Samenvatting hoofdstuk 1 tot 7
Hoofdstuk 1
Ontwikkelingspsychologie > de wetenschappelijke studie naar patronen van groei,
veranderingen en stabiliteit van conceptie tot aan de ouderdom.
Fysieke ontwikkeling > Invloed hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen en behoefte aan
eten, drinken en slaap op ons gedrag.
Cohort > groep mensen die op dezelfde tijd + plaats geboren zijn.
Persoonlijkheid – en sociale ontwikkeling.
Ontwikkeling, verandering van sociale relaties en interacties met anderen.
Eigenschappen die de ene van de anderen persoon onderscheiden.
Duurzame eigenschappen van een persoon.
Cognitieve ontwikkeling.
Leren, geheugen, taal oplossing van problemen, intelligentie.
Kritieke en gevoelige periode
Kritieke periode
Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste impact
heeft > bijvoorbeeld de vijfde ziekte (zwanger + invloed op de groei van de baby wat een
miskraam tot gevolg kan geven).
Gevoelige periode
Moment waarbij sprake is van extra ontvankelijkheid voor invloed van de omgeving, hoeft
niet altijd onomkeerbaar te zijn > bijvoorbeeld een nieuwe taal leren.
Continue en discontinue verandering
Continue > geleidelijk ontwikkelingsproces
Zijn op kwantiteit gericht. Een kind ontwikkeld steeds meer van hetzelfde. Zo leren kinderen
bijvoorbeeld steeds meer woorden bij taalontwikkeling.
Discontinue > soms abrupt verlopend ontwikkelingsproces (Elk nieuw stadium levert
kwalitatief ander gedrag op).
Zijn meer op kwalitatieve verschillen, oftewel op verschillen in inhoud en hoedanigheid. Een
voorbeeld uit de cognitieve ontwikkeling is dat een kind in een fase terecht komt waar we al
wel logisch kunnen redeneren terwijl ze eerder in een stadium zaten waarin ze nog niet
logisch konden redeneren. Dat is geen verschil in meer of minder iets kunnen, maar een
verschil in het soort redenaties dat een kind kan maken.
,Nature en Nurture
Nature > Eigenschappen, vermogen en capaciteiten die kinderen van hun ouders erven
(haarkleur genetisch bepaald)
Nurture > Omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen (haarkleur vind ik niks).
Maturatie > Word ook wel rijping genoemd. Sommige eigenschappen zijn genetisch
vastgelegd, maar zijn nog niet direct zichtbaar bij de geboorte.
Als een baby bijvoorbeeld te vroeg geboren wordt zijn de longen nog niet voldoende
ontwikkeld. Het ontwikkelen van de longen is dan een kwestie van maturatie. Er is een soort
biologische tijdlijn waarop eigenschappen zich ontwikkelen. Bij het begrip maturatie gaat het
erom dat je je ontwikkelt vanwege een combinatie van je genen en het bereiken van de juiste
leeftijd (nature)
Het gaat dus niet om ontwikkeling die plaatsvindt puur vanwege omgevingsinvloeden
(nurture)
Begrippenlijst
Stimulus > Prikkels, oftewel verandering in de uitwendige of inwendige omgeving waarop
een organisme reageert.
Discontinue verandering > Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaats vindt en
waarbij elke stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Cognitieve ontwikkeling > Ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogen
zoals: denken, leren, herinneren en probleem oplossen.
Gevoelige periode > Een afgebakende tijdspanne, meestal vroeg in het leven waarin mensen
extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden, of juist het ontbreken daarvan en
sterk ontvankelijk zijn voor het leven van specifieke vaardigheden.
Ontwikkelingspsychologie > De wetenschappelijke studie van patronen van groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie tot en met de
late volwassenheid.
Continue verandering > Geleidelijk kwantitatieve ontwikkeling, waarbij prestaties op een
bepaalt niveau voortvloeien uit die op de vorige niveaus.
Kritieke periode > Een specifieke tijdspanne in de ontwikkeling waarin een bepaalde
gebeurtenis of het uitblijven daarvan van de grootse en zelf onomkeerbare – gevolgen heeft.
Plasticiteit > De mate waarin een zich ontwikkeld gedragspersoon of fysieke structuur
veranderbaar is.
,Nature – Nurture daad > De discussie over de oorsprong van ons gedrag en ons
eigenschappen: in hoeverre komen deze voort uit onze aanleg en in hoeverre uit onze
opvoeding en leefomgeving?
Sociaal taalgebruik > Taalgebruik dat is gericht tegen een ander en is bedoeld om door die
ander te worden begrepen.
Rijping > Blijvende fysieke of psychologische veranderingen als gevolg van biologische
groeiprocessen.
Persoonlijkheidsontwikkeling > Ontwikkeling van duurzame gedragingen en (karakter)
eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
Fysieke ontwikkeling > Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het
lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan
eten, drinken en slapen.
, Hoofdstuk 2
Vijf belangrijke theoretische aspecten
Psychodynamische perspectief
Behaviouristische perspectief
Cognitief perspectief
Systemische perspectief
Evolutionair perspectief
Elke visie richt zich op andere aspecten van ontwikkeling en is gebaseerd op zijn eigen
veronderstelling.
Psychodynamische perspectief
Gedrag wordt gemotiveerd door innerlijk krachten en herinneringen waarvan een persoon
zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.
Met andere woorden > gebeurtenissen in de kindertijd (onbewust drijfveren) beïnvloeden
iemands gedrag gedurende zijn hele leven.
Freud
Psychoanalytische theorie: onbewust krachten (kinderlijke wensen, verlangens en behoeften)
zijn bepalend voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
Erikson:
Psychosociale theorie: mensen worden gevormd en belemmerd door hun samenleving en
cultuur. De nadruk ligt op sociale interactie met anderen. Ontwikkeling verloopt in 8 stadia.
Gemiddelde Freuds stadia Belangrijkste Erikson stadia van Positieve en
leeftijd van kenmerken van psychosociale negatieve
psychoseksuel Freuds stadia ontwikkeling resultaten van
e ontwikkeling Erikson stadia
Geboorte tot Oraal Interesse in orale Vertrouwen- Positief: een gevoel
12 – 18 bevrediging door versus- van vertrouwen
maanden zuigen, eten, wantrouwen dat de wereld goed
bewegen van de is dankzij steun van
lippen en bijten. de omgeving.
Negatief:
fundamenteel
gevoel van angst
en wantrouwen
ten opzichte van
anderen en de
wereld.
12 – 18 Anaal Bevrediging door Autonomie- versus Positief:
maanden tot ontlasting op te – schaamte en onafhankelijkheid