1. Inleiding
We hebben een meerlagig plaveiselepitheel, dit zorgt ervoor dat de huid
heel sterk is. Er zijn 3 lagen, de epidermis (epitheellaag), de dermis
(steunweefsellaag) die bestaat uit de papillaire dermis en de reticulaire
dermis, vanonder zit dan de hypodermis (subcutis).
2. Epidermis
De epitheellaag wordt aangehecht op een basaal membraan. De onderste
cellaag zijn de basale cellen (stratum basale), dit zijn een soort stamcellen
die aanleiding geven tot de vernieuwing van alle cellen in de lagen
daarboven. Er blijven dus steeds cellen in contact met de basale
membraan en er worden cellen afgesplitst die naar boven migreren en die
hun eigenschappen kunnen veranderen. De laag hierboven gaat er dus
anders uitzien en die gaat heel veel desmosomen hebben, de
prikkelcellaag (stratum spinosum). Die onderste basale cellijn deelt steeds
dus al die cellen worden verder naar boven geduwd en gaan afgeplatte
schijfjes beginnen vormen. In deze schijfjes beginnen er granules te
vormen, dit is de granulaire cellaag (stratum granulosum). Dit zijn
keratohyalijne granules, er zitten dus keratines in die ons cytoskelet
vormen. In deze cellen gebeurt er ook een opstapeling van (fosfo)lipiden.
In de bovenste laag vinden we meerdere lagen afgeplatte schijfjes, de
cornaire laag (stratum corneum). Deze cellen verliezen hun kern en ook
een groot deel van hun cytoplasma. Je houdt dus het membraan over en
de inhoud van de granules en de fosfolipiden. De inhoud van de granules
gaat worden vrijgezet en die vormen een harde laag, de fosfolipiden
plakken al deze keratine aan elkaar. Zo vormt er dus een bovenste sterke
laag die ook waterafstotend is.
Alle cellen in de epidermis zijn dus epitheelcellen en worden de
keratinocyten genoemd. Deze cellen worden gevoed door de
onderliggende steunlagen.
20
, 3. Dermis
Hierin zitten vezelige elementen en de grondsubstantie, deze combinatie
wordt de ECM genoemd. De papillaire dermis is losmazig bindweefsel. De
reticulaire dermis is dens bindweefsel.
In de papillaire dermis worden kleine papillen gevormd die op een
golfpatroon lijken, deze volgt de golf van de basale membraan. Er zitten
elastinevezels die loodrecht liggen en collageenvezels die kriskras liggen.
De rest van de ruimte wordt opgevuld door grondsubstantie, de
glycosaminoglycanen. Deze vormen een soort van gelstructuur als ze nat
worden. Deze hele laag zorgt dus voor voeding van het epitheel, er lopen
dus bloedvaten in lussen, een vasculaire plexus, door die O2 en
voedingstoffen leveren aan de epitheellaag.
Hieronder zit dan de reticulaire dermis. Het bevat horizontale elastine
vezels en dikkere collageenvezels. De steuncellen, fibroblasten en
fibrocyten onderhouden de vezels en ertussen zit nog onze
grondsubstantie.
4. Hypodermis
Hier lopen de grote bloedvaten, die gaan dan aftakkingen geven naar de
vasculaire plexus van de papillaire laag en naar de vasculaire plexus, op
de grens tussen de dermis en hypodermis. Er zitten ook nog veel
adipocyten (vetcellen), deze zorgen voor een isolatielaag die onze warmte
binnenhoudt. Ze zorgen ook als opslag voor energie en als schokdemping.
21