Legaliteitsbeginsel (de eis van wetmatigheid van bestuur)
-een bestuursorgaan mag alleen handelen als het daartoe een wettelijke
grondslag heeft.
- Het beschermt burgers tegen willekeur;
- Het bevordert rechtszekerheid;
- Het waarborgt democratische legitimatie.
-de wetmatigheidseis geldt streng bij belastende bestuursbevoegdheden: dit zijn
bevoegdheden waarbij eenzijdig verplichtingen worden opgelegd of inbreuk
wordt gemaakt op rechten of vrijheden van burgers.
-omdat hier vaak sprake is van beperking van fundamentele rechten, moet een
duidelijke wettelijke grondslag aanwezig zijn.
Bestuurswetgeving
-veel algemeen verbindende voorschriften (regels die voor iedereen gelden)
worden niet door de formele wetgever vastgesteld, maar door bestuursorganen.
voorbeelden: algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s), ministeriële
regelingen en gemeentelijke verordeningen.
Wet in formele zin
-een wet die tot stand komt via de procedure van art. 81 Grondwet (regering +
Staten-Generaal).
Wet in materiële zin
-algemeen verbindende voorschriften, ongeacht wie ze vaststelt.
-bestuursorganen kunnen dus wetgeving in materiële zin maken, mits zij daartoe
bevoegd zijn op grond van een wet in formele zin.
-de Grondwet erkent dat bestuursorganen regels mogen stellen, onder andere in:
- Art. 89 GW (AMvB’s);
- Art. 127 GW (provincies en gemeenten);
- Art. 133 GW (waterschappen).
Overig bestuurshandelen
1. Begunstigend bestuur (bijvoorbeeld subsidies): de Awb bepaalt in art. 4:23
lid 1 dat subsidies in beginsel een wettelijke grondslag vereisen.
2. Feitelijk handelen: wanneer feitelijk handelen een ingrijpende inbreuk
maakt op fundamentele rechten, kan een wettelijke grondslag wel vereist
zijn.
-hoe ingrijpender de handeling, hoe eerder een wettelijke basis vereist is -
> kijk arrest fluoridering.
3. Bestuurlijke sancties: volgens art. 5:4 Awb moet voor bestuurlijke sancties
een wettelijke grondslag bestaan.
4. Privaatrechtelijk handelen van de overheid: in beginsel geldt voor
privaatrechtelijk handelen géén specifieke wetmatigheidseis, maar de
overheid moet grondrechten respecteren, de abbb’s gelden ook en er mag
geen willekeur zijn.
Pagina 1 van 57
,Het specialiteitsbeginsel
-bepaalt hoe die bevoegdheid vervolgens mag worden gebruikt.
-een bestuursorgaan mag zijn bevoegdheid alleen gebruiken voor het specifieke
doel waarvoor die bevoegdheid is toegekend.
-het specialiteitsbeginsel bepaalt dat alleen belangen die passen binnen het doel
van de wet mogen worden meegenomen (art. 3:4 lid 1 Awb).
-de wetgever moet:
- Duidelijk aangeven welk doel een bestuurswet dient;
- Helder omschrijven welke publieke belangen worden beschermd;
- De reikwijdte van bevoegdheden afbakenen.
Wat is gelede normstelling?
-dit houdt in dat rechtsnormen niet uitsluitend door de formele wetgever
(regering en Staten-Generaal) worden vastgesteld, maar in verschillende “lagen”
tot stand komen.
-de formele wetgever stelt een kader vast en kent bevoegdheden toe aan
bestuursorganen.
-vervolgens werken bestuursorganen deze normen verder uit in lagere
regelgeving, beleidsregels en concrete besluiten (beschikkingen).
-om te weten wat precies geldt, moet men vaak meerdere regelingen
raadplegen.
Wat betekent “terugtred”?
- De wetgever stelt minder gedetailleerde gedragsregels vast die
rechtstreeks tot burgers zijn gericht.
- In plaats daarvan kent hij bevoegdheden toe aan bestuursorganen.
- Het bestuur krijgt ruimte om binnen dat wettelijke kader zelf nadere regels
te stellen en concrete beslissingen te nemen.
Waarom treedt de wetgever terug?
1. Complexiteit van de samenleving: de moderne samenleving is technisch,
economisch en sociaal complex. Het is onmogelijk om alle situaties vooraf
volledig te regelen.
2. Onvoorzienbare ontwikkelingen: wetgeving moet kunnen inspelen op
nieuwe maatschappelijke, technologische en economische ontwikkelingen.
3. Deskundigheid van het bestuur: bestuursorganen beschikken vaak over
meer technische kennis en inzicht in lokale omstandigheden dan de
formele wetgever.
4. Behoefte aan flexibiliteit: het bestuur moet snel kunnen reageren op
concrete situaties, bijvoorbeeld bij milieuvraagstukken, openbare orde of
ruimtelijke ordening.
1. Attributie
-toekennen van een nieuwe (originaire) bevoegdheid aan een bestuursorgaan.
- De bevoegdheid bestond nog niet.
- De wetgever “schept” de bevoegdheid.
- De bevoegdheid ontstaat rechtstreeks uit de wet.
Pagina 2 van 57
,voorbeeld: de wet bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders
bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen.
2. Delegatie 10:13 Awb
-het overdragen van een bestaande bevoegdheid van het ene bestuursorgaan
aan een ander bestuursorgaan.
- De bevoegdheid bestond al.
- De bevoegdheid gaat over naar een ander orgaan.
- De delegataris oefent de bevoegdheid uit onder eigen
verantwoordelijkheid.
-de delegans verliest zijn bevoegdheid (art. 10:17 Awb) kan het besluit niet meer
zelf nemen + de verantwoordelijkheid verschuift naar de delegataris.
-delegatie kan alleen als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat (art. 10:15
Awb).
a. Algemene delegatiegrondslag -> art. 156 lid 1 Gemeentewet:
-de gemeenteraad mag (met uitzonderingen) bevoegdheden delegeren aan het
college van B&W en/of een bestuurscommissie.
b. Specifieke delegatiegrondslag -> bijvoorbeeld in bijzondere wetten:
-“Bij of krachtens AMvB” → delegatie toegestaan.
-art. 5 lid 8 Wet arbeid vreemdelingen: Minister van SZW mag bevoegdheid tot
afgifte van tewerkstellingsvergunning delegeren aan het UWV.
Geen delegatie aan ondergeschikten art. 10:14 Awb
-delegatie leidt tot overgang van verantwoordelijkheid en bij hiërarchische
ondergeschiktheid zou dat verantwoordelijkheidsproblemen opleveren.
3. Mandaat art. 10:1 Awb
- Het bevoegde orgaan blijft bevoegd.
- De gemandateerde handelt namens dat orgaan.
- De verantwoordelijkheid blijft bij de mandaatgever.
-de mandaatgever kan instructies geven (art. 10:6 Awb), zelf beslissen (art. 10:7
Awb), mandaat intrekken (art. 10:8 Awb).
-in beginsel geen wettelijke grondslag nodig (bij hiërarchische verhouding).
Mandaat aan niet-ondergeschikten
-dan is vereist:
- Instemming van de ambtenaar,
- Instemming van diens minister (art. 10:4 lid 1 Awb).
-behalve als er een wettelijke grondslag bestaat.
Pagina 3 van 57
, Mandaatverboden (art. 10:3 Awb)
1. Geen mandaat voor algemeen verbindende voorschriften: de bevoegdheid
tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften mag niet in
mandaat worden uitgeoefend (tenzij de wet anders bepaalt).
2. Bezwaarschriften: beslissen op bezwaar mag worden gemandateerd, maar
niet aan degene die het primaire besluit in mandaat heeft genomen (art.
10:3 lid 3 Awb) of aan een bezwaarschriftencommissie, of een
ondergeschikte wanneer het primaire besluit door het orgaan zelf is
genomen.
Verhouding Awb tot bijzondere wetgeving
-de Awb vervangt bijzondere wetten niet. De bijzondere wet kan aanvullende
regels bevatten of afwijkende regels bevatten.
Vier soorten regels in de Awb
1. Dwingende regels: gelden in beginsel voor het gehele bestuursrecht.
2. Hoofdregels met afwijkingsmogelijkheid: herkenbaar aan: “tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald”.
3. Restbepalingen (vangnetfunctie): gelden wanneer bijzondere wet niets
regelt.
voorbeeld: Art. 4:13 Awb – beslistermijn van 8 weken indien geen andere
termijn is bepaald.
4. Facultatieve standaardregelingen: deze geldt alleen indien wettelijk
voorgeschreven of indien het bestuursorgaan dat besluit.
bijvoorbeeld: Afdeling 3.4 Awb – Uniforme openbare
voorbereidingsprocedure.
Een bestuursrechtelijke rechtsverhouding bestaat uit drie essentiële
elementen:
1. Een bestuursorgaan: een orgaan van de overheid (niet zijnde wetgevend of
rechtsprekend) dat belast is met de behartiging van publieke belangen.
2. Een bestuursbevoegdheid -> bevoegdheidsuitoefening -> besluit
3. Één of meer belanghebbenden
Openbaar gezag en eenzijdigheid
-een besluit is een eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit betekent
dat:
- De instemming van de burger niet vereist is.
- Het bestuursorgaan desnoods tegen de wil van de burger kan optreden.
- Het orgaan beschikt over openbaar gezag.
Openbaar gezag is door het recht genormeerde overheidsmacht
-denk aan het wegslepen van een illegale woonboot of het opleggen van een last
onder dwangsom.
Pagina 4 van 57