Examenvoorbereiding eindexamen
Duur: 60 minuten
Hulpmiddelen: BINAS + rekenmachine
Niveau: centraal examenniveau 6 vwo
, Oefenvragen
Opgave 1 – Weerstand en vermogen
Een waterkoker werkt op een spanning van 230 V en heeft een vermogen van 2000 W.
Vragen
a. Bereken de stroomsterkte door de waterkoker.
b. Bereken de weerstand van het verwarmingselement.
c. De waterkoker staat 3,0 minuten aan. Bereken de elektrische energie in kWh.
Opgave 2 – Serieschakeling
Drie weerstanden zijn in serie geschakeld:
• (R_1 = 120 Ω)
• (R_2 = 330 Ω)
• (R_3 = 150 Ω)
De bronspanning is 12 V.
Vragen
a. Bereken de vervangingsweerstand.
b. Bereken de stroomsterkte in de schakeling.
c. Bereken de spanning over (R_2).
Opgave 3 – Parallelschakeling
Twee lampen zijn parallel aangesloten op een batterij van 9,0 V.
• Lamp A: (18 Ω)
• Lamp B: (36 Ω)
Vragen
a. Bereken de stroomsterkte door lamp A.
b. Bereken de stroomsterkte door lamp B.
c. Bereken de totale stroomsterkte die de batterij levert.
d. Bereken de vervangingsweerstand.
Opgave 4 – Elektrische auto
Een elektrische auto heeft een batterij met een capaciteit van 72 kWh.
De auto verbruikt gemiddeld 180 Wh per kilometer.
Vragen
a. Bereken hoeveel kilometer de auto theoretisch kan rijden.
b. De batterij wordt opgeladen met een laadpaal van 11 kW.
Bereken hoe lang volledig opladen duurt.
c. Leg uit waarom de werkelijke actieradius vaak kleiner is dan theoretisch berekend.