Les 1 en 2
Inleiding voortplanting – bevruchting – klieving - gastrulatie
1 Wat is embryologie
• Studie van het zich ontwikkelende, nieuwe organisme vanaf bevruchting tot geboorte
• Prenatale ontwikkeling
• Startkapitaal voor de morfologie; inzicht in:
• Bouw van organisme
• Basispatroon van zeer ingewikkelde structuren (bv CZS)
• Interrelaties tussen structuren
• Resultaten van een verkeerde stap in de ontwikkeling
Thalidomide
• Softenonbaby's
• Thalidomide is werkzame stof van softenon
• Tegen misselijkheid voor vrouwen bij zwangerschap
• Bij ratten in proefperiode: geen geboorteafwijkingen,
wel embryonale sterfte
• In Europa en Canada goedgekeurd, in VS niet
• Bij mensen: hoofdzakelijk ledematen (vooral armen) zijn onderontwikkeld =
focomelie
• Bij ratten heftiger effect: directe embryonale sterfte i.p.v. geboorteafwijking
• Bij apen gelijkaardige afwijkingen als bij mensen
• Voor meeste geneesmiddelen nu: testen in knaagdier én niet knaagdier (konijn is
GEEN knaagdier)
• Werkt in op vasculogenese: aanmaak van bloedvaten
• Bloedvaten moeten groeien naar distaal
• Thalidomide verstoort vasculogenese
Siamese tweeling
• Uit 1 bevruchte eicel 2 verbonden nakomelingen
• Zygote die niet voldoende gesplitst zijn:
oorspronkelijk een 1 eiige tweeling
• Gebeurt voor organogenese
• Vaak wordt een van de 2 opgeofferd om dan
eentje te laten leven
• Komt voor bij alle vertebraten
1/100
,2e Ba BMW Embryologie en teratologie Merel De Ridder
1.1 Embryologie - morfologische verschijnselen
• Celproliferatie (mitosen)
• Groei - bv. spiervezels: naast groei moeten de cellen zelf ook groeien
• Celdifferentiatie
• Bv. pluripotente stamcellen
• Totipotentie: kan alles van het embryo en alles van de vruchtvliezen vormen - bij
bevruchte eicel
• Celmigratie
• Bv. dentine: wordt aangemaakt door odontoblasten
• Odontoblasten zijn neurale lijstcellen - regio van het ruggenmerg
• Neurale lijstcellen moeten dus migreren naar tandregio
• Bv. melanocyten in huid: komen ook van rugggenmergregio (neurale lijstcellen)
• Celdood - apoptose: geprogrammeerde celdood
1.2 Embryologie - periodes
Prenatale periode
• Embryonale periode: bevruchting tot primitieve gemeenschappelijke lichaamsvorm
(organogenese)
• Foetale periode: laatste t.e.m. geboorte (groei en maturatie, geen aanleg meer van stelsels)
Postnatale periode
• Verdere ontwikkeling, MATURATIE
• Bv. centraal zenuwstelsten ontwikkelt verder tot na de pubertijd
• Grotere diersoorten verschillen:
• Nestvlieders = zelfstandig
• Herbivoren (bv. veulens), lange drachtduur
• Nestblijvers = hulpbehoevend (door moeder)
• Carnivoren (wij dus ook), korte drachtduur
2 Voortplanting
cyclus
• Gametogenese
• Spermatogenese
• Ovogenese
• Bevruchting/fertilisatie
• Spermacel valt eicel aan
• Klieving (= celdeling --> verschillende blastomeren)
• Gastrulatie = verderzetting organen die ontwikkelen; 3 kiembladen
• Organogenese
• Metamorfose (NIET bij huisdieren)
• Maturatie
2/100
,2e Ba BMW Embryologie en teratologie Merel De Ridder
3 Gametogenese
3.1 Spermato- en spermiogenese
• Testes/teelbal: spermaproductie
• Epididymis/bijbal: belangrijk voor sperma motiliteit en bevruchtingscapaciteit (maturatie) +
spermaopslag
• Eerst in caput bijbal, dan naar corpus en eindigen in cauda (tiental dagen migratie)
• Spermacellen rijpen tijdens migratie - spermacel uit testis is niet
bevruchtingskrachtig
• Migratie bij verschillende species gelijkend: ca. 10 dagen (mens 12 dagen)
• Zaadplasma: aangemaakt door de accessoire geslachtsklieren
• Ook soort 'vernislaagje'
3.1.1 Testis
Zaadbuisjes/tubuli seminiferi (zaad - dragen)
• 1 continue kronkelende buis zichtbaar in verschillende keren aangesneden in preparaat
• Perifeer: spermatogonia - kiemcellen/germcells
• Naar lumen toe: 2 meiotische deling
• Primaire spermatocyt
• Secundaire spermatocyt
• Spermatide deelt niet meer, ondergaat metamorfose tot spermatozoa
• Sertoli cellen: houden kiemcellen samen
• Voedingscel voor kiemcellen
• Bloed-testisbarrière
• Spermiatie
• …
• Als Sertolicel niet werk: infertiliteit
Cellen van Leydig: productie testosteron
• In interstitium, niet in tubuli seminiferi
Spermatogenese
• Spermatogonia = ondergaat mitose; naar spermatocyt
• Primaire spermatocyt = 4n, ondergaat meiose 1
• Secundaire spermatocyt = 2n, ondergaat meiose 2
• Spermatide = haploïd
• spermatozoa
3/100
, 2e Ba BMW Embryologie en teratologie Merel De Ridder
Spermiogenese
= overgang spermatide naar spermatozoa
• Spermatide deelt niet meer
Spermatide: grote kern, veel cytoplasma
• Cytoplasma wordt naar achter geduwd
• Chromatine sterk gecondenseerd
• Acrosoomvorming
• Ontwikkeling van flagel - belangrijk voor voortbeweging spermatozoa
• Microtubulistructuur - axonema
• Voortbeweging door vaginacontratie naar eileider, zwemmen zelf in eileider
• Middenstuk staart:
• centriool - belangrijk voor mitotische figuur te maken
• Veel mitochondriën - belangrijk voor energie voortbeweging
(zie histo)
• Haak aan kop: heel abnormaal voor mens, normaal voor vogel
• Spermatozoa verschillend voor verschillende species
3.1.2 Meiose man VS vrouw
• Meiose bij mannelijk individu start later bij vrouwelijk
• Bij vrouw: 1e meiotische deling gebeurt al in baarmoeder als embryo (--> primaire oöcyt)
• 2e meiotische deling wanneer menstruele cyclus start en wordt gepauzeerd tot
spermatozoön eicel binnendringt
• 'zo vroeg mogelijk zwanger raken': kans dat iets fout gaat later groter omdat pauze
groter is
• Bij man: eerste meiotische deling pas na geboorte
• Elke 2 maanden nieuwe spermatozoa aangemaakt met nieuwe 1e en 2e meiotische
deling
• Bij muis minder lang (nuttig bij onderzoek)
4/100