Hoofdstuk 1
Diagnostiek is een onderzoeksproces dat gericht is op het doen van psychologische
uitspraken over personen. Dit proces bestaat niet alleen uit het afnemen van testen, maar
omvat ook het opstellen van rapportages en het voeren van een terugkoppelingsgesprek
met de cliënt.
Het psychodiagnostisch onderzoek heeft twee centrale doelen:
Nagaan of de cliënt op de juiste plek is voor hulp
Inzicht krijgen in de aard en ernst van de klachten
Binnen de psychologie zijn er verschillende beroepsrollen. Een basispsycholoog werkt altijd
onder supervisie, terwijl een gezondheidszorgpsycholoog (GZ-psycholoog) zelfstandig werkt
en BIG-geregistreerd is. Ook de klinisch (neuro)psycholoog en psychotherapeut vallen onder
deze wetgeving.
Een belangrijk inhoudelijk verschil is dat de GZ-psycholoog zich vooral richt op relatief
normale psychosociale problemen in relatie tot ziekte en gezondheid, terwijl de klinisch
psycholoog zich meer bezighoudt met ernstige en disfunctionele problematiek.
Aanvullende registraties of specialisaties kunnen zijn:
Basisaantekening Psychodiagnostiek
Psycholoog NIP
Seksuoloog of leefstijlcoach
Een gezondheidszorgpsycholoog richt zich vooral op:
- De aard en de ernst van de psychische klachten
- Het diagnosticeren van de ernst en de aard van somatische klachten bij somatisch
onverklaarbare klachten
- Psychosociale klachten bij ziekte en gezondheid
Een cliënt komt meestal in contact met de psycholoog via een verwijzing van de huisarts of
medisch specialist, waarbij de huisarts fungeert als poortwachter van de geestelijke
,gezondheidszorg. In sommige gevallen (zoals in de basis-GGZ) kan een cliënt zich direct
aanmelden, maar voor vergoeding is vaak alsnog een verwijzing nodig.
De behandeling door een gezondheidspsycholoog richt zich op het versterken van het
functioneren van de cliënt in relatie tot gezondheid en gedrag. Daarbij staan drie doelen
centraal:
Vergroten van kennis over ziekte en gevolgen
Motiveren tot gedragsverandering
Versterken van zelfzorg en coping vaardigheden
De doelgroep bestaat onder andere uit mensen met:
Chronische ziekten
Psychische klachten zoals eenzaamheid, rouw of pesten
Problemen rondom leefstijl, revalidatie of scheiding
De hulpverlening kan in verschillende vormen worden aangeboden. Dit varieert van volledig
zelfstandig tot intensief begeleid:
Zelfhulpinterventies
Blended care (combinatie van online modules en face-to-face contact)
Behandeling onder begeleiding van een professional
Soms is het nodig om gedurende het traject aanvullende diagnostiek te doen, dit is
voornamelijk het geval wanneer de behandeling stagneert of er nieuwe informatie naar
boven komt.
Binnen de psychodiagnostiek worden verschillende onderzoeksvormen gebruikt, afhankelijk
van de hulpvraag.
Intelligentieonderzoek wordt ingezet om inzicht te krijgen in het cognitief functioneren van
een cliënt, waaronder sterke en zwakke kanten. Veelgebruikte instrumenten zijn:
WAIS en WISC
Drenth-serie
DAT en Raven
Persoonlijkheidsonderzoek richt zich op het in kaart brengen van
persoonlijkheidskenmerken en de rol daarvan in het klachtenpatroon. Voorbeelden hiervan
zijn:
MMPI-2
NPV-2
, HEXACO
NEO-PI-R
Naast deze meer gestructureerde vormen bestaat er ook projectief onderzoek, waarbij
gebruik wordt gemaakt van relatief ongestructureerde taken. Het doel hiervan is om
informatie te verkrijgen die moeilijk via zelfrapportage of observatie naar voren komt.
Bekende voorbeelden zijn:
TAT
ZAT
Wanneer de hulpvraag betrekking heeft op cognitieve functies, wordt neuropsychologisch
onderzoek ingezet. Dit richt zich op functies zoals aandacht, geheugen, taal, motoriek en
perceptie. Voorbeelden van taken zijn:
Verbale leer- en geheugentaken
Stroop kleur-woordtaak
Behavioral Assessment of the Dysexecutive Syndrome
Tot slot is er probleemgericht onderzoek, dat gebruikt wordt om klachten verder uit te
diepen of om te screenen op aanvullende problematiek. Veelgebruikte instrumenten zijn:
BDI
SCL-90
UCL
Hoofdstuk 2
Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen experimenteel onderzoek en diagnostiek. In beide
gevallen staat het formuleren van een heldere onderzoeksvraag centraal, waarna via logisch
redeneren en het verzamelen van empirische gegevens een antwoord wordt gezocht. Het
belangrijkste verschil is echter dat experimenteel onderzoek gericht is op algemene kennis,
terwijl diagnostiek juist zoekt naar een uniek antwoord voor een individu of specifieke
groep.
Richtlijnen voor diagnostiek
Om diagnostiek op een verantwoorde manier uit te voeren, gelden een aantal belangrijke
richtlijnen:
Toets vermoedens aan gegevens en stel vooroordelen bij, indien nodig
Werk doelgericht en systematisch en let op patronen en consistentie