Antoinette van Schooneveld
De fysieke ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd
Hoofdstuk 8
Integratie met de overige leeractiviteiten
- Contact maken met kinderen
- Kinderspel
- Bedenk je tijdens het lezen en de colleges; hoe kan ik deze kennis gebruiken bij de
overige leeractiviteiten
Het groeiende lichaam
- Gemiddelde lengte en gewicht tweejarige leeftijd: 90 cm en 11 – 12 kilo
- Gemiddelde lengte en gewicht op zesjarige leeftijd: 120 cm en 20 kilo
- In deze periode ontstaan grotere verschillen, door genen, voeding en
gezondheidszorg
De groeiende hersenen
Hersenen groeien hard! Op vijfjarige leeftijd heeft het brein 90% van volwassene grootte:
- Er worden meer verbindingen gelegd > geassocieerd met ontwikkelingssprongen
Neem als voorbeeld: de taalontwikkeling tussen de 18 – 24 maanden dat daar een
grote ontwikkelingssprong zit.
- Groei van myeline (groeiende concentratieboog voor kinderen en herinneringen).
Myeline versnelt de juiste overdracht van zenuwsignalen. Door een toename van
myeline tijdens de peuter- en kleutertijd worden signalen beter doorgeven. Dit
bevordert de cognitieve en motorische ontwikkeling.
- Meer specialisatie per hersengebied
,Functie van de hersenen
Tijdens de kleuterjaren meer uitgesproken verdeling van functies in linker en rechter
hersenhelft: lateralisatie
De hersenhelften hebben wel hun eigen specialisatie, maar ze werken samen. De onderlinge
verschillen zijn klein. De ene hersenhelft kan de meeste taken van de andere hersenhelft
overnemen.
Er zijn gemiddeld gezien verschillen in hoe de hersenhelften van jongens en meisjes zich
gedurende ontwikkeling specialiseren. Genetische factoren zijn hiervoor slechts gedeeltelijk
een verklaring. Daarbij is er niet een enkel type jongenshersenen en een type
meisjeshersenen. Er bestaan verschillende tussenvormen. Omgevingsfactoren kunnen
hersenlateralisatie ook verklaren. Daarnaast is cultuur mogelijk van invloed op deze
ontwikkelingen.
Toch vooral veel samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid tussen de hemisferen.
Linkerhelft functies:
- Verbaal (spraak en taal)
- Logisch denken
- Ruimtelijk denken (wiskunde)
- Letterlijk
- Sequentiële: verwerking achtereenvolgend in stukjes
Rechterhelft functies:
- Non – verbaal (beelden)
- Visueel ruimtelijk
- Muzikaal
- Intuïtie
- Creativiteit
- Dromen
- Figuurlijk
- Globale verwerking: als een geheel
Ontwikkeling van de zintuigen
- Door ontwikkeling van het brein
- In staat tot perceptuele schematisering: het vermogen om zowel het grote geheel als
de losse delen te zien
- Ook gaan kleuters scherper zien en beter horen.
Noem twee factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van de motoriek tijdens de peuter
en kleutertijd
- De ontwikkeling van myeline in de neuronen
- Er is een piek in het algemene activiteitsniveau op deze leeftijd. Kinderen oefenen
veel, en daardoor ontwikkelen ze hun motoriek.
,Motoriek in de peuter- en kleutertijd
Grove motoriek bij peuters en kleuters
3- jarige 4- jarige 5- jarige
Kan niet plotseling draaien Heeft meer controle over Kan effectief starten,
of stoppen stoppen en starten van draaien en stoppen tijdens
bewegingen en over draaien spelletjes
Springt met beide voeten Springt gemiddeld tot 70 Springt vanuit een aanloop
tegelijk centimeter ver tot 90 centimeter ver
Loopt zelfstandig een trap Loopt, mits geholpen, met Loopt zelfstandig een lange
op, met beurtelings gebruik de ene voet na de andere trap af
van de ene en de andere lange trap af
voet
Staat minstens vijf Hinkelt vier tot zes stappen Hinkelt met gemak een
seconden op een been op een been afstand van vijf meter
Hoe verbetert de motoriek in deze periode zo sterk? Door:
- Toegenomen spierkracht
- Betere controle over spieren
- Verbeterde coördinatie
- Hersenontwikkeling (betere verbindingen en myeline vorming)
- En door veel te oefenen.
Fijne motoriek bij peuters en kleuters
3- jarige 4- jarige 5- jarige
Knipt papier Vouwt papier in driehoeken Vouwt papier in helften en
kwarten
Plakt met behulp van de Schrijft naam met een krijtje Schrijft naam met een
vingers potlood. Tekent driehoek,
rechthoek en cirkel.
Tekent 0 en + (rondjes en Rijgt kralen (een voor een in Kan de juiste pengreep
plusjes) een ritme) hanteren.
Tekent poppetjes Kopieert X (schuine Schrijft letters na
gekruiste lijnen)
Maakt eenvoudige puzzels Opent knijpers en zet ze Schrijft twee korte woorden
ergens op vast na
Links- of rechtshandig
- Handvoorkeur in aanleg aanwezig
- Vanaf 5 jaar: voorkeur duidelijk
- 10% linkshandig
- Jongens vaker linkshandig
Zindelijkheid
- Zindelijkheidstraining
- Elimination communication
- Versus
- Aansluiten bij wanneer kind er klaar voor is
, Bedreigingen van fysieke groei & ontwikkeling
- Problemen met slapen en eten
- Ongelukken en ziektes
- Mishandeling
Problemen met slapen en eten
- Nachtmerries/ pavor nocturnus (nacht angsten)
- Onder- en overgewicht: er komt steeds meer aandacht voor obesitas bij kleuters. Er is
een sterke correlatie tussen overgewicht, ongezonde eetgewoonten en een tekort
aan fysieke activiteit. Ouders en verzorgers kunnen hier grote invloed op uitoefenen.
- Voedselneofobie: de eetvoorkeuren van peuters en kleuters kunnen rigide vormen
aannemen, zoals bij voedselneofobie of bovenmatige kieskeurigheid. Deels zijn deze
gerelateerd aan ontwikkeling, maar ze kunnen in sommige gevallen ook de
totstandkoming van een gezond eetpatroon belemmeren.
Kinderziektes en ongelukken
- De kinderziektes (o.a. difterie, kinkhoest, tetanus, polio) > door het
rijksvaccinatieprogramma komen deze ziektes nog zelden voor
- Ongelukken:
O.a. vallen, verdrinking, brandwonden ect.
Vergiftiging (denk afwasmiddel, afwastabletjes wat als snoep gezien wordt)