Aantekeningen management en informatiesystemen
Hoorcollege 1: introductie
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Definities
IT (&ICT) = technologie: hardware, software, AI, netwerken
IS (informatie systeem) = mensen + processen + IT, dat data verzamelt, verwerkt, opslaat en
verspreidt om besluitvorming en organisatiedoelen te ondersteunen
Information management (IM) = managen van IT & data + processen + mensen om informatie
e@ectief in te zetten te ondersteuning van organisatiedoelen
→ Doel: is het ontwikkelen en beheren van IS’n die bijdragen aan het realiseren van strategische
organisatiedoelen
ICT staat voor Informatie- en Communicatietechnologie.
Het is alles wat te maken heeft met computers, internet en digitale systemen die helpen om
informatie te opslaan, verwerken en delen.
- Computers en laptops
- Internet en e-mail
- Software (zoals Word of apps)
- Netwerken en servers
Kort gezegd: ICT zorgt ervoor dat mensen en systemen digitaal kunnen werken en
communiceren.
IT megatrends
Bronnen: Social media, Mobiele technologie en Internet of things
Verwerken: Big data, Kunstmatige intelligentie en Cloud computing
Besluitvorming
Om e@ectieve informatiesystemen te bouwen, moeten we begrijpen welke kennis nodig is
- Welke beslissingen worden er genomen?
- Door wie, wanneer en waar?
- Welke informatie helpt bij het nemen van betere beslissingen?
- Waar kunnen we die informatie vinden?
- Hoe moet die worden geanalyseerd?
- Hoe moet die worden verspreid?
,Hoorcollege 2: bedrijfsmodelleren 1
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Business Process Management Definities
Een bedrijfsproces bestaat uit een samenhangende reeks activiteiten die gezamenlijk een
bedrijfsdoel realiseren.
Business process management omvat concepten, methoden en technieken ter ondersteuning
van het:
1. Ontwerpen
2. Beheren
3. Configuren
4. Uitvoeren
5. Analyseren en verbeteren
Van of bedrijfsprocessen
Niveaus van business processes management →
Proces definitie
Een proces (ook: workflow of procedure) beschrijft:
- Welke stappen nodig zijn,
- In welke volgorde deze worden uitgevoerd
- Wie (of wat) de stappen uitvoert
→ Maakt de uitvoering: gestructureerd, reproduceerbaar en analyseerbaar
Drie elementen van proces
1. Taken (stap, activiteit, transitie)
o Een taak is atomair: commit of rollback
o Een logische werkeenheid: e-mail typen, gegevens
controleren, betaling uitvoeren
Atomair betekent in de context van een taak binnen een proces dat de taak ondeelbaar is en
als één geheel moet worden uitgevoerd: ofwel de taak wordt volledig afgerond (commit),
ofwel hij wordt volledig teruggedraaid (rollback), zonder tussenstappen.
2. Condities (toestand, fase, vereiste, plaats)
o Beschrijven de status van het proces
o Bepalen de volgorde van taken
o Vb: order aangemaakt, order geselecteerd, order afgerond
3. Subprocessen
o Deelnetwerk met taken, condities en eventueel subprocessen
o Hergebruik van eerder gemaakte processen
o Handig voor structuur, hergebruik en modulariteit
,Wat is een case?
Het ‘ding’ dat door het proces verwerkt wordt volgens de procesdefinitie:
- Ook genoemd: process instance, job, token
- Vb: klant, verzekeringsclaim, bestelling, belastingaangifte, klacht
Twee eigenschappen van een case:
1. Elke case heeft een unieke identiteit
2. Een case heeft een beperkte levensduur
o Een case heeft een begin- en eindpunt
o Tijdens zijn bestaan bevindt de case zich
steeds in een bepaalde toestand (state)
Procesdiagram →
Begin en eindig altijd met een cirkel (plaats)
Petri-netmodellering
- Conditie (plaats): passief element
- Transitie (taak): actief element
- Arc (pijl): causale relatie tussen plaats en taak
- Case (token): entiteit die door het proces beweegt en van toestand
verandert
Routering van cases
- Sequentieel (na elkaar): first task A, then task B
- Parallel (gelijktijdig, and): task A and B are performer
at the same time, or in any order
3 mogelijkheden:
o Eerst a en dan b
o Eerst b en dan a
o Tegelijkertijd
- Selectie (keuze, Of): task A or B is performed
- Iteratie (herhaling, lus): task a is repeated n times
o While… do…: B kan 0 of meer keer worden
uitgevoerd.
o Repeat… until…: B kan 1 of meer keer worden
uitgevoerd.
, Voorbeeld van een petrinet
→ Sequentiële flow voor T1, gevolgd door
een parallelle flow voor T2 en T3, en ten
slotte een sequentiële flow voor T4.
Vuurregel van een Petri net
Transities veranderen de toestand (markering) van het net volgens de volgende vuurregel:
- Ingeschakeld (enabled): een transitie t is enabled als
elke invoerplaats (input place) minstens 1 token
bevat
- Een ingeschakelde transitie kan vuren. Wanneer t
vuurt:
o Wordt uit elke invoerplaats 1 token verwijderd
(consumeert)
o Wordt aan elke uitvoerplaats 1 token
toegevoegd (produceert)
Meerdere pijlen tussen twee knopen
- #pijlen tussen invoerplaats en transitie → bepaalt
#tokens nodig zijn om transitie te activeren (enabled)
- #pijlen → bepaalt #tokens worden verbruikt (input)
& geproduceerd (output) bij het vuren
Uitbreiding met kleur
Je kunt tokens ook kleuren geven:
Plaatsen zijn getypeerd → color set
Hoorcollege 1: introductie
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Definities
IT (&ICT) = technologie: hardware, software, AI, netwerken
IS (informatie systeem) = mensen + processen + IT, dat data verzamelt, verwerkt, opslaat en
verspreidt om besluitvorming en organisatiedoelen te ondersteunen
Information management (IM) = managen van IT & data + processen + mensen om informatie
e@ectief in te zetten te ondersteuning van organisatiedoelen
→ Doel: is het ontwikkelen en beheren van IS’n die bijdragen aan het realiseren van strategische
organisatiedoelen
ICT staat voor Informatie- en Communicatietechnologie.
Het is alles wat te maken heeft met computers, internet en digitale systemen die helpen om
informatie te opslaan, verwerken en delen.
- Computers en laptops
- Internet en e-mail
- Software (zoals Word of apps)
- Netwerken en servers
Kort gezegd: ICT zorgt ervoor dat mensen en systemen digitaal kunnen werken en
communiceren.
IT megatrends
Bronnen: Social media, Mobiele technologie en Internet of things
Verwerken: Big data, Kunstmatige intelligentie en Cloud computing
Besluitvorming
Om e@ectieve informatiesystemen te bouwen, moeten we begrijpen welke kennis nodig is
- Welke beslissingen worden er genomen?
- Door wie, wanneer en waar?
- Welke informatie helpt bij het nemen van betere beslissingen?
- Waar kunnen we die informatie vinden?
- Hoe moet die worden geanalyseerd?
- Hoe moet die worden verspreid?
,Hoorcollege 2: bedrijfsmodelleren 1
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Business Process Management Definities
Een bedrijfsproces bestaat uit een samenhangende reeks activiteiten die gezamenlijk een
bedrijfsdoel realiseren.
Business process management omvat concepten, methoden en technieken ter ondersteuning
van het:
1. Ontwerpen
2. Beheren
3. Configuren
4. Uitvoeren
5. Analyseren en verbeteren
Van of bedrijfsprocessen
Niveaus van business processes management →
Proces definitie
Een proces (ook: workflow of procedure) beschrijft:
- Welke stappen nodig zijn,
- In welke volgorde deze worden uitgevoerd
- Wie (of wat) de stappen uitvoert
→ Maakt de uitvoering: gestructureerd, reproduceerbaar en analyseerbaar
Drie elementen van proces
1. Taken (stap, activiteit, transitie)
o Een taak is atomair: commit of rollback
o Een logische werkeenheid: e-mail typen, gegevens
controleren, betaling uitvoeren
Atomair betekent in de context van een taak binnen een proces dat de taak ondeelbaar is en
als één geheel moet worden uitgevoerd: ofwel de taak wordt volledig afgerond (commit),
ofwel hij wordt volledig teruggedraaid (rollback), zonder tussenstappen.
2. Condities (toestand, fase, vereiste, plaats)
o Beschrijven de status van het proces
o Bepalen de volgorde van taken
o Vb: order aangemaakt, order geselecteerd, order afgerond
3. Subprocessen
o Deelnetwerk met taken, condities en eventueel subprocessen
o Hergebruik van eerder gemaakte processen
o Handig voor structuur, hergebruik en modulariteit
,Wat is een case?
Het ‘ding’ dat door het proces verwerkt wordt volgens de procesdefinitie:
- Ook genoemd: process instance, job, token
- Vb: klant, verzekeringsclaim, bestelling, belastingaangifte, klacht
Twee eigenschappen van een case:
1. Elke case heeft een unieke identiteit
2. Een case heeft een beperkte levensduur
o Een case heeft een begin- en eindpunt
o Tijdens zijn bestaan bevindt de case zich
steeds in een bepaalde toestand (state)
Procesdiagram →
Begin en eindig altijd met een cirkel (plaats)
Petri-netmodellering
- Conditie (plaats): passief element
- Transitie (taak): actief element
- Arc (pijl): causale relatie tussen plaats en taak
- Case (token): entiteit die door het proces beweegt en van toestand
verandert
Routering van cases
- Sequentieel (na elkaar): first task A, then task B
- Parallel (gelijktijdig, and): task A and B are performer
at the same time, or in any order
3 mogelijkheden:
o Eerst a en dan b
o Eerst b en dan a
o Tegelijkertijd
- Selectie (keuze, Of): task A or B is performed
- Iteratie (herhaling, lus): task a is repeated n times
o While… do…: B kan 0 of meer keer worden
uitgevoerd.
o Repeat… until…: B kan 1 of meer keer worden
uitgevoerd.
, Voorbeeld van een petrinet
→ Sequentiële flow voor T1, gevolgd door
een parallelle flow voor T2 en T3, en ten
slotte een sequentiële flow voor T4.
Vuurregel van een Petri net
Transities veranderen de toestand (markering) van het net volgens de volgende vuurregel:
- Ingeschakeld (enabled): een transitie t is enabled als
elke invoerplaats (input place) minstens 1 token
bevat
- Een ingeschakelde transitie kan vuren. Wanneer t
vuurt:
o Wordt uit elke invoerplaats 1 token verwijderd
(consumeert)
o Wordt aan elke uitvoerplaats 1 token
toegevoegd (produceert)
Meerdere pijlen tussen twee knopen
- #pijlen tussen invoerplaats en transitie → bepaalt
#tokens nodig zijn om transitie te activeren (enabled)
- #pijlen → bepaalt #tokens worden verbruikt (input)
& geproduceerd (output) bij het vuren
Uitbreiding met kleur
Je kunt tokens ook kleuren geven:
Plaatsen zijn getypeerd → color set