o Eukaryote cellen bevatten een basisset van door membraan omgeven organellen
Heel wat organellen omgeven door een membraan
Dubbele membraan: kern + mitochondriën
Cytosol ook als een organel aanzien
Kern: bevat genetisch materiaal: proces van DNA
replicatie en RNA synthese
ER: synthese lipiden en eiwitten
Eiwitten gaan verder naar Golgi-apparaat om daar
verder afgewerkt te worden
(chloroplasten niet)
Peroxisomen: toxische elementen worden daar
afgebroken
Levercel of hepatocyt
Zeer hoog metabolisme want in de lever gaan er
zeer veel chemische processen door
Hoog metabolisme hoge concentratie aan ATP
nodig veel mitochondria nodig
Je gaat hoge waarden aan mitochondriën hebben in
de:
Levercel
Spiercel
Spermacel
Aantal mitochondria altijd gekoppeld aan de ATP synthese
o Door membranen omgeven organellen ontstonden naarmate cellen groter werden
o Eiwitten worden via 3 mechanismen naar organellen getransporteerd
, 3 mechanismen voor het sorteren van
eiwitten
Synthese van eiwitten: 2 plaatsen
Vrije ribosomen
Ribosomen gebonden op het RER
1. Transfer van eiwitten gemaakt in cytosol naar je kern
Signaalsequentie (ss) nodig voor de kern
Eiwit wordt niet ontvouwen
gebruik van een kernporie
2. Transfer van eiwitten naar mitochondria , ER en peroxisomen
Voor alle drie een ss nodig
Mitochondria + ER: eiwitten moeten wel ontvouwen
Peroxisomen: niet ontvouwen
gebruik van eiwittransportmoleculen
(eiwitten naar chloroplast niet)
3. Mechanisme van blaasjestransport
ER Golgi naar buiten OF naar een ander organel
Buiten binnen
blaasjestransport
Geen ss
V en T merkers (V thv blaasje + T thv target)
o Signaalsequenties leiden eiwitten naar het juiste compartiment
Lengte ss = 15 – 20AZ
Lengte heeft niet bepaald een belang maar wel
de eigenschappen van de AZ!!
Experiment op DNA niveau van 2 eiwitten
1) DNA eiwit voor cytosol
2) DNA eiwit voor ER
Hier heb je DNA van een ss voor het ER
Men heeft dat DNA van de ss van het ER afknippen en gaan plaatsen aan het DNA voor het eiwit dat
naar het cytosol moet