1. Sustantivo = Zelfstandig naamwoord
El plural:
- Woorden die eindigen op de klinkers -A, -E, -O; hieraan moet “-S” worden toegevoegd.
TE KENNEN: la copa -> las copas, la mesa -> las mesas
- Woorden die eindigen op een medeklinker of op -Y, moeten worden aangevuld met “-ES”.
TE KENNEN: el papel -> los papeles, el pantalón -> los pantalones, la pared -> las paredes, el
corazón -> los corazones, el árbol -> el árboles, el rey -> los reyes, la ley -> las leyes,
jersey -> jerséis
- Woorden die eindigen op een beklemtoonde klinker krijgen de uitgang “-ES”.
TE KENNEN: el jabalí -> los jabalíes (het everzwijn), Excepciones : papás, mamás, sofás,
menús, champús
- Zelfstandige naamwoorden die eindigen op -S of -X:
Als het woord accentueel is (met de klemtoon op de laatste lettergreep), wordt
het meervoud gevormd door “-ES” toe te voegen.
TE KENNEN: el compás -> los compases
Woorden die eindigen op -S of -X en niet accentueel zijn, blijven ongewijzigd in
het meervoud, dat wil zeggen dat ze hetzelfde blijven en alleen het lidwoord het
aantal aangeeft. (Uitzondering: nationaliteit!!)
TE KENNEN: el viernes -> los viernes, el paréntesis -> los paréntesis, el análisis -> los
análisis, el brindis -> los brindis, la tesis -> las tesis, el clímax -> los clímax, PERO: el box
-> los boxes, el inglés -> los ingleses, el francés -> los franceses, el holandés -> los
holandeses, el portugués -> los portugueses, el japonés -> los japoneses
- Woorden die eindigen op -Z veranderen in –CES.
TE KENNEN: la nariz -> las narices, la vez -> las veces, el lápiz -> los lápices, la voz -> las voces
- Sommige zelfstandige naamwoorden die alleen in het enkelvoud voorkomen.
TE KENNEN: el este, el oeste, el norte, el sur, la sed, la salud
- Sommige zelfstandige naamwoorden die alleen in het meervoud voorkomen.
TE KENNEN: las vacaciones, las afueras
- Zelfstandige naamwoorden zonder vaste meervoudsvorm.
TE KENNEN: esquí -> esquís / esquíes
- Zelfstandige naamwoorden die geen meervoud hebben.
TE KENNEN: el café, el hielo, el carne, el té, la sed, el hambre, el descanso, la población, el
público, la policía, el equipaje
- Zelfstandige naamwoorden in enkelvoud of meervoud, maar semantisch gelijkwaardig.
TE KENNEN: los pantalones, las murallas
, - Zelfstandige naamwoorden in enkelvoud of meervoud, maar semantisch verschillend.
TE KENNEN: (la tijera -> de beitel < > las tijeras -> de schaar),
(el bien (morele waarde) < > los bienes (materiële bezittingen)),
(la Corte -> het Hof < > las Cortes -> het Parlement),
(la barba -> de kin < > las barbas -> de baard),
(la esposa -> vrouwelijke echtgenoot < > las esposas -> handboeien)
Género de los sustantivos (geslacht):
Diminutivo (verkleinwoord):
Veelgebruikte uitgangen (achtervoegsels):
-ito / -ita
-illo / -illa
Het kan betekenen:
iets kleins
iets liefs of schattigs
een versterking van betekenis
iets onbelangrijks of met negatieve nuance
1) Klein: Een voorwerp van kleine grootte.
Ejemplo: Tenemos una casita chiquitita → We hebben een piepklein huisje.
2) Lief / schattig / vriendelijk: Vaak gebruikt als uitdrukking van genegenheid.
Ejemplo: Elenita, ahorita voy → Elena, schat, ik kom er zo aan.
3) Versterkend (intensieverend): Soms maakt het de betekenis sterker (extra nadruk/emotie)
Ejemplo: Ven, pero rapidito → Kom gauw!, ¡Toditos los hombres! → Werkelijk alle mannen!
4) Negatief (met -illo / -illa): Soms klinkt het een beetje minachtend of onbelangrijk.
Ejemplo: Éste es un librillo sin importancia → Een onbenullig boekje.
,2. El artículo = lidwoord
Bepaalde artikelen = artikelen die verwijzen naar iets dat we kennen en kunnen identificeren.
Onbepaalde artikelen = artikelen die verwijzen naar iets dat we niet kennen of niet kunnen
identificeren.
Het bepaald lidwoord (el artículo definido) heeft ook een onzijdige vorm “lo”, die wordt gebruikt
met bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, bezittelijke voornaamwoorden of deelwoorden
om er een zelfstandig naamwoord van te maken.
Gebruik Voorbeeld Betekenis
lo + bijv. nw. lo bueno het goede
lo + bijwoord lo bien hoe goed…
wat van
lo + bezittelijk vnw. lo mío
mij is
het
lo + Vt. deelwoord lo prometido
beloofde
ZIE CHATGPT VOORBEELDZINNEN
Artículos contractos:
, 3. Los adjetivos = bijvoegelijke naamwoord
Los adjetivos ayudan a describir objetos :
Stof/leer Steen
VB: Es una mesa ovalada de madera
Colocación del adjetivo en la frase (Plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord in de zin):
1) Basisregel = komt achter het zelfstandig naamwoord te staan
VB: Es un piso pequeño. → Het is een klein appartement.
2) Er zijn bepaalde gevallen waarin het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord
staat.
Telwoorden en hoeveelheden (cuantificativos)
VB: El último día, Muchas horas, Pocos segundos, Algún día,…
Bezittelijke en aanwijzende woorden (posesivos y determinativos)
VB: Mi amigo, Aquel coche (die auto), Otro coche
Let op!
Gebruik geen "un/una" voor otro, medio, cierto:
❌ una otra casa → ✅ otra casa