De vaardigheid van de hulpverlener de in het gesprek of in de relatie tussen hem en
cliënt opduikende onduidelijkheden of misverstanden tijdig te onderkennen, het belang
ervan te beseffen en deze onduidelijkheden of misverstanden in het gesprek ter sprake
te brengen.
belangrijk in alle fasen van het contact: met name wanneer bij herhaling blijkt dat de
wederzijdse verwachtingen niet (meer) op elkaar zijn afgestemd. Hierbij tracht de
samenwerking tussen hulpverlener en cliënt te worden verstoord. DOEL: verstoring
herstellen.
bij het toepassen is er sprake van een metagesprek, hierbij wordt afstand genomen
van het onmiddellijke gesprek.
7 stappen vanaf moment dat hulpverlener situatie wil verduidelijken:
1. Parafrase/reflectie, laten merken dat hulpverlener snapt wat cliënt wil
2. Metacommunicatie over het misverstand in het onmiddellijke gesprek
3. Wat ik niet wil en waarom
4. Wat ik wel wil en waarom
5. Opvangen van reactie, met parafrase/reflectie/toelichting
6. Afspraak maken over ‘herstelde’ aanpak
7. Terug naar het gesprek en de laatste vraag die hier aan de orde was
Voorbeeldsituaties:
- Cliënt verwacht dat hulpverlener het probleem direct kan oplossen;
- Cliënt hoopt op een vriendschappelijke relatie met psycholoog;
- Cliënt vindt het moeilijk om te praten over problemen;
- Cliënt springt van de hak op de tak;
- Cliënt en hulpverlener komen niet verder, gesprek draait rond in een cirkel.
Algemene principe: gesprek stoppen en een bespreking arrangeren op metaniveau
verhoogt de kans dat onduidelijkheden de wereld uit worden geholpen.
6.5.3 HARDOP DENKEN
Vaardigheid de gedachten, voor zover nuttig, op een duidelijke wijze te verwoorden.
Nuttige gedachten: hoe tot conclusies gekomen, waarom een vraag, waarom
overstappen van onderwerp, wat er in het hoofd omgaat wanneer hij/zij voor zich uit
kijkt. sluit goed aan op transparantie en echtheid van hulpverlener.
4 functies:
1. Samenwerking soepeler laten verlopen;