15.2.1 Botten
Botten zorgen voor:
Aanmaak van bloedcellen => in het beenmerg
Voorraad opslag van mineralen zoals calcium
Bot bestaat o.a. uit:
Collageen
Calcium
Botcellen (osteocyten)
Bloedvaten
Periost (beenvlies of Vaat- en zenuwrijk vlies omgeeft het bot en vormt
botvlies) daarmee de buitenbekleding
Substantia compacta Compact hard bot, stevige buiten laag
Substantia spongiosa Poreuze binnenlaag
Endost Fijn netwerk dat de binnenkant van het bot
(mergholte) bekleed
Mergholte met
beenmerg
Osteoblasten: Zorgen voor de opbouw
Osteoclasten: Zorgen voor de afbraak
Overheerst de afbraak dan ontstaat er osteoporose
Factoren zoals, hormonen (oestrogenen, testosteron), vitaminen (vitamine A en
D) en mineralen (fosfaat, calcium, fluor) spelen in het evenwicht een rol
Gewricht:
Een gewricht is de overgang tussen 2 botten waardoor beweging mogelijk is.
Het meest bewegelijke gewricht zijn de synoviale gewrichten.
Zoals: Schouder, ellenboog, heup, knie, vinger- en teengewrichten.
Gewrichtsbanden:
- Sluiten aan de buitenzijde het gewricht af
- Deze banden versterken en beschermen het gewricht
- Zorgen voor het evenwicht
1
, Pezen:
- Zitten ook aan de buitenzijde van de gewrichten
- Vormen de verbinding tussen bot en spieren
15.2.2 Spierweefsel
Dwarsgestreept Glad spierweefsel Hartspierweefsel
spierweefsel (Onwillekeurig)
(willekeurig)
Voor het bewegen van Worden onbewust Het enige
het skelet aangestuurd, zoals de dwarsgestreepte
ademhalingsspieren spierweefsel wat
onbewust wordt
aangestuurd
Skeletspieren: zijn met Cellen liggen kort naast Geen syncytium, één
pezen verbonden aan elkaar met centraal centraal gelegen kern en
het skelet gelegen kern cellen hebben via
verbinding contact met
elkaar
Sommige Trekt langzaam samen Snel samentrekken,
dwarsgestreepte spieren en regeert traag, vrijwel reageert snel en kent
zitten met één of beide onvermoeibaar pauzes
uiteinde vast aan de
huid
Reageert snel, snel b.v. wanden van de Vegetatief = buiten het
vermoeid bloedvaten bewust zijn om
Langgerekte cellen, Vegetatief stelsel
spiervezels, met
meerdere kernen
syncytium
Elke spiervezel is
-
omgeven door een dun
bindweefsellaagje, het
endomysium
- Een aantal spiervezels
vormen een spierbundel
- Vele spierbundels samen
vormen de spier
- Doordat de spier
samentrekt en korter
wordt, vermindert de
afstand tussen zijn
uiteinden en dus de
afstand tussen de botdelen, zo ontstaan bewegingen
*Bouw dwarsgestreepte spier
2