Fysiologie 1, Casuïstiek vanuit de fysiologie
Fysiologie heeft invloed op je diagnostiek, je prognose en je behandeling.
- Diagnostiek Welke weefsels zijn betrokken bij het letsel, welke processen hebben
klachten veroorzaakt (overbelasting etc.)
- Prognose Welke factoren zijn van invloed op het herstel (hormonen, voeding etc.)
- Behandeling Op welke manier hebben interventies invloed op het menselijk lichaam.
Patiënten perspectief
- Verminderde mobiliteit Immobiliteit geeft veranderingen in de ROM van weke delen
(kapsel, spieren, pezen > bindweefsel)
- Afgenomen kracht Wegnemen van prikkels op de spieren veroorzaakt aanpassingen in de
eiwitketens.
- Gevoel van instabiliteit Neuromusculaire aansturing > spiersensoren, huidsensoren en
gewrichtssensoren. Samenwerking feedback en feedforward zijn erg belangrijk.
- Conditieverlies Musculair, cardiovasculair en respiratoir wordt minder getraind.
- Pijn Neurofysiologie.
Ieder soort weefsel heeft zijn eigen hersteltijd Dit hangt af van de samenstelling van het weefsel
en de doorbloeding etc.
Bijvoorbeeld peesweefselherstel 6 tot 8 weken. Je begint met collageen type 3 en je moet
eindigen bij collageen type 1.
Fysiologie 2, Neurofysiologie van acute pijn
Pijn = een zorgwekkende ervaring, die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging
en met sensorische, emotionele, cognitieve en sociale componenten.
Pijn ontstaat wanneer het brein waarschuwt voor mogelijk schade aan het weefsel
Oorzaken van acute pijn:
- Fracturen
- Dentale ingreep
- Buikpijn
- Ontstekingen
- Chirurgie
- Brandwonden
- Verrekking, verstuiking
, Acute pijn = Normale tijd van pijn, minder dan 1 tot 6 maanden.
Chronische pijn = Pijn die langer aanhoudt dan de normale genezingstijd van het weefsel (meestal
meer dan 3 maanden)
Nociceptieve pijn Pijn op de plek waar het weefsel beschadigd wordt. Het is pijn die goed
gelokaliseerd is vanwege de nocireceptoren.
Hyperalgesie Wanneer je meer pijn ervaart dan er eigenlijk aan de hand is.
Verwerking van pijn
- Transductie Neurogene signalen worden via het ruggenmerg naar hogere centra gestuurd,
waar ze als pijn worden ervaren.
- Transmissie Het proces waarbij de prikkels worden omgezet in een zenuwimpuls.
- Modulatie Het zenuwstelsel kan pijngevoeligheid veranderen door remming of facilitering.
Verschillende pijnvezels
- A delta en C vezels Reageren op de sterke pijnprikkels
- A delta vezels zijn gemyeliniseerd en C vezels zijn niet gemyeliniseerd
- A delta De eerste scherpe pijn
- C vezels De zeurende, langer aanhoudende pijn
Fysiologie 3 + 4, Prikkelparameters
Ontstekingsfase Duurt 0 tot 5 dagen
Ontstekingsverschijnselen Calor (warmte), Rubor (roodheid), Dolor (pijn), Tumor
(zwelling).
Vooral pijn op de voorgrond Vocht zorgt voor compressie en kan pijn geven.
Het activiteitenniveau veranderd door eventueel verstoring van het weefsel (bijvoorbeeld
een scheur in de achillespees). Ook wordt de plek waar de schade zit minder belast.
Ontstekingsfase behandeling
- P (protectie) = Om groter letsel op het aangedane weefsel te voorkomen.
- R (rust) = Lichaam heeft rust nodig in de ontstekingsfase voor herstel
- I (ijs) = Pijndemping, zwelling verminderen
- C (compressie) = Voorkomen van zwelling en ondersteuning bieden
- E (elevatie) = Boven het niveau van het hart voor pijndemping en zwelling verminderen.
Proliferatiefase 4 tot 21 dagen
Groei van nieuw weefsel. Kleine bloedvaatjes (capillairen) groeien in omliggende regio’s.
Groei van collageenvezel type 3 Niet sterk collageen.
Myofibroblasten verminderen de grootte van de wond (wondcontractie)
Proliferatiefase behandeling
- Hervatten van normale functies voor optimale weefselorganisatie en motorische controle.
- Belasten van het aangedane weefsel om de belastbaarheid te vergroten.
- Contracties, rekken, mobiliseren, massagetherapie voor tonusvermindering.
Remodelleringsfase 15 tot 365 dagen
Groei van collageenvezel type 1 Sterk collageen
De wond wordt volledig dicht gemaakt en het herstelproces wordt afgesloten.