psychologie
Wetenschap psychologie: toets of het echt waar is wat we waarnemen.
En wat wanneer (niet) waar en van wat het afhangt.
^ ze werken methodisch; ze werken op een vaste, goed bedachte
manier, ‘als- dan-uitspraak’
Een stroming: een tijdlang domineert een bepaalde opvatting over het
vakgebied
Perspectief/paradigma: een beeld krijgen hoe de zienswijze van
psychologen veranderde.
Biologisch perspectief:
Lichamelijke dingen en psychische verschijnselen zijn met elkaar
verbonden (dit perspectief is gebleven).
De wetenschap psychologie begon in Duitsland, in het jaar 1879. De
filosoof en arts Wilhelm Wundt startten een psychologisch laboratorium.
Hij deed allemaal experimenten in de natuurkunde stijl.
De basis voor:
- Functieleer: onderzoek naar de basisfunctie van de hersenen die
een rol spelen bij gedrag.
- Neuropsychologie
De psychoanalyse en het psychodynamisch perspectief:
Het onbewuste zijn de bronnen van ons gedrag
Wat veroorzaakt gedrag?
Onbewuste psychische krachten/driften (ID, aangeboren wil van de
mens), regulerende krachten (ego, de verzameling aangeboren
driften) en ons geweten (superego, wat kan wel en wat niet)
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Psychoanalyse/psychodynamische theorie: onderzoeken welke
(verborgen) gedachten en gevoelens een verband hebben met onze
psychische problemen.
^Dynamica: krachtenleer, gaat over psychische krachten
Belangrijke psychologen:
Freud (praatdokter, lange therapie), Jung, Adler
Sigmund Freud: 1856-1939, lange therapie
Vrije associatie: hardop zeggen wat er spontaan in je op komt
De doodsdrift: heeft Freud uiteindelijk erbij bedacht door de nare
dromen, zodat niet elke droom een wensvervulling bleek te zijn.
Het gestalteperspectief:
Wat veroorzaakt gedrag?
, Onze neiging Gestalten (het geheel) te willen zien. (je ziet geen
mond, neus en ogen maar een gezicht.)
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Gestalttherapie: het ‘heel maken’ van de persoon door de ervaring
van contact maken in het ‘hier en nu’.
Belangrijke psychologen:
Wertheimer, Kofka, Kohler, Lewin
Waarnemingswetten: dingen die op elkaar lijken, zijn een groep. Dingen
die dicht bij elkaar staan, zijn een groep.
Het behavioristisch perspectief;
^Behaviour = gedrag
Het bestudeert alleen waarneembar gedrag. Gedrag is gevolg van
interactie met de omgeving, als A gebeurt, volgt B.
Wat veroorzaakt gedrag?
Leerprocessen door bijvoorbeeld: een prikkel uit de omgeving te
koppelen aan een reactie, afkijken bij anderen en belonen/straffen.
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Gedragstherapie: ongewenste gedragingen en emoties afleren door
de prikkel die het veroorzaakt te koppelen aan ander, gewenst
gedrag.
Belangrijke psychologen:
Pavlov, Watson, Skinner, Bandura
Klassiek conditionering: leren door koppelen van prikkels (Pavlov)
Operante conditionering: leren door gevolgen van gedrag (Skinner)
Het humanistisch perspectief:
Bestudeert het ‘hele mens’
Wat veroorzaakt gedrag?
Typisch menselijke factoren als onze vrije wil en de behoefte om te
groeien
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Cliëntgerichte psychotherapie, actieve luisterhouding, positieve
psychologie
Belangrijke psychologen:
Rogers, Maslow, Seligman
Het cognitief perspectief:
Wat veroorzaakt gedrag?
De manier waarop we met informatie omgaan, onze cognitieve
processen (waarnemen, denken, geheugen)
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Cognitieve therapie, RET
Belangrijke psychologen:
Ellis, Beck
Het neurofysiologisch perspectief:
, Bestudeert de hersenen en het verband met het vertoonde gedrag
Wat veroorzaakt gedrag?
Onze hersenen en lichamelijke processen
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Hersenonderzoek en psychofarmaca (medicijnen)
Belangrijke psychologen:
Wundt, James, Fechner, Libet, Swaab
Hypothalamus: “Hypo Houdt Dagelijks Stress Regelmatig Slaapbaar.”
(Honger, dorst, stress, regelt, slaap)
Prefrontale cortex: Prefrontale Plannen Behouden In Sociaal gedrag.
(Plannen, beslissen, impulsbeheersing en sociaal gedrag)
Hypofyse: Hypofyse Zet Actie en Controle aan
(adrenaline en cortisol)
Amygdala: emotionele Amy
Hersenstam: In de HersenStam Houdt Tante Hennie Boven Alles Orde
(Temperatuur, Hartslag, Bloeddruk, Ademhaling, Oogreflex)
Cerrebellum/kleine hersenen: Kleine Hersenen Houden Beweging in
Controle
(beweging, coordinatie
Hippocampus: hippe student op de campus, die veel onthoudt maar wel
veel stress heeft
Het systeemperspectief:
Wat veroorzaakt gedrag?
, Onze sociale context, de situatie (gezin, cultuur of leefomgeving),
systeem om ons heen.
Hulpverleningsvormen en invloeden:
Gezinstherapie, familie-opstellingen
Belangrijke psychologen:
Minuchin, Nagy
Hoofdstuk 2: Deelgebieden en toepassing in de
psychologie
Persoonlijkheidspsychologie: Kijken naar karaktische eigenschappen
van een persoon.
Klinische psychologie & psychotherapie: ziektes van de geest
(depressie)
Psychiaters: hebben eerst geneeskunde gestudeerd en dan
psycholoog. Hun mogen dan ook medicatie voorschrijven
Psychotherapieën: psychologische kennis om mensen met
psychische problemen te helpen.
Common factors: de kwaliteit van de relatie tussen cliënt en
hulpverlener en hun inzet spelen een rol in hoe goed het werkt.
Arbeids- en organisatiepsychologie: kijken naar he werk, hoe dat
gaat.
Ontwikkelingspsychologie: kijkt naar de ontwikkeling van een mens
Nature-nurture: aangeboren of aangeleerd?
Continue ontwikkeling: de ontwikkeling loopt constant en er zijn
geen periodes waar het opeens veranderd
Discontinue ontwikkeling: de ontwikkeling veranderd in periodes,
denk aan puberteit.
Sociale psychologie: het gedrag is gericht op anderen en word
bepaald/beïnvloed door anderen
Leerpsychologie: hoe mensen leren en hoe je dat leren kunt
beïnvloeden.
Godsdienstpsychologie: bestudeert de rol en betekenis van religie in de
levens van de mensen.
Hoofdstuk 6: Overdracht en tegenoverdracht
Psychoanalytische benadering: het is van Freud, het gaat over de rol
die het onbewuste speelt bij het ontstaan van problemen.
^Ze willen het onbewuste, bewust maken via dromen en
Freudiaanse verspreking: mensen die onbewust iets zeggen/doen. (De
naam van je ex noemen bij je liefde van nu.)