1. Methoden en technieken in de
histologie
1. Microscopie
Er zijn 2 types microscopie met elk een verschillende resolutie (=de
kleinst mogelijke afstand tussen 2 punten die je nog kan
zien).
de belangrijkste factor is de golflengte (afstand tussen 2
pieken)
o l van het licht meestal: 100-700nm
o l van elektronen is veel kleiner dus daarom heb je daarmee een
betere resolutie
NA= nominale apertuur= hoeveel licht een lens kan opvangen hoe
hoger de kwaliteit van een lens hoe hoger de NA (want dan wordt R
kleiner dus zie je meer details)
Lichtmicroscopie
(resolutie +- 0,2 µm) om cellen te bekijken
Lichtbron schijnt licht uit op het staal systeem= condensor: zorgt
dat het licht afgebogen wordt en maximaal op het staal geschenen
wordt. We gaan kijken naar het licht dat door ons staal gaat vallen
(transmissie), dat wordt dan vergroot door de optische lens. Op het
1
, einde komt het vergroot beeld eruit je kijkt ofwel door de
oculairen ofwel zet je een camera die de beelden opvangt en ze op
een scherm zet.
Lichtbron van buitenaf op het staal sturen, het licht dat weerkaatst
wordt, wordt dan door de microscoop opgevangen.
Elektronenmicroscopie
(resolutie +- 0,1 nm) om subcellulaire structuren te zien
(mitochondrie enzo)
Transmissie elektronenmicroscopie (TEM)
De microscoop stuurt e- op het staal. Het heeft ook een
condensor maar dan een elektromagnetische. Ook de lens is
elektromagnetisch zodat het staal dan vergroot wordt.
Surface elektronenmicroscopie (SEM)
We hebben een opp. waarop de e- afgeketst worden, de sensor
staat er in een hoek naast en meet dan die afketsing. Op dat
staal moet je wel eerst een speciaal laagje zetten zodat de e-
goed afgeketst worden. Door heel het opp. te gaan afscannen
kunnen we een 3D-reconstructie maken van het staaltje.
2. Verwerking van weefsels
Einddoel: van staal kleine schijfjes maken zodat je zo 1 dun schijfje onder
de microscoop kan leggen die moeten heel dun zijn zodat er nog licht of
e- door kunnen (licht: tussen 3-10µm, e-: kleiner dan 1µm).
1. Staal invriezen: met vloeibare stikstof
Voordelen:
o kan heel snel (handig bij bv. operaties aan hersentumor;
een stukje pakken en checken of er nog tumor zit)
o nucleïnezuren blijven goed bewaard in dat staal
Nadelen:
o weefsel wordt heel hard je kan die wel snijden maar
hierdoor gaat de kwaliteit van die schijfjes minder zijn
o vriezers moeten -80°C zijn kost veel energie, is duur
2. Fixatie
Bestaat uit 2 fasen:
I. Staal fixeren met een fixatief= chemische oplossing (sterk
water)
hierdoor worden alle biologische processen stilgelegd en
blijft het weefsel gewoon in zijn huidige staat.
Bij lichtmicroscopie:
2