
kwetsbaarheid als ‘het risico op schade aan het welzijn van een kind, in relatie tot aanwezige
veerkracht.’
Hij neemt hierin mee:
- Het ecologisch model van Bronfenbrenner
- Het sociaal-ecologisch model van veerkracht (Ungar et al., 2013).
Probleemstelling: beperkingen van traditionele risicobenaderingen
Traditioneel wordt kwetsbaarheid gekoppeld aan risico’s, gevaar en tekorten. Dit heeft drie
problemen:
- Te veel focus op risicovermijding → beperkt ontwikkelingskansen
- Kwetsbaarheid wordt gelijkgesteld aan zwakte → kinderen worden object van zorg in plaats
van actief in hun leven
- Negeren van veerkracht en beschermende factoren.
Kinderlijke kwetsbaarheid
Kwetsbaarheid = de verhoogde kans op schade aan het welzijn van het kind. Hierbij is
kwetsbaarheid niet hetzelfde als schade. Risico moet leiden tot een negatieve uitkomst om
schadelijk te zijn.
Kwetsbaarheid wordt gemeten via
- Het functioneren van het kind
- De subjectieve beleving van het kind
- Objectieve levensomstandigheden
- Risico- en beschermende factoren
Objectieve vs subjectieve kwetsbaarheid
- Objectieve kwetsbaarheid betreffen concrete omstandigheden, zoals armoede,
onveiligheid, geweld en gezinsproblemen.
- Subjectieve kwetsbaarheid betreft hoe het kind deze objectieve kwetsbaarheid ervaart.
Interne en externe bronnen van kwetsbaarheid
Kwetsbaarheid kan voorkomen uit
- Interne (individuele) factoren: gezondheid, emotieregulatie, cognitieve vaardigheden,
persoonlijkheid en coping
- Externe (omgeving) factoren: verdeeld volgens Bronfenbrenner in:
o Microsysteem: gezin, school, vrienden (directe omgeving). Deze beïnvloedt het kind het
sterkste. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld drugsgebruik van ouders of slecht
opvoederschap.
o Mesosysteem: interacties tussen microsystemen, zoals interactie tussen gezin en
school.
o Exosysteem: gemeenschap, werk van ouders. Toegang tot het zorgstelsel valt hier ook
onder. Deze beïnvloedt het kind vooral indirect via het microsysteem.
o Macrosysteem: maatschappelijke structuren, beleid en cultuur
Veerkracht