H1: Materialen en stoffen
1.1 Materialen
Materialen: natuurlijk of synthetisch
- Natuurlijk: zoals het in de natuur voorkomt.
- Synthetisch: door de mens gemaakt.
vb van synthetische materialen:
kunststoffen en/of plastics -> gemaakt uit aardolie
Veel plastics zijn niet biologisch afbreekbaar.
Onderzoek richt zich op 2 gebieden:
- biodegradeerbaarheid: kan door bacteriën worden afgebroken.
- hernieuwbaarheid/duurzaamheid: de grondstoffen zijn niet eindig.
Stofeigenschappen: hieraan zijn stoffen individueel te herkennen
Vb. - stroomgeleiding kookpunt
- dichtheid smeltpunt
- geur oplosbaarheid
- kleur giftigheid
- smaak
- brandbaarheid
Materiaaleigenschap: eigenschap van het materiaal.
hydrofoob: waterafstotend
hydrofiel: waterlievend
vb. van materiaaleigenschappen:
- dichtheid
- elasticiteit
- elektrische geleidbaarheid
- hardheid
- hydrofiel/hydrofoob
Combineren van eigenschappen -> composieten
composieten: mix van verschillende, nog te herkennen materialen.
legering: een mengsel van metalen. Over het algemeen zijn legeringen harder
dan de oorspronkelijke metalen.
, 1.2 Stoffen
Zuivere stof: een stof die uit 1 enkele molecuulsoort bestaat.
Een mengsel bestaat uit meerdere zuivere stoffen → Een mengsel bevat dus
meerdere molecuulsoorten.
Twee soorten mengsels:
- Homogeen: de afzonderlijke stoffen zijn niet meer zichtbaar.
- Heterogeen: de afzonderlijke stoffen zijn wel zichtbaar.
Oplossing: homogeen mengsel met een vloeistof als oplosmiddel, waarin de
opgeloste stoffen gelijkmatig in losse moleculen zijn verdeeld.
- Altijd helder (doorzichtig), maar hoeft niet kleurloos te zijn.
vb. Thee, alcohol
Suspensie: heterogeen mengsel waarin zeer kleine vaste brokjes (grote
aantallen moleculen die elkaar niet los laten) zweven in een vloeistof. Het
troebele mengsel is niet stabiel: de korrels zullen bezinken.
Emulsie: een heterogeen mengsel van vloeistoffen die niet in elkaar oplossen.
- Een emulsie is niet stabiel, na verloop van tijd ontmengt een emulsie.
- Het ontmengen van een emulsie kan worden tegengegaan door een
emulgator toe te voegen.
Andere heterogene mengsels:
- Rook: fijn verdeelde vaste stof in gas.
- Nevel: fijn verdeelde vloeistof in gas.
- Schuim: gasbellen in een vloeistof of vaste stof.
zuivere stof heeft → smeltpunt/kookpunt → zuivere stof tijdens een
faseovergang niet veranderd van temperatuur.
smelt/kookpunt is afhankelijk van de druk van:
- hoe hoger de druk, hoe hoger het smelt/kookpunt.
- Smelt -en kookpunt bepalingen worden daarom
gedaan bij standaarddruk.
mengsel heeft → smelttraject/kooktraject → mengsel
tijdens een faseovergang wel verandert van temperatuur.
1.1 Materialen
Materialen: natuurlijk of synthetisch
- Natuurlijk: zoals het in de natuur voorkomt.
- Synthetisch: door de mens gemaakt.
vb van synthetische materialen:
kunststoffen en/of plastics -> gemaakt uit aardolie
Veel plastics zijn niet biologisch afbreekbaar.
Onderzoek richt zich op 2 gebieden:
- biodegradeerbaarheid: kan door bacteriën worden afgebroken.
- hernieuwbaarheid/duurzaamheid: de grondstoffen zijn niet eindig.
Stofeigenschappen: hieraan zijn stoffen individueel te herkennen
Vb. - stroomgeleiding kookpunt
- dichtheid smeltpunt
- geur oplosbaarheid
- kleur giftigheid
- smaak
- brandbaarheid
Materiaaleigenschap: eigenschap van het materiaal.
hydrofoob: waterafstotend
hydrofiel: waterlievend
vb. van materiaaleigenschappen:
- dichtheid
- elasticiteit
- elektrische geleidbaarheid
- hardheid
- hydrofiel/hydrofoob
Combineren van eigenschappen -> composieten
composieten: mix van verschillende, nog te herkennen materialen.
legering: een mengsel van metalen. Over het algemeen zijn legeringen harder
dan de oorspronkelijke metalen.
, 1.2 Stoffen
Zuivere stof: een stof die uit 1 enkele molecuulsoort bestaat.
Een mengsel bestaat uit meerdere zuivere stoffen → Een mengsel bevat dus
meerdere molecuulsoorten.
Twee soorten mengsels:
- Homogeen: de afzonderlijke stoffen zijn niet meer zichtbaar.
- Heterogeen: de afzonderlijke stoffen zijn wel zichtbaar.
Oplossing: homogeen mengsel met een vloeistof als oplosmiddel, waarin de
opgeloste stoffen gelijkmatig in losse moleculen zijn verdeeld.
- Altijd helder (doorzichtig), maar hoeft niet kleurloos te zijn.
vb. Thee, alcohol
Suspensie: heterogeen mengsel waarin zeer kleine vaste brokjes (grote
aantallen moleculen die elkaar niet los laten) zweven in een vloeistof. Het
troebele mengsel is niet stabiel: de korrels zullen bezinken.
Emulsie: een heterogeen mengsel van vloeistoffen die niet in elkaar oplossen.
- Een emulsie is niet stabiel, na verloop van tijd ontmengt een emulsie.
- Het ontmengen van een emulsie kan worden tegengegaan door een
emulgator toe te voegen.
Andere heterogene mengsels:
- Rook: fijn verdeelde vaste stof in gas.
- Nevel: fijn verdeelde vloeistof in gas.
- Schuim: gasbellen in een vloeistof of vaste stof.
zuivere stof heeft → smeltpunt/kookpunt → zuivere stof tijdens een
faseovergang niet veranderd van temperatuur.
smelt/kookpunt is afhankelijk van de druk van:
- hoe hoger de druk, hoe hoger het smelt/kookpunt.
- Smelt -en kookpunt bepalingen worden daarom
gedaan bij standaarddruk.
mengsel heeft → smelttraject/kooktraject → mengsel
tijdens een faseovergang wel verandert van temperatuur.