Inhoudsopgave
DEELTENTAMEN 2 ......................................................................................................................... 2
EMBRYOLOGIE ....................................................................................................................................2
Embryologie I - Vroege Humane Ontwikkeling ................................................................................2
Embryologie II - Basale Ontwikkelingsmechanismen......................................................................8
Embryologie III – Mesoderm en Endoderm ................................................................................... 12
Embryologie IV – Ectoderm ......................................................................................................... 18
Embryologie V – Hartontwikkeling ............................................................................................... 24
Embryologie VI – Evolutie en ontwikkeling van het hart ................................................................. 29
Embryologie VII - Basale ontwikkelingsconcepten, Links-Rechts-as & Siamese tweelingen ............ 35
BOUWPLAN ...................................................................................................................................... 45
Bouwplan der Gewervelde Dieren I ............................................................................................. 45
Bouwplan der Gewervelde Dieren II ............................................................................................ 51
,Deeltentamen 2
Embryologie
Embryologie I - Vroege Humane Ontwikkeling
Embryologie onderzoekt hoe uit één zygote (bevruchte eicel) een complex organisme
ontstaat via:
• Differentiatie → het proces van ontwikkeling dat één cel honderden verschillende
typen van cellen kan vormen
• Ordenen:
o Morfogenese → vormontwikkeling
o Patroonvorming → ruimtelijke organisatie
Elementen van het vertebraten-bouwplan
Alle gewervelde embryo’s hebben:
• Bilaterale symmetrie
• Polariteit (cranio-caudale, dorso-ventrale as)
• Drie kiembladen
• Lichaamsholten
• Segmentatie (somieten)
• Chorda (dorsalis)
• Kieuwbogen
Deze worden tijdens de eerste weken vastgelegd.
Prenatale ontwikkeling (humaan)
BEVRUCHTING
Vindt plaats in de tuba uterina
Resultaat:
• Herstel diploïd chromosoomaantal (2n)
• Geslachtsbepaling (XX of XY)
• Initiatie ontwikkeling
,Klievingsdelingen (dag 1–4)
• Snelle mitotische delingen
• G1 en G2 fase worden overgeslagen (snellere celcyclus)
• Geen volumetoename (geen groei zonder G fasen)
• Stadia:
Zygote → Klievingsdelingen → blastomeren → 16/32 cellen: morula (braam) →
holte in morula: blastocyste
Verplaatsing in de richting van baarmoederholte
Blastocyste bestaat uit:
• Embryoblast → vormt het embryo zelf
• Trofoblast → vormt later placenta en vruchtvliezen
• Blastulaholte
• Zona pellucida (belangrijk bij bevruchting)
HATCHING
Verdwijnen van de zona pellucida zodat implantatie mogelijk wordt.
NIDATIE
Innesteling in
endometrium.
Tijdens nidatie:
Embryoblast →
2-lagige kiemschijf
• Epiblast
• Hypoblast
, Trofoblast: buitenste cellaag van de blastocyst.
Zorgt voor Innesteling in de baarmoederwand, vormt
later een groot deel van de placenta.
De trofoblast splitst in twee lagen.
• Syncytiotrofoblast
o Buitenste laag van de trofoblast.
o Kenmerken:
▪ Cellen smelten samen tot één
grote meerkernige massa
▪ Dringt actief het
baarmoederslijmvlies binnen
▪ maakt hormonen zoals hCG
o Functie:
▪ Helpt bij innesteling
▪ Vormt verbinding met het
moederlijk bloed (begin
placenta)
• Cytotrofoblast
o Binnenste laag van de trofoblast.
o Kenmerken:
▪ Bestaat uit losse afzonderlijke
cellen
▪ Cellen delen zich actief
o Functie:
▪ Vormt nieuwe trofoblastcellen
▪ Helpt bij de vorming van de
placenta
Epiblast
• Hieruit ontstaan alle drie de kiemlagen
tijdens gastrulatie:
o ectoderm
o mesoderm
o endoderm
Vormt uiteindelijk het embryo zelf
Hypoblast
• Vormt extra-embryonale structuren
Amnionholte: een met vocht gevulde ruimte boven
de epiblast.
• ontwikkelt zich tot de vruchtwaterholte
• zorgt voor een stabiele omgeving voor groei
De blastulaholte is de oorspronkelijke holte van de blastocyst.
→ wordt later dooierzak