Voorraadgrootheid: financiële grootheid die je meet op een bepaald moment
Vermogen: bezittingen – schulden
Stroomgrootheid: financiële grootheid die de verandering in een bepaalde periode
weergeeft
(Primair) inkomen: beloning voor het beschikbaar stellen van de productie factoren
natuur, arbeid, kapitaal of ondernemerschap
Menselijk kapitaal: de kennis en vaardigheden die je kunt inzetten om goederen en
diensten te produceren
Verdiencapaciteit: de mogelijkheid om een inkomen uit arbeid te verdienen
Ruilen over de tijd: het uitstellen of vervroegen van consumptie
-> sparen: je steld je consumptie uit
-> lenen: je vervroegd je consumptie (prijs die je er voor betaald = rente)
, Sparen: het afzien van consumptie op een bepaald moment
Redenen om te sparen:
-zekerheidsmotief -> sparen uit voorzorg
-doelmotief -> sparen voor een doel
-vermogensmotief -> sparen voor de rente
Lenen: het naar voren halen van consumptie en later terugbetalen
Redenen om te lenen:
-om tegenslagen op te vangen
-om duurzame consumptiegoederen te kopen
-om een tijdelijk tekort op te vangen
Leningen
-consumptief krediet -> zijn bedoeld voor de aanschaf van consumptiegoederen
bv. Credit card, rood staan, persoonlijke lening
-hypothecaire lening -> lening met een onroerend goed als onderpand, meest gekozen
leenvorm voor het kopen van een huis
individuele prijs van tijd: de prijs die je bereid bent te betalen voor een lening
Algemene prijs van tijd: de rente die je betaalt voor een lening
Individuele prijs van tijd > algemene prijs van tijd ->lenen
Individuele prijs van tijd < algemene prijs van tijd -> sparen