Universiteit van Amsterdam | Biomedische Wetenschappen | 2025 – 2026
Inhoudsopgave
BIO-ELEKTRICITEIT ...............................................................................................................................2
HART EN CIRCULATIE .......................................................................................................................... 11
ELEKTROFYSIOLOGIE VAN HET HART ........................................................................................................ 16
GLUCOSEHUISHOUDING ..................................................................................................................... 21
LEVER ............................................................................................................................................. 26
ENDOCRINOLOGIE ............................................................................................................................. 35
NEUROFYSIOLOGIE ............................................................................................................................ 41
SPIERFYSIOLOGIE .............................................................................................................................. 45
,Bio-elektriciteit
CELMEMBRAAN
Structuur
• Bestaat uit lipide dubbellaag + eiwitten
• “Vloeibaar mozaïek” → eiwitten drijven rond in de lipide dubbellaag
• Bevat:
o Integrale eiwitten
o Perifere eiwitten
o Cholesterol
o Glycoproteïnen
Functies membraaneiwitten
• Cel-cel herkenning
• Hechting (aan cytoskelet en intercellulair)
• Membraantransport
• Signaalverwerking
• Enzymvorming
Functies celmembraan
De celmembraan belemmert transport van stoffen de cel in of uit
• (+) Bescherming tegen buitenwereld (selectieve barrière)
• (+) Handhaaft concentratieverschillen
• (+) Zorgt voor energiebron door concentratiegradiënten
• (-) Maakt specifieke transportwegen door de celmembraan noodzakelijk
o Membraantransport
MEMBRAANTRANSPORT
Selectieve permeabiliteit
• Membraan laat sommige stoffen door en houdt andere stoffen tegen
• Afhankelijk van:
o Grootte
o Lading
o Vorm
,Passief transport (GEEN ATP)
Diffusie
• Altijd passief, met concentratiegradiënt mee
o Chemisch: hoge → lage concentratie
o Elektrisch: naar tegengesteld geladen kant
• Vormen:
o Via lipide dubbellaag (‘simple diffusion’)
o Via kanalen (‘channel-mediated facilitated
diffusion’)
▪ Inokanalen
▪ Waterkanalen (aquaporines)
o Via (eiwit)carriers (‘carrier-mediated
facilitated diffusion’)
▪ ‘Uniporter’: laat 1 deeltje door, 1
kant op
Osmose
• Diffusie van water
• Water diffundeert naar hoogste osmolariteit (meeste opgeloste deeltjes)
• Effect op cel:
o Hypertone omgeving → cel krimpt (water wil uit de cel)
o Hypotone omgeving → cel zwelt (water wil in de cel)
o Isotone omgeving → cel blijft in vorm
Actief transport (WEL ATP)
Primair actief transport
• Tegen concentratiegradiënt in
• Voorbeeld:
o Na⁺/K⁺-pomp (‘sodium potassium pump’)
▪ ‘Antiporter’: 2 deeltjes worden verplaatst in verschillende richting
Secundair actief transport
• Gebruikt concentratiegradiënt van
ander ion
• Voorbeeld:
o Na⁺ + glucose cotransport
▪ ‘Symporter’: 2 deeltjes in dezelfde richting
Transporttypen
• Uniporter → 1 stof
• Symporter → zelfde richting
• Antiporter → tegengestelde richting
, Vesiculair transport
• Met blaasjes
o Endocytose
o Exocytose
• Altijd actief, ATP nodig
Samenvatting boek tabel 3.1 & 3.2
MEMBRAANPOTENTIAAL EN RUSTPOTENTIAAL
• Spanningsverschil over membraan: (trans)membraanpotentiaal
• Binnenkant = negatief t.o.v. buiten
Rustpotentiaal
• Membraanpotentiaal van een cel in rusttoestand
• Loopt uiteen van −10 tot −100 mV
• Bij prikkelbare cellen (zenuw, spier) verandert de membraanpotentiaal na een
prikkel
Basis van membraanpotentiaal
• Lekkanalen: K+ en Na+ kanalen die altijd openstaan
o Bijv: Als kalium weglekt door concentratiegradiënt, gaat
membraanpotentiaal richting hogere - waarde. K+ wil cel uit door
concentratiegradiënt, maar cel in door elektrische gradiënt.
o Uitstroom gebeurt dus door diffusie
o Na+ wil juist cel in tegen de concentratiegradiënt totdat je eindigt tot +70
mV, dus toenemende elektrische gradiënt. Na+ wil cel in door
concentratiegradiënt en cel uit door elektrische gradiënt.
• Concentratiegradiënten voor K+ en Na+
o Evenwichtspotentiaal voor Na+ is 70 mV
o Ek voor K+ is –90 mV
• Anionen zijn negatieve ionen (zijn voornamelijk
eiwitten binnen de cel)
o Buiten de cel voornamelijk Cl-
Elektrochemische gradiënt voor K+
(b)