Boek gebruikt in de samenvatting: The Individual, Alejandro Dominguez
Rodriguez, 2026.
, 1
Inhoudsopgave
Chapter 2: Traits and Trait Taxonomie............................................................................................................................2
Chapter 3: Personality Dispositions Over Time: Stability and Change..........................................................................31
Chapter 4: Approaches to the Self.................................................................................................................................52
Chapter 5: Motives and Personality...............................................................................................................................70
Article McAdams (2011)...............................................................................................................................................87
Chapter 6: Physiological Approaches to Personality...................................................................................................107
Chapter 7: Culture and Personality..............................................................................................................................119
Noot......................................................................................................................................................................... 135
, 2
Chapter 2: Traits and Trait Taxonomie
Trait: een relatief stabiele persoonlijkheidseigenschap die beschrijft hoe iemand zich meestal gedraagt, denkt of voelt.
- Traits worden ook wel dispositions genoemd.
- Het gaat om eigenschappen die redelijk kenmerkend zijn voor een persoon.
- Traits zijn meestal:
o Relatief stabiel over tijd.
o enigszins consistent over situaties heen.
o Bruikbaar om verschillen tussen mensen te beschrijven.
- Voorbeelden van trait-descriptive adjectives zijn:
o Vriendelijk
o Gul
o Dominant
o Poised
o Creatief
o Reliable
o Cooperative
- Een trait betekent niet dat iemand zich altijd op dezelfde manier gedraagt.
o Iemand kan extravert zijn, maar soms toch stil zijn.
o Iemand kan conscientious zijn, maar soms toch iets vergeten.
- Traits helpen om individuele verschillen te begrijpen:
o Waarom zoekt de ene persoon veel sociale situaties op?
o Waarom blijft de ene persoon rustig onder stress en de andere niet?
o Waarom werkt de ene persoon planmatig en de andere chaotisch?
- Traits gaan vooral over between-person differences: verschillen tussen personen, bijvoorbeeld dat persoon A
gemiddeld extraverter is dan persoon B.
, 3
Trait theory: de benadering waarin persoonlijkheid wordt begrepen aan de hand van stabiele individuele verschillen.
- Trait theory richt zich vooral op hoe een persoon zich gedraagt.
- De benadering probeert vier hoofdvragen te beantwoorden:
o Hoe kunnen traits worden gedefinieerd?
o Hoe kunnen traits worden geïdentificeerd?
o Welke traits bestaan er?
o Hoe zijn traits georganiseerd?
- Persoonlijkheid wordt hierbij gezien als een set van relatief duurzame disposities binnen het individu.
- Deze disposities beïnvloeden hoe iemand:
o Omgaan met anderen.
o Reageert op situaties.
o Zich aanpast aan de omgeving.
- Binnen persoonlijkheidspsychologie is dit één laag van “de hele persoon”.
o Dispositional traits beschrijven de persoon als social actor.
Trait als internal causal property: een trait als interne eigenschap die gedrag veroorzaakt.
- Volgens deze visie zitten traits als het ware “binnen” de persoon.
- Een trait wordt gezien als een interne behoefte, neiging, wens of dispositie die gedrag kan veroorzaken.
- Voorbeelden:
o Iemand met een sterke behoefte aan macht probeert vaak invloed uit te oefenen.
o Iemand met een behoefte aan stimulatie zoekt spannende activiteiten op.
o Iemand die materialistisch is, kan veel winkelen of hard werken om bezit te krijgen.
- In deze visie is persoonlijkheid een soort “motor” achter gedrag.
- Belangrijk is dat de trait ook aanwezig kan zijn zonder dat het gedrag zichtbaar wordt.
o Iemand kan dominant zijn, maar in een situatie met een duidelijke leider niets zeggen.
o Iemand kan trek hebben in eten, maar toch niet eten omdat diegene op dieet is.
- Dit lijkt op het voorbeeld van glas:
o Glas kan breekbaar zijn, ook als het nog nooit is gebroken.
o De eigenschap is aanwezig, ook als deze niet tot uiting komt.
- Het voordeel van deze visie is dat traits verklarend kunnen zijn.
o Als iemand veel naar feestjes gaat omdat diegene extravert is, sluit je andere verklaringen deels uit,
zoals meegesleept worden door een partner.
- Het nadeel is dat interne oorzaken moeilijk direct te observeren zijn.