Genoom = 25 000 genen
= genotype in alle cellen identiek
fenotype = uitzicht, kenmerken, functie van de cel
250 verschillende celtypes verschillend fenotype MAAR een gelijk genotype
AAN / AF zetten van genen
Specialisatie/differentiatie
250 verschillende celtypes 25 000 genen
Gen voor myosine Gen voor Hb
Rode bloedcellen AF AAN
Spiercel AAN AF
Huishoudgenen = in al onze cellen (normale structuur/bouw/functie)
Gespecialiseerde cellen = per cel heel specifiek en anders bij elke soort cel (hangt af van celtype)
Signalen van buitenaf bepalen de genexpressie
o De verschillende celtypen van een meercellig organisme bevatten hetzelfde DNA
o Verschillende celtypen produceren verschillende sets eiwitten
o Een cel kan de expressie van haar genen aanpassen als reactie op externe signalen
o Genexpressie kan in verschillende stadia worden gereguleerd, van DNA tot RNA tot eiwit
Primair mRNA (bij RNA transcript in figuur)
Pre mRNA gaat een aantal modificaties moeten doorgaan: 3
- Capping (aan 5’ uiteinde)
- Poly adenisatie
- Splicing (verwijderen introns en aan elkaar koppelen exons)
Matuur / secundair mRNA gaat doorheen kernporie en komt terecht in cytosol/cytoplasma proces
van translatie
Deeltje van mRNA in stap 4 kan al worden afgebroken voordat het overgaat naar translatie als bv blijkt
dat we teveel mRNA hebben
Stap 5: proces van translatie (mRNA omzetten naar een eiwit)
Deel van die eiwitten kan je ook een degeneratie hebben van eiwitten als er teveel zijn
Proteasomen = cilinders die eiwitten labelen zodat die worden afgebroken (degeneratie eiwit)
Stap 7: opvouwing eiwit primaire naar 3D structuur naar functioneel eiwit
Stap 1 = hier het belangrijkste = regulatie van proces van transcriptie
Stap 1: transcriptie regulatoren = eiwitten en deze gaan gaan binden op regulatorische DNA sequenties
activatoren: AAN
repressoren: AF
o Transcriptieregulatoren binden zich aan regulerende DNA-sequenties