Week 1 3
Hoorcollege - Week 1 3
Compendium van het personen-en familierecht 2024 afstamming (ook voorgeschreven in week 6) 5
Kroniek van het personen- en familierecht en het jeugdrecht 7
Week 2 9
Hoorcollege - Week 2 9
Erfenis van onrecht 12
Het kind van de rekening 13
Over de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming 14
Gesloten jeugdhulp anno 2025 15
Week 3 17
Hoorcollege - Week 3 17
S.F.M. Wortmann & J. van Duijvendijk-Brand, Compendium Personen- en familierecht, Deventer: Kluwer 2024, hoofdstuk
12 over gezag, uitsluitend nr. 128-133 19
T.C.P. Christoph & A.M.E. Derks, ‘Verhuizingen zonder kinderen, toch met toestemming?!’, EB 2024/1, p. 1-7 22
L. Kostense, ‘Een systematische rechtspraakanalyse van het beoordelingskader in verhuiszaken: De verhuiscriteria een
uniformerend instrument?’, REP 2025/4, p. 29-39 24
L. Kostense, ‘‘Van moederkloek tot kosmopolitisch bestaan’: Verslag van het landelijke Verhuiscongres van 6 december
2023’, REP 2024(2), p. 45-51 26
Stelling 1 - Een regeling voor verantwoord draagmoederschap 27
Stelling 1- Een vroege rechtelijke toets bij draagmoederschap. Voorkomen is beter dan genezen? 28
Stelling 2 - MvT Consultatieversie meerouderschap 30
Stelling 2 - Meerouderschap en de familierechtelijke betrekking 32
Stelling 3 - Verhuizen met kinderen zonder toestemming 34
Week 4 35
Hoorcollege - Week 4 - 1.0 35
Hoorcollege - Week 4 - 2.0 37
C. Forder - Hoofdstuk 15 Kinderbeschermingsmaatregelen 40
HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:218 (accepteren noodzakelijke zorg) 41
HR 1 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1148 (toetsing perspectiefbesluit) 42
EHRM 15 april 2025, 45644/18 (Van Slooten t. Nederland), EHRC updates annotatie M.R. Bruning 43
J.I. Huijer, ‘Van Slooten’, FJR 2026/10; 44
M.R. Bruning - Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing 45
D. Verkroost - Rechtsbescherming bij drangtrajecten 46
K.A.M. van der Zon - De Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen geëvalueerd 47
J. uit Beijerse - Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk - par. 6.1 t/m 6.3 & par. 7.1 t/m 7.4 49
Y.N. van den Brink - Tussen strafrecht en hulpverlening 58
Stelling 4 - De ondertoezichtstelling van een nog niet-levensvatbare foetus 60
Stelling 5 - De aanvaardbare termijn in jeugdbeschermingszaken 62
Stelling 5 - De Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen geëvalueerd - uitsluitend par 3.2 63
Stelling 6 - Ontwikkelingen rondom samenplaatsing van broers en zussen bij uithuisplaatsing 64
Week 5 65
Stelling 7 - De strafmaat voor jeugdige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in internationaal perspectief 65
Stelling 8 - General Comment No. 24 – nieuw elan voor het jeugdstrafrecht? 67
Week 6 68
1
, Hoorcollege - Week 6 68
Rapport Staatscommissie Herijking ouderschap, Kind en ouders in de 21ste eeuw (2016), uitsluitend p. 32-46. 71
M.J. Vonk, ‘Een familieportret: broers, zussen, vreemden’, AA 2024, p. 40-43. 75
Hoge Raad 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1337 (Valkenhorst I). 77
Hof Arnhem Leeuwarden 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8328 (OTS afstammingsvoorlichting en
identiteitsontwikkeling). 78
Rechtbank Zeeland-West Brabant 19 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:6265 (Adoptie en statusvoorlichting); 79
L.A. van Roermund, ‘De kunstmatige baarmoeder komt eraan. Noodzaak om te anticiperen op toekomstige uitdagingen
voor het afstammingsrecht’, NJB 2025/2161. 80
Week 7 81
Hoorcollege - Week 7 81
Werkgroep opgaves 88
Werkgroep 1 88
Stelling 1 88
Stelling 2 90
Stelling 3 91
Werkgroep 2 94
Stelling 4 94
Stelling 5 95
Stelling 6 96
Werkgroep 3 99
Stelling 7 99
Stelling 8 100
Artikelen 104
Deze samenvatting is gemaakt voor Jeugdrecht I en bevat de stof uit de hoorcolleges, werkgroepen,
voorgeschreven literatuur, jurisprudentie en de bijbehorende literatuur van de besproken stellingen tijdens de
werkgroep. Aan het einde van de samenvatting staat bovendien een overzicht van alle genoemde wetsartikelen.
Dat overzicht kan helpen bij het markeren van je wetboek en bij het snel terugvinden van relevante bepalingen
tijdens het leren.
De samenvatting lijkt op het eerste gezicht vrij lang, maar dat komt mede doordat iedere literatuurtekst, elk
hoorcollege en iedere werkgroepopgave een begint op een eigen pagina. Daardoor lopen de onderdelen niet direct
onder elkaar door en ontstaan er soms wat kortere pagina’s. De lengte zegt dus niet automatisch iets over de
hoeveelheid tekst per onderdeel.
Voor het overzicht zijn verschillende kleuren gebruikt:
● Rode tekst bevat vaak de kern of de essentie van een arrest.
● Groene tekst bevat de antwoorden bij de werkgroepopgaven.
● Zwarte tekst wordt gebruikt voor steekwoorden of korte kernzinnen.
● Lichtblauw tekst ziet op de werkgroepopgaven.
● Oranje tekst geeft arresten aan.
● Groen tekst ziet op de hoorcolleges.
● Geel tekst ziet op de voorgeschreven literatuur.
2
,Week 1
Hoorcollege - Week 1
Het jeugdrecht draait in belangrijke mate om de verhouding tussen juridische en feitelijke relaties. In het
afstammingsrecht gaat het om de familierechtelijke betrekking tussen kind en ouder, geregeld in art. 1:197 BW.
Daarnaast speelt het begrip “family life” uit art. 8 EVRM een belangrijke rol. Dit ziet op de feitelijke band tussen
personen, een nauwe persoonlijke betrekking, die ook kan bestaan zonder juridisch ouderschap. Dit onderscheid
tussen juridisch ouderschap en feitelijke relaties is fundamenteel.
Binnen het afstammingsrecht moet je verschillende typen ouders goed uit elkaar houden.
1. De juridische ouder is degene die volgens de wet als ouder wordt erkend;
2. De biologische vader is degene van wie het genetisch materiaal afkomstig is, waarbij onderscheid wordt
gemaakt tussen donor en verwekker;
3. Daarnaast is er de sociale ouder, die het kind feitelijk verzorgt en opvoedt;
4. Ook bestaan specifieke categorieën zoals de meemoeder, de vrouwelijke partner van de moeder, en de
instemmende levensgezel, die toestemming heeft gegeven voor de conceptie.
Het juridisch ouderschap ontstaat op verschillende manieren.
1. Voor de moeder geldt op grond van art. 1:198 BW dat de vrouw uit wie het kind geboren is van
rechtswege moeder is of diegene die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd/ gp heeft met
de vrouw uit wie het kind is geboren, mits dit kind is verwekt m.b.v. een onbekende donor (+ verklaring).
2. Daarnaast kan moederschap ontstaan via erkenning, gerechtelijke vaststelling of adoptie.
3. Voor de vader geldt op grond van art. 1:199 BW dat hij juridisch ouder wordt als hij gehuwd is met de
moeder of via erkenning, gerechtelijke vaststelling of adoptie.
Juridisch ouderschap is dus niet altijd afhankelijk van biologische afstamming.
In sommige gevallen kan juridisch ouderschap worden ontkend, bijvoorbeeld wanneer iemand niet de biologische
ouder blijkt te zijn. Dit is geregeld in art. 1:200 BW voor vaderschap en art. 1:202a BW voor moederschap. Dit
biedt een correctiemechanisme wanneer juridisch ouderschap niet overeenkomt met de biologische werkelijkheid.
Erkenning speelt een centrale rol binnen het afstammingsrecht. Dit is een formele verklaring waarmee iemand
juridisch ouder wordt, geregeld in art. 1:203 en 1:204 BW. Hiervoor is in beginsel toestemming nodig van de
moeder en soms van het kind. Belangrijk is dat erkenning geen biologische band vereist en geen terugwerkende
kracht heeft. Wanneer toestemming wordt geweigerd, kan de rechter vervangende toestemming verlenen. Dit
kan bijvoorbeeld wanneer de erkenner de verwekker is of een biologische vader met “family life”, of wanneer
sprake is van een instemmende levensgezel (art. 1:204 lid 3 en 4 BW). Ook is er een vernietigingsmogelijkheid aan
de hand van art. 1:205 (vaderschap) /1:205a BW (moederschap).
Daarnaast bestaat de mogelijkheid van gerechtelijke vaststelling van het ouderschap (art. 1:207 BW). Dit houdt in
dat iemand tegen zijn wil juridisch ouder kan worden gemaakt, bijvoorbeeld de verwekker. Dit werkt met
terugwerkende kracht en kan alleen worden verzocht door de moeder of het kind, niet door de ouder zelf.
Een belangrijk onderscheid dat je altijd moet maken op het tentamen is dat tussen ouderschap en gezag. Juridisch
ouderschap betekent niet automatisch dat iemand gezag heeft. Gezag, geregeld in art. 1:247 BW, omvat het recht
3
, en de plicht om een kind te verzorgen en op te voeden, en ziet ook op vertegenwoordiging en vermogensbeheer.
Gezag heeft betrekking op de persoon van de minderjarige, het bewind over zijn vermogen en zijn
vertegenwoordiging in en buiten rechte art. 1:245 lid 4 BW.
Gezag kan bij ouders liggen, maar ook bij niet-ouders (voogdij), en kan eenhoofdig of gezamenlijk zijn. (art. 1:245
lid 3 BW) Dit onderscheid is vaak doorslaggevend in casusvragen.
Tot slot zijn er verschillende belangrijke ontwikkelingen binnen het jeugdrecht. Op dit moment geldt dat een kind
maximaal twee juridische ouders en twee gezagsdragers kan hebben. Er zijn echter voorstellen om
meerouderschap en meeroudergezag mogelijk te maken, evenals een wettelijke regeling voor draagmoederschap.
Ook wordt gewerkt aan verlaging van de leeftijd waarop kinderen worden gehoord naar acht jaar en aan
versterking van rechtsbescherming in de jeugdbescherming. In de praktijk zijn sommige van deze ontwikkelingen al
zichtbaar, zoals het feit dat kinderen vanaf acht jaar worden gehoord en dat erkenning sinds 2023 automatisch leidt
tot gezamenlijk gezag.
4