Waarom sociologie
- Bronwetenschap van de criminologie
- Objectenwetenschap; criminaliteit is de verbindende factor binnen verschillende
wetenschappen.
Sociological imagination: sociologisch perspectief en sociologische verbeeldingskracht
Sociologisch perspectief
- Het algemene in het bijzondere: algemene patronen ontdekken in specifieke gevallen
o Voorbeeld: zelfmoordstudie Emile Durkheim
Hoger zelfmoordcijfer onder mannen, protestanten, ongehuwden en
welvarende
Durkheim: oorzaak is minder sociale banden/sociale integratie
waardoor minder sociale cohesie.
- Het ongewone in het bekende: het zien van de invloed van sociale structuren op
individuen. Ter discussie stellen van wat wij als normaal beschouwen.
o Voorbeeld: studiekeuze. De vrije keuze die je maakt door invloed vanuit de
samenleving.
Sociologische verbeeldingskracht (Mills)
- Transformeren van persoonlijke problemen tot maatschappelijke vraagstukken.
o Voorbeeld: armoede, criminaliteit, verslaving.
o Maatschappelijk component aanhangen.
o Rol van geschiedenis op biografie
Bijvoorbeeld corona, belang van technologie in de samenleving op de
arbeidsmarkt, het dagelijks leven.
- Socioloog als mythejager
Opkomst van de sociologie
- Ontstaan en ontwikkeling door grote sociale veranderingen en processen.
o Industrialisering
o Urbanisatie: groei van steden
o Democratisering: politieke veranderingen
- Denken over de samenleving: klassieke filosofen China, Griekenland.
- Comte: sociologie in drie fases
o Theologische fase: de samenleving wordt als iets goddelijks gezien.
o Metafysische fase: oorsprong in de natuur
o Wetenschappelijke fase: de samenleving door de wetenschappelijke methode
geanalyseerd. Opkomst positivisme.
- Historische context
o Renaissance (15e – 16e eeuw)
o Reformatie (16e eeuw)
o Verlichting (17e – 18e eeuw)
- Modernisering: proces van sociale veranderingen, in gang gezet door industrialisering
- Berger: verdwijnen kleine traditionele gemeenschappen (urbanisatie). Uitbreiding
individuele keuzemogelijkheden (individualisering). Grotere sociale diversiteit.
,Analyseniveaus
- Macro
o Focus op samenleving als geheel
o Totaalbeeld van sociale structuren in de samenleving
- Meso
o Focus op middelgrote analyse-eenheden
o Groepen
- Micro
o Focus op individuen
o Interacties
Perspectief en theorie
- Theoretische benadering/perspectief
o Fundamenteel beeld van de samenleving dat als richtsnoer dient voor theorie
en onderzoek.
o Daarbinnen: allemaal theorieën.
- Theorie
o Stelsel van uitspraken die met elkaar samenhangen
o Verklaart de sociale werkelijkheid
o Toetsbaar door middel van onderzoek
Structureel functionalisme
- Samenleving wordt gezien als complex systeem, waarbinnen alle onderdelen een
functie hebben
- Belang solidariteit en stabiliteit
- Focus op sociale structuur en sociale functies.
- Hoofdpersonen: Comte, Durkheim, Spencer.
- Merton:
o Manifeste functie: onderkend en beoogd gevolg
o Latente functie: niet-onderkend en onbedoeld gevolg
o Sociale disfunctie: sociaal patroon dat functioneren samenleving verstoort.
Functioneel voor een onderdeel, maar niet voor de hele samenleving.
- Maatschappijbeeld: consensus
- Analyseniveau: Macro
- Kritiek op structureel functionalisme
o Conservatief
o Geen oog voor conflicten en problemen (want gericht op consensus)
o Gebruik van algemene categorieën. Geen afwijking voor individuele situaties.
Conflictbenadering
- Samenleving wordt gezien als constant strijdtoneel
- Arena van ongelijkheid, conflicten en veranderingen
- Hoofdpersonen: Marx, Engels, Chambliss, Dahrendorf.
- Activistische wetenschap: wetenschap moet sociale werkelijkheid ook veranderen.
- Focus op ongelijkheid en dominante en ondergeschikte groepen.
- Sekseconflict en rassenconflict: voorbeelden
- Maatschappijbeeld: conflict
, - Analyseniveau: macro
- Kritiek op conflictbenadering
o Weinig oog voor eenheid/consensus binnen een samenleving
o Gebrek aan wetenschappelijke objectiviteit
o Gebruik van algemene categorieën, waardoor je details mist op micro niveau
Symbolisch interactionisme
- Samenleving wordt gezien als resultaat van interacties
- Werkelijkheid wordt gecreëerd door interpretatie en definitie van de situatie binnen
sociale interactie
- Hoofdpersonen: Weber, Simmel, Mead en Goffman
- Samenleving is een proces
- Werkelijkheid is veranderlijk en verschilt per persoon
- Focus op betekenis geven door individuen en gebruik van symbolen.
- Maatschappijbeeld: interactie
- Analyseniveau: microniveau en soms meso
- Kritiek op symbolische interactionisme
o Door nadruk op individuen weinig oog voor structurele context op
samenlevings (macro) niveau
o Door nadruk op veranderlijkheid en interpretatie weinig oog voor langdurige
structuren.
Rationele keuzebenadering
- Samenleving resulteert vanuit nutsmaximalisatie voor individuen
- Economische benadering. Mensen zijn gericht op het hoogste genot en de laagste
kosten: kosten-baten afweging
- Focus op afwegingen van mensen en ruilrelatie
- Mensbeeld: vrij wil, rationele actor
- Analyseniveau: micro/macro
- Kritiek op rationele keuzebenadering
o Geld wordt te belangrijk gemaakt
o Tautologie: verklaart door zichzelf
o Gaat voorbij aan machtsrelatie die vrije keuze beperken.
Drie onderzoeksbenaderingen:
- Positivistische sociologie
- Interpretatieve sociologie
- Kritische sociologie
Positivistische sociologie
- Empirisch: onderzoek op basis van systematische, waarneembare gegevens
- Objectiviteit, meten is weten
- Veelal kwantitatief onderzoek
- Gekoppeld aan structureel functionalisme en rationele keuze
- Kritiek: volledige objectiviteit onmogelijk.
, Interpretatieve sociologie:
- Onderzoek naar betekenissen, interpreteren
- Subjectiviteit, Verstehen (Weber)
- Veelal kwalitatief onderzoek
- Gekoppeld aan symbolisch interactionisme
- Kritiek: slecht repliceerbaar / generaliseerbaar
Kritische sociologie
- Noodzaak tot sociale verandering
- Moraliteit, waardeoordelen
- Activistisch Strategie om sociale verandering te bewerkstelligen
- Gekoppeld aan conflictbenadering
- Kritiek: Wetenschap als politiek instrument.