dexamen 2026
Tekstanalyse, Argumentatie, Schrijfvaardigheid + 15 Oe-
fenvragen
Complete Examenvoorbereiding
Versie: 2026
Geschikt voor: HAVO Nederlands, VWO Nederlands
Inhoud: Alle vaardigheden voor het CE + oefenvragen
� Geslaagd? Laat een review achter op Stuvia!
1. Tekstanalyse (Leesvaardigheid)
1.1 Tekstdoel
Doel Beschrijving Voorbeeld
Informerend Feiten geven Nieuwsartikel, encyclopedie
Overtuigend (betogend) Mening verdedigen Opiniestuk, essay
Activerend Aanzetten tot actie Reclame, campagne
Amuserend Vermaken Column, glossy
Instruerend Uitleggen hoe Handleiding, recept
1.2 Tekststructuren
Structuur Signaalwoorden
Oorzaak-gevolg want, omdat, doordat, hierdoor, dus,
daarom
Vergelijking net als, evenals, in tegenstelling tot, anders
dan
Opsomming ten eerste, bovendien, daarnaast, ook,
verder
Probleem-oplossing het probleem is…, een oplossing is…, dit kan
worden opgelost door…
Voor-en-tegen enerzijds, anderzijds, een voordeel is, een
nadeel is
Chronologisch eerst, toen, daarna, vervolgens, ten slotte
Vraag-antwoord de vraag is…, het antwoord is…
1
, 1.3 Alinea-analyse
Begrip Beschrijving
Kernzin Belangrijkste zin van de alinea (vaak de eerste)
Deelonderwerp Onderwerp van één alinea
Hoofdgedachte Centrale boodschap van de HELE tekst
Inleiding Trekt aandacht, introduceert onderwerp
Middenstuk Uitwerking van het onderwerp
Slot Conclusie, samenvatting, oproep
1.4 Vraagtypen op het Examen
Type Wat wordt gevraagd?
Hoofdgedachte Waar gaat de tekst over? Wat is de kernboodschap?
Tekstdoel Waarom is de tekst geschreven?
Verwijswoord Waar slaat “dit/dat/die/deze/er” op?
Woordbetekenis Wat betekent dit woord IN DEZE CONTEXT?
Functie alinea Welke rol speelt deze alinea?
Samenvatten Vat de tekst samen in eigen woorden
Argument Welk argument wordt gebruikt?
herkennen
2. Argumentatie
2.1 Standpunt en Argumenten
STANDPUNT = Wat je vindt (mening)
ARGUMENT = Waarom je dat vindt (onderbouwing)
"Roken moet verboden worden (standpunt),
want het veroorzaakt longkanker (argument 1)
en het kost de maatschappij miljarden (argument 2)."
2.2 Soorten Argumenten
Type Beschrijving Voorbeeld
Feit Bewezen, controleerbaar “Onderzoek toont aan dat…”
Autoriteit Deskundige geciteerd “Volgens professor X…”
Voorbeeld Concreet geval “In Scandinavië werkt het wel”
Vergelijking Met iets anders “Net zoals bij alcohol…”
Gevolg Wat er zal gebeuren “Dit zal leiden tot…”
2