DEEL 1: INLEIDING TOT HET RECHT
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1 DEFINITIE
Wat is recht?
Er bestaat geen algemeen aanvaarde bepaling van recht
Immanuel Kant: “ Noch suchen die Juristen eine Definition zu ihrem Begriffe vom Recht“
o Nu ziet men beter in dat het onmogelijk is tot 1 definitie van recht te komen
Enkele definities:
Recht is een systeem van instellingen en regelingen dat in zijn geheel op een dwingende wijze de
uiterlijke aspecten van het samenleven ordent en bevordert.
Het recht is een geheel der regels die op een bepaald tijdstip, in een bepaalde gemeenschap gelden
en op haar gezag zijn vastgesteld.
o 4 belangrijke delen
Geheel van regels: niet alleen maar regels
Tijdsgebonden: recht verschilt in jaren,
In bepaalde gemeenschap: recht verschilt van plaats tot plaats
Op gezag vastgesteld:
Het recht is een stelsel van dwingende leefregels uitgevaardigd tot beveiliging van menselijke
belangen welke in het contact der samenleving in het gedrang dreigen te komen.
Een definitie op zich is niet zo belangrijk!
Wel belangrijk om juiste voorstelling te hebben van het rechtsbegrip.
KENMERKEN VAN HET RECHT
2 HET RECHT IS EEN GEHEEL VAN REGELS, REGELINGEN EN INSTELLINGEN
2.1 HET RECHT WORDT GEVORMD DOOR GEDRAGSREGELS
In het recht komen tal van regels die aan de individuen een bepaalde gedraging voorschrijven, hetzij dat zij hen
iets opleggen of verbieden, hetzij dat zij een verlofbepaling inhouden
Gebodsbepaling rechten zijn opgebouwd uit plichten
voorbeelden:
o Aangifte geboorte: aangeven dat je kind geboren is
o Kiesplicht
o Dienstplicht
Verbodsbepaling
voorbeelden:
o Verbod op bigamie: verbod om te trouwen met meer dan 1 persoon tegelijkertijd
o Oneerlijke handelspraktijken
Deur aan deur verkoop hing aaneen van misbruik door kleine lettertjes
o Strafrecht: verzamelingen van alles wat je niet mag doen, vb wegcode, moord,…
o Drugs
, o Diefstal
Verlofbepaling
Het recht bevat regels die niet nageleefd moeten worden, maar waar de “mogelijkheid”
bestaat om al dan niet gebruik te maken van de rechtsregel.
Recht dat je mag kiezen of je het gaat volgen of niet
o Voorbeeld: Indexering van woninghuur
Indexering =
Gezondheidsindex mag je niet kiezen
Louter technische regels
In ons rechtsstelsel bestaan ontelbare regels die geen gebod of verbod inhouden. Het zijn
louter technische regels. Ze dienen om het rechtsapparaat te laten draaien.
Voorbeelden:
o Akten van de Burgerlijke Stand
o Inhoud van een dagvaarding
Dagvaarding = uitnodiging om naar de rechtbank te gaan (verplicht om te gaan)
2.2 HET RECHT OMVAT HET GEHEEL VAN REGELINGEN EN INSTELLINGEN
Het recht omschrijven als een geheel van regels is te eng. Het recht bestaat niet alleen uit abstracte normen
die een algemene draagwijdte hebben & die op iedereen van toepassing zijn
Voorbeelden:
beschikkingen die een individuele draagwijdte hebben, zoals benoemingen, berichten van
naamsverandering …
rechtspraak
Het recht bevat ook een aantal regels die betrekking hebben op de instellingen van het land, zoals:
Staatsstructuur: samenstelling, werking en bevoegdheid van de wetgevende uitvoerende en
rechterlijke macht
Gerechtelijke organisatie: samenstelling, werking en bevoegdheden van de rechtbanken
Doc liberté, égalité & fraternité
3 HET DOEL VAN HET RECHT IS HET ORDENEN VAN DE SAMENLEVING
3.1 HET RECHT IS EEN INSTRUMENT OM HET SAMENLEVEN IN GROEP MOGELIJK TE MAKEN
Het recht is geen doel op zich, maar een middel om bepaalde beleidsopties te realiseren.
o Doel = een politiek gebeuren
Het recht is steeds een afspiegeling van de overheersende maatschappelijke tendensen in de
maatschappij, een afspiegeling van de waarden die historisch zijn gegroeid.
Recht is dus ook noodzakelijk tijdsgebonden.
Recht is het resultaat van verschillende ideologische stromingen die onze maatschappij diepgaand
hebben beïnvloed
Het is in het bijzonder sterk beïnvloed door de joods-christelijke godsdiensten, de principes van Franse
Revolutie en een licht gecorrigeerd kapitalisme, nationalisme, en individualisme.
3.2 ER IS IN DE SAMENLEVING EEN TOENEMENDE “JURIDISERING” MERKBAAR
Er bestaat meer en meer de neiging alles te willen regelen
,Voorbeeld: de wet van 23 november 1998, de wettelijke samenwoning, het onderwijs, de medische
aansprakelijkheid
Door de toenemende complexiteit van de samenleving, wordt het recht complexer + gediversifieerd
Burgerlijk Wetboek bevatte slechts enkele bepalingen over de huur
o Nu zijn er specifieke regels over woninghuur, landpacht, handelshuur
o Er zijn ook nieuwe aanverwante figuren zoals: leasing
4 ER BESTAAT EEN BINDING TUSSEN GEZAG EN RECHT
In kleine primitieve gemeenschappen
o Recht = niets anders dan de afspraken die men onderling maakte
In complexe samenleving
o Is het moeilijk om de burger rechtstreeks te betrekken bij het maken van rechtsregels
o Uitzondering: toenemend belang van referenda, de Brexit
Het recht wordt gemaakt door een erkend gezag
o is nodig om de naleving van de rechtsregel af te kunnen dwingen.
Onze samenleving heeft geopteerd voor een parlementaire democratie met een koning aan het hoofd.
De soevereine volkswil wordt vertolkt
o door de verkozen vertegenwoordigers van het parlement, die samen met de vorst het
hoogste orgaan uitmaken.
5 HET RECHT HEEFT EEN DWINGEND KARAKTER
Het verplichtende karakter van het recht is zijn meest wezenlijk kenmerk.
De naleving van het recht wordt afgedwongen via strafbepalingen.
Doel rechtsdwang = meer rechtszekerheid te verschaffen.
1. Rechterlijke macht: staat in voor de sanctionering van de overtreding van de rechtsregel
2. Publiek recht: overheid neemt initiatief om tot sanctioneren
3. Privaatrecht: burger moet zelf opkomen voor handhaving van rechtsregel waarbij hij belang heeft
a. Rechtbanksysteem biedt hem daartoe de mogelijkheid
ENKELE BELANGRIJKE BEGRIPPEN
1 OBJECTIEF & SUBJECTIEF RECHT
Objectief recht (geldend voor alles & iedereen)
Geldende rechtsregels zijn het objectief recht
Wordt gevormd door de rechtsregels op zich
Massa van regels die we kennen
Subjectief recht (recht dat je ontleent aan objectieve recht)
= de aanspraak die een persoon tegenover een ander kan laten gelden op basis van het objectief recht
OBJECTIEF SUBJECTIEF
Strafrechtelijke aansprakelijkheid + burgerlijke individuele toepassing van objectief recht op
aansprakelijkheid die mensen
- verboden door rood licht te rijden - recht op schadevergoeding
- verboden sms’en achter stuur
, 1 RECHTSSUBJECT & RECHTSOBJECT
Rechtssubject
= een persoon die via het object recht bevoegdheden krijgt
In principe alle natuurlijke personen en rechtspersonen
Spelers in het juridische spel
Rechtsobject
= datgene wat het rechtssubject dient, wat hij wil, m.a.w. het rechtsbelang of de rechtsverplichting
Een object waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend
Voorbeelden:
o Een zaak (een auto bij aankoop van een auto)
o Een prestatie ( een bepaalde schadevergoeding in het geval van art. 1382,..)
SUBJECT OBJECT
= betrokken personen = inzet van geschil, middel
Straf of schadevergoeding
- bestuurder - schadevergoeding
- eigenaar van wagen (verzekeraar) - herstel
- slachtoffer - rijbewijs kwijt
- overheid -…
- verzekering
…
EXAMEN!
2 RECHTSFEIT & RECHTSHANDELING
= juridische aanknopingspunten
Rechtsfeit
= elke omstandigheid waaraan door het objectief recht rechtsgevolgen worden gekoppeld
= een voorval waardoor een rechtsregel in werking wordt gesteld
Van belang is dat men niet de intentie had rechtsgevolgen te veroorzaken
Voorbeeld:
o Een gebeurtenis: een overlijden, het vallen van een steen
o Een handeling: een vechtpartij, een verkeersongeval
Rechtshandeling
= een handeling die bewust wordt gesteld om de rechtsgevolgen die aan een objectieve gedragsregel
verbinden zijn, te bekomen
Onderscheid tussen:
Een eenzijdige rechtshandeling betreft de wilsuiting van één persoon
o Voorbeeld: een testament, het uitvaardigen van een wet
Een meerzijdige rechtshandeling veronderstelt de wilsovereenstemming van twee of meer personen