Examenvoorbereiding eindexamen
Duur: 60 minuten
Hulpmiddelen: BINAS + rekenmachine
Niveau: centraal examenniveau 6 vwo
, Oefenvragen
Oefentoets Magnetisme – Natuurkunde 6 VWO
Duur: 90 minuten
Hulpmiddelen: rekenmachine, BINAS
Deel A – Theorie
Vraag 1 – Magnetische veldlijnen (4 pt)
Een staafmagneet heeft een noord- en zuidpool.
a. Teken schematisch de magnetische veldlijnen rondom een staafmagneet.
b. Leg uit waarom veldlijnen elkaar nooit kruisen.
c. Waar is het magnetisch veld het sterkst?
Vraag 2 – Rechterhandregel (4 pt)
Een elektron beweegt horizontaal naar rechts door een homogeen magnetisch veld dat het
papier in gericht is.
a. Bepaal de richting van de Lorentzkracht op het elektron.
b. Leg uit waarom de richting voor een proton anders is.
Vraag 3 – Magnetische flux (3 pt)
Noem twee manieren waarop de magnetische flux door een spoel kan veranderen.
Deel B – Rekenen
Vraag 4 – Lorentzkracht op een elektron (6 pt)
Een elektron beweegt met een snelheid van:
v = 3,0 × 10^6 m/s
loodrecht door een homogeen magnetisch veld van:
B = 0,20 T
Bereken de grootte van de Lorentzkracht.
Gegeven:
q = 1,60 × 10^-19 C
Gebruik:
F=B×q×v
Vraag 5 – Straal van een cirkelbaan (7 pt)
Een proton beweegt loodrecht op een magnetisch veld van 0,50 T.
De snelheid van het proton is:
v = 2,4 × 10^6 m/s