In membraan hebben we receptoren daar bindt een ligand op binding start proces (heel divers:
bv groeifactor stelt cel aan om te groeien, bv factor die invloed heeft op hormonen, etc)
1. Ontvangen van informatie
2. Import/export mechanisme (h12)
Passief transport: gaat in onze cellen door en volgt de wetten van de fysica geen ATP nodig
Bv osmose, diffusie (gaan door buiten en binnen onze cel)
Actief transport: tegen de wetten van de fysica in
wel ATP nodig
Transport met / zonder hulpeiwitten
- Carriereiwitten = actief OF passief transport
- Membraanpompen = gespecialiseerd carriereiwit = actief transport
- Kanaaleiwitten = passief transport
3. Capaciteit voor beweging en expansie
Kern en mitchondriën hebben dubbele kern
Golgi-apparaat en ER gekoppeld aan elkaar
(B) half vloeibaar mozaïekmodel
Lipiden zorgen voor vloeibaarheid 50%
Cholesterol zorgt ervoor dat die vloeibaarheid wat beperkt wordt (half) => stevigheid
Mozaïek: eiwitten 50%
2 uitzonderingen
1) Binnenste membraan mitochondria
ETS / ATPsynthase
Meer eiwitten dan lipiden
2) Membraan van de cellen van Schwann
Vormt myelinelaag rond het axon in het perifeer zenuwstelsel
Dendrieten + cellichaam + axon (lange smalle uitloper) + eindknopje (synaps)
Cel van Schwann is ronde cel met kern gaat zich gaan afplatten (langwerpig) en gaat zch rond dat
axon draaien
En tussen deze cellen op het axon zitten de knopen van Ranvier
Meer lipiden dan eiwitten
Lipiden hebben een isolerende functie + saltatorische impulsgeleiding
In je neuron: singaal doorgeven vanuit cellichaam naar eindknopjes
Als je dan isolerende laag hebt ga je die onverstoord kunnen doorgeven
Sprongsgewijze signaaloverdracht
h12
o Membraanlipiden vormen dubbellaagjes in water
, (A) choline / serine / ethanolamine
Verzadigde keten onverzadigde keten heeft 1 of meer dubbele bindingen en zorgt voor een knik in
de keten
OH groep is hydrofiel
Glycolipide (rechts) : je hebt hier suikerresidu’s
(belangrijk voor vorming glycocalix of
suikermantel)
(links) stabiliteit van water herstellen (H-bruggen gevormd)
(midden) hydrofoob in water: veel H-bruggen verbreken
(rechts) triglyceriden = glycerol + 3 vetzuren veresteren
vetcellen = adipocyten
Reserve aan vetzuren: heeft te maken met energie (andere: energievoorraad voor lever-/spiercel:
glycogeen = glucose x keer)
isolerende functie: lichaamstemperatuur constant houden
bescherming van de organen