ORIËNTEREN OP NATUUR
HOOFDSTUK 1: EVOLUTIE
1. Ontstaan heelal:
Big bang (Oerknal) => 13,7 miljard jaar geleden
Ontstaan aarde => 4,5 miljard jaar geleden
Ontstaan leven => 3,5 miljard jaar geleden
George Lemaître (Belgische wetenschapper)
- Studie van de beweging van de sterrenstelsels
- Berekening van afgelegde weg van sterrenstelsels in het verleden
- Ontdekking: alle materie in het heelal afkomstig uit 1 punt
* toen nog geen sterren maar energie
James Webb telescoop => krachtigste telescoop in ons heelal: missie = eerste licht vastleggen
2. Ontstaan aarde:
- 4,6 miljard jaar geleden: uit een gas- en stofwolk, door zwaartekracht --> een hete en vloeibare
planeet
- Zware elementen zoals ijzer en nikkel (kern), lichtere elementen boven drijven (korst)
- Sommige lagen nog steeds vloeibaar
- Schilvormige opbouw
- Watermassa: afkomstig uit condensatie van H2O in de atmosfeer + ijskometen
- Grote bombardementen: ook andere elementen kwamen op aarde terecht
- 1e atmosfeer: zonder O2
3. Ontstaan leven op Aarde:
- Vraag: kenmerken “leven”
Vroeger was er een oersoep rond vulkanen. Een hete mix van water en koolstof, waterstof,
stikstof, zwavel… => eerste primitieve cellen ontstonden hier = protocellen
- Experiment van Urey- Miller! (oersoep nabootsen)
=> een kolf de bestanddelen die vroeger op aarde aanwezig waren (water, NH3, CH4, H2) +
elektriciteit
=> Miller zag dat daaruit bouwstenen voor het leven gevormd werden (die zichzelf konden
kopiëren)
4. Evolutie leven op Aarde:
Protocel: soort voorloper van een cel
Prokaryoten: cel zonder kern (DNA zweeft vrij in cel)
Heterotroof: haalt energie uit voeding (bv. dier)
Autotroof: maken zelf energierijke stoffen aan (bv. een plant)
Eukaryoten: cel met kern en andere onderdelen
,Autotrofe cellen maakten hun eigen suikers, maar ook eigen ‘afval’ namelijk zuurstofgas
De koloniën van cellen groeien uit tot eerste meercellige organismen.
=> de tijd dat deze ontwikkeling gebeurt noemen ze precambrium
4.1 Geologische tijdschaal
• Cambrium: enorme toename aan verschillende soorten!
• Fossielen: resten en sporen van planten en dieren, bewaard in gesteente (niet steeds
‘versteende’ organismen)
• Massa- extincties uitsterven van soorten (groepen)
=> tot nu toe kende de aarde vijf periodes van massa-extinctie
,4.2 Darwin
Verhaal Beagle: Darwin mee op reis als metgezel voor de kapitein
Conclusie Darwin: verschillende vinken met een aanpassing aan hun voeding en dus uit 1
voorouder ontstaan
=> Daarna heeft hij ‘On the Origin of Species’ geschreven.
5 kernideeën ‘On the Origin of Species’:
1) De aarde is niet geschapen maar verandert voortdurend, net zoals de organismen op Aarde
2) Alle organismen bezitten gemeenschappelijke voorouders. Uiteindelijk stammen we
allemaal af van de eerst gevormde cellen.
3) Uit éénzelfde vooroudersoort kunnen verschillende nieuwe soorten ontstaan.
4) De veranderingen die soorten ondergaan zijn klein en subtiel. Stapsgewijze ontwikkelen
zich nieuwe soorten.
5) Natuurlijke selectie is de motor achter deze veranderingen
a. Organismen van eenzelfde soort verschillen een klein beetje van elkaar. Dit heet
variatie
b. Er worden meer nakomelingen geboren dan nodig zijn om de soort in stand te
houden
c. Niet alle nakomelingen overleven. Zo is er bijvoorbeeld concurrentie voor voedsel.
De individuen die deze concurrentie overleven, kunnen zich voortplanten en hun
genen doorgeven aan nakomelingen. Dit is struggle for life
Verloop van EVOLUTIE:
* natuurlijke selectie:
- in een populatie is er steeds variatie (o.a. door mutaties, maar ook ei-/zaadcelvorming)
- > 2 nakomelingen
- niet alle nakomelingen overleven; onderlinge strijd (struggle for life) voor vb. voedsel
* survival of the fittest => correct: aangepaste individuen leven lang genoeg om
‘nakomelingen’ te produceren.
Lamarck
De giraffen moesten hun nek de hele tijd uitstrekken om aan de blaadjes van die hoge boom te
kunnen, zo ontstonden giraffen met een lange nek. De verworven eigenschappen zijn niet erfelijk.
Het is niet van nakomeling op nakomeling, maar over meerdere generaties.
vb. als iemand veel fitnest komen die kinderen ook der niet uit met dikke spierballen
=> Corrigeren Darwin:
Giraffen met lange nekken konden beter aan het eten dat hoger hangt. De giraffen met kortere
nekken sterven uit. Degene met een lange nek bleven daar en zorgden nieuwe generaties.
Oorzaak kleine veranderingen?
* mutaties, celdelingen (zoals eicelvorming, zaadcelvorming)
Opgelet: een gemeenschappelijke voorouder =/= afkomstig van …
( wat de kwade reacties verklaart zoals in de spotprenten)
, Darwin, Watson & Crick => Watson & Crick (dubbele helix structuur DNA)
Darwin: evolutieleer
Mendel: erfelijkheid
SAMEN: de moderne syntheses (= moderne evolutietheorie)
4.3 Creationisme en Intelligent Design
Creationisme: de overtuiging dat een opperwezen (een god dus) al het leven heeft ontworpen
=> vandaag: “intelligent design” (ID)(een moderne vorm van creationisme)
Intelligent design zegt dat ‘een god’ complexe structuren zoals DNA heeft gemaakt en dat het dan
zo verder kon evolueren.
Archaeropteryx => fossielen gevonden: het is een overgangsvorm tussen dino’s en vogels
HOOFDSTUK 2: DE CEL
(--> = vormen samen)
Cellen --> weefsel --> orgaan --> orgaanstelsel --> organisme
Cellen = kleinste levende eenheden van een organisme.
Weefsel = cellen die samenwerken met (ongeveer) dezelfde bouw en functie
Orgaan = verschillende weefsels die samen 1 functie verzorgen vb. maag: spierweefsel,
klierweefsel
Orgaanstelsel = verschillende organen die samen 1 functie verzorgen vb. verteringstelsel =>
HOOFDSTUK 1: EVOLUTIE
1. Ontstaan heelal:
Big bang (Oerknal) => 13,7 miljard jaar geleden
Ontstaan aarde => 4,5 miljard jaar geleden
Ontstaan leven => 3,5 miljard jaar geleden
George Lemaître (Belgische wetenschapper)
- Studie van de beweging van de sterrenstelsels
- Berekening van afgelegde weg van sterrenstelsels in het verleden
- Ontdekking: alle materie in het heelal afkomstig uit 1 punt
* toen nog geen sterren maar energie
James Webb telescoop => krachtigste telescoop in ons heelal: missie = eerste licht vastleggen
2. Ontstaan aarde:
- 4,6 miljard jaar geleden: uit een gas- en stofwolk, door zwaartekracht --> een hete en vloeibare
planeet
- Zware elementen zoals ijzer en nikkel (kern), lichtere elementen boven drijven (korst)
- Sommige lagen nog steeds vloeibaar
- Schilvormige opbouw
- Watermassa: afkomstig uit condensatie van H2O in de atmosfeer + ijskometen
- Grote bombardementen: ook andere elementen kwamen op aarde terecht
- 1e atmosfeer: zonder O2
3. Ontstaan leven op Aarde:
- Vraag: kenmerken “leven”
Vroeger was er een oersoep rond vulkanen. Een hete mix van water en koolstof, waterstof,
stikstof, zwavel… => eerste primitieve cellen ontstonden hier = protocellen
- Experiment van Urey- Miller! (oersoep nabootsen)
=> een kolf de bestanddelen die vroeger op aarde aanwezig waren (water, NH3, CH4, H2) +
elektriciteit
=> Miller zag dat daaruit bouwstenen voor het leven gevormd werden (die zichzelf konden
kopiëren)
4. Evolutie leven op Aarde:
Protocel: soort voorloper van een cel
Prokaryoten: cel zonder kern (DNA zweeft vrij in cel)
Heterotroof: haalt energie uit voeding (bv. dier)
Autotroof: maken zelf energierijke stoffen aan (bv. een plant)
Eukaryoten: cel met kern en andere onderdelen
,Autotrofe cellen maakten hun eigen suikers, maar ook eigen ‘afval’ namelijk zuurstofgas
De koloniën van cellen groeien uit tot eerste meercellige organismen.
=> de tijd dat deze ontwikkeling gebeurt noemen ze precambrium
4.1 Geologische tijdschaal
• Cambrium: enorme toename aan verschillende soorten!
• Fossielen: resten en sporen van planten en dieren, bewaard in gesteente (niet steeds
‘versteende’ organismen)
• Massa- extincties uitsterven van soorten (groepen)
=> tot nu toe kende de aarde vijf periodes van massa-extinctie
,4.2 Darwin
Verhaal Beagle: Darwin mee op reis als metgezel voor de kapitein
Conclusie Darwin: verschillende vinken met een aanpassing aan hun voeding en dus uit 1
voorouder ontstaan
=> Daarna heeft hij ‘On the Origin of Species’ geschreven.
5 kernideeën ‘On the Origin of Species’:
1) De aarde is niet geschapen maar verandert voortdurend, net zoals de organismen op Aarde
2) Alle organismen bezitten gemeenschappelijke voorouders. Uiteindelijk stammen we
allemaal af van de eerst gevormde cellen.
3) Uit éénzelfde vooroudersoort kunnen verschillende nieuwe soorten ontstaan.
4) De veranderingen die soorten ondergaan zijn klein en subtiel. Stapsgewijze ontwikkelen
zich nieuwe soorten.
5) Natuurlijke selectie is de motor achter deze veranderingen
a. Organismen van eenzelfde soort verschillen een klein beetje van elkaar. Dit heet
variatie
b. Er worden meer nakomelingen geboren dan nodig zijn om de soort in stand te
houden
c. Niet alle nakomelingen overleven. Zo is er bijvoorbeeld concurrentie voor voedsel.
De individuen die deze concurrentie overleven, kunnen zich voortplanten en hun
genen doorgeven aan nakomelingen. Dit is struggle for life
Verloop van EVOLUTIE:
* natuurlijke selectie:
- in een populatie is er steeds variatie (o.a. door mutaties, maar ook ei-/zaadcelvorming)
- > 2 nakomelingen
- niet alle nakomelingen overleven; onderlinge strijd (struggle for life) voor vb. voedsel
* survival of the fittest => correct: aangepaste individuen leven lang genoeg om
‘nakomelingen’ te produceren.
Lamarck
De giraffen moesten hun nek de hele tijd uitstrekken om aan de blaadjes van die hoge boom te
kunnen, zo ontstonden giraffen met een lange nek. De verworven eigenschappen zijn niet erfelijk.
Het is niet van nakomeling op nakomeling, maar over meerdere generaties.
vb. als iemand veel fitnest komen die kinderen ook der niet uit met dikke spierballen
=> Corrigeren Darwin:
Giraffen met lange nekken konden beter aan het eten dat hoger hangt. De giraffen met kortere
nekken sterven uit. Degene met een lange nek bleven daar en zorgden nieuwe generaties.
Oorzaak kleine veranderingen?
* mutaties, celdelingen (zoals eicelvorming, zaadcelvorming)
Opgelet: een gemeenschappelijke voorouder =/= afkomstig van …
( wat de kwade reacties verklaart zoals in de spotprenten)
, Darwin, Watson & Crick => Watson & Crick (dubbele helix structuur DNA)
Darwin: evolutieleer
Mendel: erfelijkheid
SAMEN: de moderne syntheses (= moderne evolutietheorie)
4.3 Creationisme en Intelligent Design
Creationisme: de overtuiging dat een opperwezen (een god dus) al het leven heeft ontworpen
=> vandaag: “intelligent design” (ID)(een moderne vorm van creationisme)
Intelligent design zegt dat ‘een god’ complexe structuren zoals DNA heeft gemaakt en dat het dan
zo verder kon evolueren.
Archaeropteryx => fossielen gevonden: het is een overgangsvorm tussen dino’s en vogels
HOOFDSTUK 2: DE CEL
(--> = vormen samen)
Cellen --> weefsel --> orgaan --> orgaanstelsel --> organisme
Cellen = kleinste levende eenheden van een organisme.
Weefsel = cellen die samenwerken met (ongeveer) dezelfde bouw en functie
Orgaan = verschillende weefsels die samen 1 functie verzorgen vb. maag: spierweefsel,
klierweefsel
Orgaanstelsel = verschillende organen die samen 1 functie verzorgen vb. verteringstelsel =>