1 PROFESSIONEEL GEDRAG VAN DE FINANCIEEL ADVISEUR
WAAROM IS GEDRAG ZO BELANGRIJK?
Een financieel dienstverlener moet zich altijd bewust zijn van zijn professionele rol en van het doel.
Het doel is om zijn klant te voorzien van het beste advies.
Daarbij moet een dienstverlener integer (= eerlijk en betrouwbaar) handelen. Hij houdt zich aan de wet- en
regelgeving en hij blijft trouw aan zichzelf en aan de organisatie waarvoor hij werkt.
Kennis, ervaring en gedragsvaardigheden van de dienstverlener moeten leiden tot passend advies. Dat advies
wordt gebaseerd op de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de klant. De
informatie die de dienstverlener van zijn klant ontvangt, moet hij natuurlijk zorgvuldig en betrouwbaar
behandelen.
KLANTBELANG CENTRAAL STELLEN
Er bestaat verschil tussen het centraal stellen van de klant en het centraal stellen van het klantbelang.
Klant centraal Klantbelang centraal
Gericht op klanttevredenheid Gaat verder en kan botsen met klant centraal
(bijvoorbeeld via goede bereikbaarheid of snelle
service)
Het belang van de klant ligt op korte termijn Het belang van de klant ligt op lange termijn
‘Geven wat de klant wil’ ‘Geven wat de klant nodig heeft’
Voorbeeld:
Een klant wil geld beleggen om snel winst te maken. Hij heeft weinig verstand van beleggen en houdt eigenlijk
niet van risico.
Als de adviseur de klant centraal stelt, helpt hij hem toch met beleggen. De klant is blij, want hij krijgt wat hij
wil. Op korte termijn is de klant dus tevreden.
Maar als de adviseur het klantbelang centraal stelt, zegt hij dat beleggen niet slim is voor deze klant. Hij raadt
het af, omdat het te risicovol is. Zo voorkomt hij dat de klant later in de problemen komt. Op lange termijn is de
klant dus tevreden.
PROACTIEF HANDELEN
Een financieel dienstverlener moet proactief handelen. Belangrijk bij proactief handelen is het stellen van
prioriteiten. Dit betekent dat de dienstverlener de juiste keuzes moet maken om te komen tot een passende
oplossing voor de klant. Een goede dienstverlener denkt vooruit en plant proactief. In plaats van te wachten op
een verzoek van de klant, neemt hij zelf het initiatief en voert handelingen uit voordat de klant erom hoeft te
vragen.
EMPATHIE TONEN
Het komt voor dat klanten heftige emoties vertonen. Op zo’n moment is het erg belangrijk dat de
dienstverlener met empathie reageert: hij toont begrip voor de reactie en emotie. In een situatie van heftige
klantemoties blijft de dienstverlener professioneel en begeleidt de klant naar een neutraal gevoel.
,GEVOEL REFLECTEREN
Voor een vertrouwde sfeer en wederzijdse acceptatie kan het voor de klant heel prettig zijn als hij zich gehoord
en geaccepteerd voelt in zijn emoties en dat hij daarover even kan praten. Dit is te bereiken door het geven van
een gevoelsreflectie: het letterlijk benoemen van het waarschijnlijke gevoel van de gesprekspartner. Het
tweede belangrijke doel van gevoelsreflectie is dat het hele verhaal wordt besproken.
GEEN VAKTAAL GEBRUIKEN
Dienstverleners moeten hun klanten in begrijpelijk Nederlands te woord staan: de taal moet begrijpelijk zijn
voor bijna iedere klant. En wanneer je denkt dat de klant op de hoogte moet zijn van bepaalde woorden, leg
deze dan uit.
TRANSPARANTIE
Transparantie houdt in dat alle voor- en tegenargumenten worden vermeld en afgewogen. Die argumenten
brengt de dienstverlener helder naar voren en die legt hij zo neutraal mogelijk uit. Alleen dat kan een klant een
goede afweging maken over een advies of product.
DOORVERWIJZEN
Een financieel dienstverlener moet soms afwegen of hij zijn klant voldoende kan helpen of dat hij de klant moet
doorverwijzen naar een collega of andere expert.
De vragen die een dienstverlener hierbij in overweging neemt, zijn de volgende:
• “Heb ik de juiste wettelijke kwalificatie om mijn klant te helpen?”
• “Heb ik de menselijke capaciteit om de klantbehoefte op te pakken?”
• “Heb ik de juiste middelen voor passende ondersteuning beschikbaar?”
Als een dienstverlener een van deze vragen met 'nee' moet beantwoorden, doet hij er beter aan om door te
verwijzen.
Een financieel dienstverlener moet een geldig diploma hebben voor de onderwerpen waarover advies geven.
Van ‘advies’ is sprake als een medewerker een concrete aanbeveling van een nieuw product doet aan een
specifieke klant. De diplomaplicht geldt niet voor het beantwoorden van inhoudelijke vragen, waarbij geen
aanbeveling wordt gedaan of als deze vragen gaan over een product dat de klant al heeft afgesloten.
2. PROFESSIONEEL HANDELEN BIJ FRAUDESIGNALEN
FRAUDE
Als een klant met veel contant geld aan de balie komt, is het raadzaam om te checken waar dit geld vandaan
komt. Dit kan zijn door informatie die de klant geeft, maar er zijn ook verschillende preventieve maatregelen,
zoals detectieapparatuur voor de herkenning van valse biljetten.
Naast vrijwillige eigen maatregelen bestaan ook verplichtingen vanuit de wet, zoals de Wwft en Sw
WWFT EN SW
Klantmedewerkers hebben volgens de Wwft twee verplichtingen:
• Het doen van een clientonderzoek.
• Een meldplicht bij ongebruikelijke of verdachte transacties.
,Clientonderzoek
Voordat een organisatie een zakelijke relatie aangaat of een transactie laat plaatsvinden, moet ze de identiteit
van de klant vaststellen en controleren of de klant voorkomt op een sanctielijst. Op de sanctielijst kan vermeld
staan dat voor bepaalde personen of ondernemingen een verbod op financiële diensten bestaat of dat
tegoeden moeten worden bevroren.
Volgende documenten zijn toegestaan als identificatie:
• Geldig paspoort
• Geldige ID-kaart
• (reis)document voor vluchtelingen
Een kopie van een document is niet geldig. Ook een rijbewijs wordt niet overal geaccepteerd.
Niet alleen de identiteit van de klant maar ook die van de uiteindelijke belanghebbende (UBO) moet worden
vastgesteld en gecontroleerd.
Een UBO (Ultimate Beneficial Owner) is de natuurlijke persoon die uiteindelijk de controle heeft over een
onderneming, bijvoorbeeld door meer dan 25% van de winst- of stemrechten te bezitten. Een bedrijf kan
meerdere UBO’s hebben. Deze personen moeten worden geregistreerd in het UBO-register. --> uitwerking van
een Europese richtlijn, op deze manier is het inzichtelijk naar welke personen geldstromen gaan.
MELDPLICHT ONGEBRUIKELIJKE OF VERDACHTE TRANSACTIES
Naast de plicht tot het clientonderzoek heeft een klantmedewerker ook een meldplicht bij ongebruikelijke of
verdachte transacties. Aan de hand van indicatoren kan bepaald worden of er sprake is van een ongebruikelijke
transactie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen objectieve indicatoren en subjectieve indicatoren:
• Objectief: de klantmedewerker moet de transactie binnen 14 dagen melden bij FIU-Nederland.
De objectieve indicatoren voor de meldplicht bij banken zijn de volgende:
• geldtransfer van € 2.000,- of meer;
• contante omwisselingen naar andere valuta met een waarde van meer dan € 10.000,-;
• contante omwisselingen van kleine naar grotere biljetten, bij een totale waarde van
meer dan € 10.000,-;
• contante stortingen van € 10.000,- of meer;
• betalingen met een creditcard of prepaidkaart van € 15.000,- of meer;
• transacties met landen waarvoor een onaanvaardbaar risico geldt, zoals Iran en NoordKorea;
• witwastransacties die gemeld zijn bij politie of justitie
• Subjectief: de organisatie moet zelf beoordelen of de meldingsplicht geldt.
Afhankelijk van de feiten en omstandigheden moet de organisatie of klantmedewerker beoordelen of de
transacties mogelijk verband houden met witwassen of financiering van terrorisme.
TOEZICHTHOUDERS
De toezichthouders zijn De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten. De toezichthouders
hebben diverse bevoegdheden om op te treden bij overtredingen, zoals boetes uitdelen en opgelegde boetes
openbaar maken.
MEDEDELINGSPLICHT
Voor de klant geldt een mededelingsplicht, voornamelijk bij het aangaan van verzekeringen.
Verzekeren is het aangaan van een overeenkomst tussen een verzekeringsmaatschappij en een
verzekeringnemer. Daarbij dekt de verzekeringnemer een risico af dat hij zelf niet kan of wil dragen en draagt
dat daarom over aan de verzekeringsmaatschappij.
De mededelingsplicht, in art 7:928 BW, houdt in dat de klant bij een verzekeringsvraag uitdrukkelijk de vraag
krijgt voorgelegd of hij zaken heeft mede te delen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Ook de gevolgen voor het niet-mededelen zijn vastgelegd in de wet. Verzwijgt of liegt de klant? Dan heeft de
verzekeraar het recht om de verzekering stop te zetten. De verzekeraar mag dit doen binnen 2 maanden na de
ontdekking dat de aanvrager de mededelingsplicht niet is nagekomen.
, Voor medewerkers is het van belang om de klant op voorhand te attenderen op het belang van de
mededelingsplicht.
ONVOLLEDIGE EN/OF ONJUISTE DOCUMENTEN
Naast de mededelingsplicht, moet de klant ook volledige en juiste documenten aanleveren bij de beoordelaar.
Als een document niet volledig of niet juist is, hoeft dit niet meteen te betekenen dat de klant fraudeert. Ook
hier geldt dat een klantmedewerker professioneel moet handelen en niet gelijk de klant beschuldigd. Vraag
hier bijvoorbeeld of de klant een nieuw (correct) document verstuurd. De onvolledige en onjuiste documenten
worden niet doorgestuurd naar de beoordelaar, maar de medewerkers wacht tot hij de nieuwe documenten
ontvangt.
3. PROFESSIONEEL OMGAAN MET KLANTGEGEVENS
Veel organisaties werken dagelijks met persoonsgevoelige informatie en verstrekken deze aan derde. De
belangrijkste regels zijn vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
DOELEN AVG
• Het verbeteren van de privacyrechten van personen.
• Meer verantwoordelijkheden voor organisaties.
• Gelijke bevoegdheden voor alle Europese privacytoezichthouders.
Persoonsgegevens mogen niet zomaar worden verstrekt aan derden.
GRONDSLAGEN ORGANISATIES ONDER AVG
Een organisatie mag persoonsgegevens verwerken voor vastgestelde grondslagen. Als de grondslag ontbreekt,
mag de organisatie de persoonsgegevens niet verwerken. Bijvoorbeeld:
• De toestemming van de klant voor een of meer specifieke doeleinden.
• De noodzaak voor het sluiten of uitvoeren van een overeenkomst met de klant.
• De noodzaak om te voldoend aan een wettelijke verplichting die op de organisatie rust.
TOESTEMMING
De klant moet toestemming voor het verwerken van persoonsgegevens in vrijheid kunnen geven. Dit houdt in
dat de klant de toestemming altijd weer mag intrekken zonder dat aan die intrekking negatieve gevolgen zijn
verbonden. Een organisatie moet kunnen aantonen dat een klant toestemming heeft gegeven voor het
verwerken van zijn persoonsgegevens en hoe de klant die toestemming heeft gegeven.
De organisatie mag de gegevens alleen gebruiken voor een specifiek doel. Als de organisatie de gegevens wilt
gebruiken voor meerdere doeleinden, moet ze voor ieder doel opnieuw toestemming vragen.
OVEREENKOMST
Een financiële instelling of adviseur hoeft aan de klant geen toestemming te vragen als er sprake is van een
overeenkomst die het noodzakelijk maakt om die persoonsgegevens te verwerken.
WETTELIJKE VERPLICHTING
Sommige organisaties zijn verplicht om bepaalde persoonsgegevens te bewaren op basis van een wettelijke
bewaartermijn. Omdat dit wettelijk is geregeld, kan de organisatie hiervan niet afwijken.