!!!Onderstreepte jaartallen staan genoemd in de syllabus en moet je dus kennen !!!
Deze samenvatting is gebaseerd op de syllabus voor het eindexamen geschiedenis voor het VWO
voor 2026 en een lesboek met achtergronden bij de historische contexten en de syllabus.
1. De opkomst van de stedelijke burgerij in
de Nederlandse gewesten
Vanaf de 11e eeuw waren er drie grote veranderingen in Europa:
De landbouw innoveerde: ontginning van bos en heide, droogleggen van ondergestroomde
gebieden met behulp van windmolens, verbeterde landbouwwerktuigen en de invoering van
het drieslagstelsel
Bevolkingsgroei: door landbouwoverschotten konden ambachten ook uitgevoerd worden.
De handel bloeide op: door de nijverheid groeide de handel snel en er ontstond een
monetaire economie. Er werd betaald met zilveren munten en later ook gouden munten.
Door schommelingen in de waarde en voor de handigheid werd de wisselbrief uitgevonden.
Het bedrag dat een koopman had in zijn woonplaats werd door een bankier opgeschreven en
hij kon het krijgen bij een bank ergens anders.
Verstedelijking van de lage landen: had drie voornaamste oorzaken:
Gunstige geografische omstandigheden: verbinding met het achterland en de Noordzee en
veel doorwaadbare rivieren die ontsprongen in het achterland. Het meeste vervoer van
handelswaar ging over water.
Bescherming van landsheren en edelen: ze beschermden tegen plunderaars en piraten en
hielpen bij het bouwen van havens en loodsen, ze hielpen ook bij het organiseren van
jaarmarkten.
Samenwerking tussen steden: middels de Hanze hielpen kooplieden elkaar bij onderlinge
handel met andere gebieden.
Bevochten en kopen van zelfbestuur: om economische belangen te beschermen, bevochten en
kochten stedelingen zelfbestuur in de vorm van stadsrechten. Zo hadden steden geen verplichtingen
tegenover een landheer. Door groei van welvaart overstegen steden de posities van landheren, zo
dwongen ze hem of de koning af om stadsrechten te geven. Sommige landheren verleende
stadsrechten in ruil voor erkenning als landheer en voor het betalen van belastingen.
Stadsrechten houden in dat er geen verplichtingen zijn tegenover een landheer, een stad zelf
beschikt over rechtspraak en dat een stad zelf mag bepalen wie poorter kan worden en wie
niet.
Verzorgingsgebied: elke stad was een centrum van een verzorgingsgebied. De bewoners van zo'n
gebied waren economisch en politiek met elkaar verbonden. Het platteland leverde voedsel en
grondstoffen voor de nijverheid, de stad verwerkte en verhandelde producten. Steden waren ook
onderling verbonden omdat ze behoren tot een gebied van een landheer.
Jaarmarkten: waren hier een belangrijk onderdeel van, zo ontstonden netwerken van
handelaren en steden. Op den duur werden jaarmarkten zo ingepland dat handelaren
gemakkelijk van markt naar markt konden reizen.
Het leven in steden was ongezond en er stierven meer mensen dan er geboren werden. Er was een
constante stroom van aspirant-poorters nodig van het platteland om de bevolking op peil te houden.
Dat gebeurde omdat er veel werk was in de stad en er scholen waren.
, 2. Opkomst van Vlaanderen en Brabant in de
Late Middeleeuwen
De opkomst van Atrecht: door hoge landbouwproductiviteit en de schapenhouderij groeide Atrecht
uit tot het centrum van de handel van de Lage Landen met de lakennijverheid. Dit was ruim voor
1200
Overvleugeld: Atrecht wordt rond 1300 overvleugeld door Brugge en Gent. Brugge was de
zuidelijkste Hanzestad en vond via de Noordzee aansluiting met de Hanze, maar ze had ook
betrekkingen met Spanje en Italië.
Guldensporenslag: Patriciërs (rijke burgers) knoopten steeds meer banden aan met de adel. Zij
kwamen tegenover het gemeen te staan (de rest van de stedelijke bevolking: ambachtslieden,
dagloners en werkelozen). Er ontstonden steeds meer spanningen over het bestuur en
werkomstandigheden in de stad. Alleen de patriciërs maakten deel uit van het bestuur, terwijl ze
maar 10% van de bevolking uitmaakten.
Met de guldensporenslag in 1302 kwamen boeren en ambachtslieden in Vlaanderen in
opstand. De graaf van Vlaanderen sloot zich aan bij het gemeen, de Franse koning bij het
Patriciaat (zij waren namelijk ook in oorlog met elkaar). Het gemeen won verbazingwekkend
genoeg deze slag en de stedelijke structuur werd aangepast.
Vlaanderen en Brabant als zwaartepunt: rond 1300 worden Vlaanderen en Brabant het economische
zwaartepunt van de Lage Landen. Steden als Brugge en Gent maakten deel uit van internationale
handelsnetwerken. In de 16e eeuw werden deze steden weer overvleugeld door Antwerpen,
daarmee werd Brabant het sterkste gewest. Antwerpen kon een bijzondere positie verkrijgen door
de handel en de politiek.
Handelsnetwerk: in de 12e eeuw waren handelaren uit Brugge actief in een internationaal
netwerk. Handelaren hadden onder andere middels de Hanze contacten met Engeland,
Schotland, Amsterdam en achterland, Duitsland en Italië. Binnen dit netwerk had Brugge een
bijzondere positie: er was veel innovatie en schaalvergroting door de groeiende bevolking.
De stedelijke burgerij nam steeds meer taken over van de adel en de geestelijkheid:
De sociale zorg was eerst een taak van de Kerk, maar onder controle van het stadsbestuur
werd dat meer een taak van de burgerij. Hoewel er publieke zorg was, was er niet genoeg en
bleef familie belangrijk om op terug te vallen.
Onderwijs was iets waar de steden veel aan hadden. Er werden scholen opgericht, eerst
voornamelijk voor jonge jongens. Waar in de 12e eeuw zowat iedereen analfabeet was, kon
in de 16e eeuw bijna elke man lezen en schrijven, bij vrouwen was dat niet zo.
Bonum commune/algemeen belang: stadsbesturen wilden het algemeen belang dienen. Dat
hield in: een geweldsmonopolie, strenge rechtspraak, openbare gebouwen als stadhuizen en
markthallen, infrastructuur als bruggen en wegen en belasting innen voor veiligheid (niet te
veel want dan kwam iedereen in opstand).
Moderne devotie: geestelijken probeerden steeds meer aansluiting te maken met de meer
individuele geloofsbeleving van stedelingen. Liturgie en literatuur werd niet meer in het Latijn maar
in de volkstaal verspreid en ook vrouwen konden deelnemen aan geloofszaken.