AO week 2
Hoofdstuk 2: interne controle en interne beheersing
Aandachtspunten interne controle:
1. Informatiecontrole
2. Bevoegdheidscontrole
3. Bewaringscontrole
Control= beheersen= het op koers houden van de door de organisatie gestelde doelen=
gericht op het bewaken van de kwaliteit van de informatie en de daarmee samenhangende
processen
Grote verliezen financieel oorzaken:
- Voorraden die incourant en dus te hoog gewaardeerd zijn
- Schulden die onvolledig zijn en dus voor een te lage waarde op de balans zijn vermeld
- Vorderingen die niet inbaar blijken te zijn
- Schadeclaims van afnemers voor gebreken op al geleverde producten
Betrouwbaarheid vereisten:
- Tijdig
- Volledig
- Juist
Delegatie+controle hoort bij elkaar -> essentieel element van leidinggeven
Goede interne controle -> bedrijf inzicht in correct functioneren van de bedrijfsactiviteiten
Risicoanalyse= de afweging wat de kans is dat de zaken niet goed functioneren en welke
schade erdoor geleden kan worden
Risicobeheersing= er moet een aanvaardbare risicofactor vastgesteld worden
Foutenkans= de kans op het maken van fouten
- Deskundigheid van mensen
- Motivatie van mensen
- Complexiteit van het proces
- Omstandigheden
Foutloze processen= geautomatiseerde processen, computer
Schade:
1. Directe schade
2. Indirecte schade
Kosten controleregel= de te nemen controlemaatregelen zijn afhankelijk van de foutenkans
en de inschatting van het schadebedrag. Vb. de controle van 1 euro mag geen 2 euro kosten
Soorten controle:
1. Interne controle= de controle die door of namens de leiding van een organisatie
wordt uitgeoefend op de activiteiten van andere binnen deze organisatie
2. Externe controle= de controle die wordt uitgeoefend door een derde ten behoeve
van anderen dan de leiding van een organisatie
3. Zelfcontrole= de controle op de eigen werkzaamheden
, 2 soorten systemen:
- Interne betrouwbaarheidssysteem
- Interne beheersingssysteem
Interne betrouwbaarheid= interne controle
Gaat hierbij om:
1. Betrouwbaarheid van informatie (informatiecontrole)
a. Controle op primaire verantwoordingsverslagen, procedures budgetten
b. Controle op gegevensverwerking en de daaruit vervaardigde informatie,
testprocedures voor computergebruik invoercontroles
c. Controle op de materiele werkelijkheid (de echte werkelijkheid),
inventarisatie
2. Betrouwbaarheid van het gebruik van bevoegdheden
a. Preventieve beveiliging met betrekking tot het handelen, invoeren
functiescheidingen
b. Het scheppen van voorwaarden voor de uitoefening van repressieve controle,
opstellen van instructies en richtlijnen
3. Betrouwbaarheid van de waarden van de organisatie (bewaringscontrole)
a. Maatregelen die samenhangen met de directe preventieve beveiliging van
zaken, bewaken van bedrijfsruimte
Interne beheersing= het grotere geheel
- Interne controle
- Het nemen van bijsturingsmaatregelen op grond van geconstateerde afwijkingen
Hoofdstuk 2: interne controle en interne beheersing
Aandachtspunten interne controle:
1. Informatiecontrole
2. Bevoegdheidscontrole
3. Bewaringscontrole
Control= beheersen= het op koers houden van de door de organisatie gestelde doelen=
gericht op het bewaken van de kwaliteit van de informatie en de daarmee samenhangende
processen
Grote verliezen financieel oorzaken:
- Voorraden die incourant en dus te hoog gewaardeerd zijn
- Schulden die onvolledig zijn en dus voor een te lage waarde op de balans zijn vermeld
- Vorderingen die niet inbaar blijken te zijn
- Schadeclaims van afnemers voor gebreken op al geleverde producten
Betrouwbaarheid vereisten:
- Tijdig
- Volledig
- Juist
Delegatie+controle hoort bij elkaar -> essentieel element van leidinggeven
Goede interne controle -> bedrijf inzicht in correct functioneren van de bedrijfsactiviteiten
Risicoanalyse= de afweging wat de kans is dat de zaken niet goed functioneren en welke
schade erdoor geleden kan worden
Risicobeheersing= er moet een aanvaardbare risicofactor vastgesteld worden
Foutenkans= de kans op het maken van fouten
- Deskundigheid van mensen
- Motivatie van mensen
- Complexiteit van het proces
- Omstandigheden
Foutloze processen= geautomatiseerde processen, computer
Schade:
1. Directe schade
2. Indirecte schade
Kosten controleregel= de te nemen controlemaatregelen zijn afhankelijk van de foutenkans
en de inschatting van het schadebedrag. Vb. de controle van 1 euro mag geen 2 euro kosten
Soorten controle:
1. Interne controle= de controle die door of namens de leiding van een organisatie
wordt uitgeoefend op de activiteiten van andere binnen deze organisatie
2. Externe controle= de controle die wordt uitgeoefend door een derde ten behoeve
van anderen dan de leiding van een organisatie
3. Zelfcontrole= de controle op de eigen werkzaamheden
, 2 soorten systemen:
- Interne betrouwbaarheidssysteem
- Interne beheersingssysteem
Interne betrouwbaarheid= interne controle
Gaat hierbij om:
1. Betrouwbaarheid van informatie (informatiecontrole)
a. Controle op primaire verantwoordingsverslagen, procedures budgetten
b. Controle op gegevensverwerking en de daaruit vervaardigde informatie,
testprocedures voor computergebruik invoercontroles
c. Controle op de materiele werkelijkheid (de echte werkelijkheid),
inventarisatie
2. Betrouwbaarheid van het gebruik van bevoegdheden
a. Preventieve beveiliging met betrekking tot het handelen, invoeren
functiescheidingen
b. Het scheppen van voorwaarden voor de uitoefening van repressieve controle,
opstellen van instructies en richtlijnen
3. Betrouwbaarheid van de waarden van de organisatie (bewaringscontrole)
a. Maatregelen die samenhangen met de directe preventieve beveiliging van
zaken, bewaken van bedrijfsruimte
Interne beheersing= het grotere geheel
- Interne controle
- Het nemen van bijsturingsmaatregelen op grond van geconstateerde afwijkingen