Inhoudsopgave
AZ-CCU-1 Hoogcomplexe zorg voor zorgvrager met (acute) thoracale
pijnklachten...................................................................................................2
SA 1.1 Cardiologische aandoeningen..............................................................................2
..................................................................................................................................... 12
SA 1.2 Differentiaal diagnoses thoracale pijn................................................................12
SA 1.3 Congenitale aandoeningen................................................................................19
SA 2.1 Verdieping in het ECG........................................................................................ 22
AZ-CCU-2 Hoogcomplexe zorg voor zorgvrager met (acuut) hartfalen.............28
SA 1.1 Hartfalen............................................................................................................ 28
SA 1.2 - Farmacologie en hemodynamiek.....................................................................33
AZ-CCU-3 Hoogcomplexe zorg voor zorgvrager met (acute) ritme- en
geleidingsstoornissen...................................................................................36
SA 1.1 - De externe pacemaker....................................................................................36
SA 1.2 - Inwendige devices........................................................................................... 39
SA 2.1 - Verdieping in het ECG 2...................................................................................42
AZ-FO-11 Zorgvrager met (dreigend) cardiorespiratoir arrest.........................47
,AZ-CCU-1 Hoogcomplexe zorg voor
zorgvrager met (acute) thoracale
pijnklachten
SA 1.1 Cardiologische aandoeningen
Benoemt wat de indicaties zijn voor opname bij een patiënt met
een cardiologische aandoening;
- ACS
- Ritme- en geleidingsstoornissen
- DC
- Klepproblemen
- Hemodynamische instabiliteit
- Complicatie na interventie
Benoemt de kenmerken, gevolgen/complicaties en behandeling
van onderstaande cardiologische aandoeningen:
ONTSTEKINGEN HART
Endocarditis
Is een ontsteking van het endotheel van het hart of de oppervlakte van de
hartklep. Wordt vaak veroorzaakt door bacteriën of schimmels.
Bij endocarditis stigmata zijn er splinterbloedingen te zijn bij de nagels, op
vingers/voeten en in oog. Kan zorgen voor geleidingsstoornissen (AV-blok),
embolische complicaties, hartfalen en ongecontroleerde infecties (laatste
drie zijn indicatie voor korte-termijn chirurgie).
De mortaliteit ligt tussen de 10 en 30%. Bij sommige ingrepen wordt
daarom preventief antibiotica gegeven.
Pericarditis
Ontsteking van het hartzakje. Het heeft vaak een virale oorzaak maar kan
ook komen door maligniteit, post-infarct. Gaat vaak gepaard met pijn bij
bepaalde houding of zit vast aan de ademhaling. Bij ausculteren kan er
pericardwrijving gehoord worden. TTE is belangrijk hierbij omdat er kans is
op pericardeffusie (en daarmee tamponade). Bij pericardeffusie wordt het
hart ‘ingedeukt’, met name de rechterkant (dunnere spierwand). Er is
daardoor minder inhoud en dus ook minder output rechts minder
aanbod links minder output links obstructieve shock.
Op het ECG is bij pericarditis overal wat elevatie te zien met slurring in het
ST-segment, in AVR en V1 ST-depressie en een PT-a depressie.
Behandeling: colchicine en ibuprofen. Antibiotica als het o.b.v. een
bacterie is.
Pericarditis constrictiva (pansterhart) = beperking van diastolische functie
door stug pericard ten gevolge van littekenvorming door herhaaldelijk
pericarditis.
Myocarditis
,Ontsteking van de hartspier. Het kenmerkt zich door hartfalen en
aritmieën. Om het vast te stellen kan een TTE en een MRI (door
oedeemvorming bij myocarditis) gemaakt worden. Soms kan een biopt
genomen worden en soms kan je verandering op het ECG zien. Kan vaak
niet behandeld worden omdat het vaak een virale oorzaak heeft.
KLEPAANDOENINGEN
Stenose = in geopende fase is er een belemmering van de uitstroom van
het bloed.
Insufficiëntie = in gesloten fase lekt er bloed terug
Aortaklepstenose
Kan komen door een aangeboren afwijken, acuut reuma of degeneratieve
vorm van secundaire verkalking.
Door AOS ontstaat er linkerventrikelhypertrofie, dit vraagt meer O2. De
einddiastolische druk in het ventrikel neemt toe, maar daalt in de aorta
waardoor er een verminderde perfusie van de coronairen is. Er kan dus
POB ontstaan of klachten van ACS kunnen eerder aan het licht komen.
Door de verhoogde einddiastolische druk kan er dyspneu ontstaan. Bij
inspanning kan door vasodilatatie collaps optreden omdat het vaatstelsel
niet voldoende gevuld kan worden.
Op het ECG kan linkerventrikelhypertrofie gezien worden.
Aortaklepinsufficiëntie
Kan komen door acuut reuma, endocarditis, aangeboren afwijking,
Syndroom van Marfan, dissectie van aorta door sclerose, syfilis.
Tijdens de diastole lekt er bloed van de aorta terug de linker ventrikel in.
De druk in de aorta daalt en in het ventrikel stijgt die. Het verschil tussen
de systole en de diastole wordt zo steeds groter. Er ontstaat ook hierbij
een linkerventrikelhypertrofie.
Mitralisklepstenose
Wordt veroorzaakt door acuut reuma de slippen vergroeien door een
ontstekingsproces. Ook de chordae kunnen vergroeien. De slippen en
kleppen kunnen hiernaast ook verkalken. De opening kan dan i.p.v. 4-6cm,
2 cm zijn.
De druk in het linkeratrium stijgt en door de stenose wordt de atriale kick
nog belangrijker. Als er AF ontstaat ontbreekt die kick, neemt de CO af en
ontstaat er longstuwing. Door het vergrote atrium kan er ook sneller een
longembolie ontstaan.
Op ECG kan p-mitrale te zien zijn.
Mitralisklepinsufficiëntie
Wordt veroorzaakt door acuut reuma, dilatatie klepring door LVH,
beschadiging van de klep, sclerose klepring, infarct waardoor disfunctie
papillairspier, papillairspierruptuur.
Tijdens de systole lekt er bloed terug het linker atrium in. In de diastole
stijgt het volume aanbod van de linker ventrikel waardoor er
volumebelasting ontstaat en er meer druk in de longcirculatie komt. Er kan
hiertegen een MVP of MVR gedaan worden.
, Tricuspidalisklepinsufficiëntie
Dit is vaak secundair aan verhoogde pulmonaaldrukken, maar kan ook
komen door acuut reuma, endocarditis of een infarct. Er is extra druk op
de rechter ventrikel en er is dilatatie waardoor de annulus
(bindweefselkring rondom klep) ook dilateert en de klepbladen elkaar niet
meer kunnen bereiken. Er kan daardoor rechts hartfalen ontstaan.
ACS
ACS wordt veroorzaakt door het ontstaan van ‘fatty streaks’ die na een tijd
dikker worden. Er komen vervolgens monocyten/macrofagen op af die
proberen de plaque op te nemen waardoor een ontstekingsreactie
optreedt. De randen van die plaque worden instabiel en kunnen scheuren.
Daar komen vervolgens bloedplaatjes heen en gaan een stolsel vormen,
dit vormt dan een obstructie. Er is dan zuurstoftekort van de hartspier
(cardiale ischemie), waardoor pijn op de borst ontstaat.
Instabiele angina pectoris
IAP kan ontstaan door een plaqueruptuur, trombose of een spasme. Soms
heb je tijdelijk ST-elevatie, maar geen stijgende enzymen, dit is een
dreigend infarct.
Prinzmetal-angina pectoris is AP t.g.v. spasmen.
(Acuut) myocard infarct (rechterventrikelinfarct, posteriorinfarct,
hoofdstamstenose)
Complicaties: shock, ritme- en geleidingsstoornissen, klep insufficiënties,
vrije wand ruptuur, ventrikelseptumruptuur, tamponade, hartfalen, CVA
(door stilstaan van deel van de spier), schade aan epicard waardoor
pericarditis. Er kunnen bij shock orgaanstoornissen ontstaan (met name
nieren en lever).
Beschrijft welke relatie er bestaat tussen bovengenoemde
cardiologische aandoeningen en de hemodynamiek van de patiënt
(urgentiebepaling);
Beschrijft de gevolgen van de bovengenoemde cardiologische
aandoeningen op de orgaansystemen;
Met name het stollingssysteem is betrokken.
Bij complicaties kunnen alle andere orgaansystemen betrokken raken.
Beschrijft de specifieke labwaarden die typerend zijn bij
bovenstaande cardiologische aandoeningen;
BIJ ACS
- Troponine eiwitten afkomstig uit de hartspier
- CK (creatinekinase) enzym in spiercellen, dus gaat over
spierverval.
- CK-mb spierverval typisch voor het hart. Mb moet 5-10% van CK
zijn om representatief te zijn voor het hart.