Toets matrijs
CGO casus 1
Visies op gezondheid
Monocausale visie/ medische visie:
Iemand is gezond bij de afwezigheid van ziekte of lichaamsgebrek. Stel je hebt
een ziekte, dan ben je dus niet gezond, medische interventie kan de ziekte
verhelpen en word je dus beter, dus gezond.
Voorbeeld
Iemand heeft pneumonie -> AB breedspectrum kuur -> klachten gaan weg ->
dus je bent gezond.
Biologische visie:
Benadrukt de rol van biologische factoren zoals genetica, infecties en voeding in
gezondheid en ziekte. Deze visie richt zich op de zichtbare symptomen en
behoefte van de zorgvrager, waarbij de focus ligt op het stabiliseren van
processen en reacties in het lichaam.
Het negeert vaak psychologische en sociale factoren, omdat deze moeilijk te
meten.
Voorbeeld :
Een patiënt komt bij de arts met benauwdheid. Vanuit de biologische visie kijkt de
arts naar de werking van de longen, doet lichamelijk onderzoek, schrijft een
longfoto voor en behandelt met medicijnen (bijvoorbeeld puffers of antibiotica).
De zorg is dus gericht op het verhelpen of verminderen van de
lichamelijke klacht.
Biopsychosociale visie/ WHO visie/ multicausale visie:
biologisch, psychologisch en sociaal
‘’ Gezondheid is een toestand van volledig, lichamelijk, geestelijk en
maatschappelijk welzijn en niet slecht de afwezigheid van ziekte of andere
lichamelijke beperking’’ (WHO 1998)
De omgeving kan van invloed zijn op het ervaren van ziek of gezond zijn. Als je
van huis uit mee gekregen hebt dat je pas ziek bent als je echt niet uit bed kan
komen en geen eten kan binnen houden. Dit kan heel erg
Voorbeeld:
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat gezondheidszorg voor
iedereen bereikbaar moet zijn. Dat betekent dat zorg goed, betaalbaar en
toegankelijk moet zijn, of je nu arm of rijk bent. Ook vindt de WHO dat voorkomen
beter is dan genezen, bijvoorbeeld door vaccinaties en aandacht voor een
gezonde leefstijl.
Positieve gezondheid:
Lichamelijk, mentaal, emotioneel en sociaal
Vernieuwde manier van kijk op gezondheid die niet alleen kijkt naar ziekte, maar
juist naar wat mensen wel kunnen, wat geeft hun veerkracht en wat maakt hun
leven betekenis vol.
De visie van Positieve Gezondheid gaat niet alleen over ziek zijn of beter worden,
maar over hoe iemand zich voelt en wat iemand nog wél kan. Er wordt gekeken
naar verschillende dingen, zoals je lichaam, je emoties, je sociale contacten en
wat je belangrijk vindt in het leven.
Dit is in kaart te brengen via een vragenlijst, dit vormt een spinnenweb waarop
gegevens af te lezen zijn.
Blok 1- Gezondheid
, 2
Voorbeeld:
Iemand met diabetes kan toch een goed leven leiden door te letten op voeding,
genoeg te bewegen en steun te krijgen van familie en vrienden. Het gaat dus om
breder kijken dan alleen de ziekte.
Positieve gezondheid
Zingeving
Lichaamsfuncties
Mentaal welbevinden
Dagelijks functioneren
Meedoen
Kwaliteit van leven
CGO casus 2
Verpleegproces
Anamnese
Diagnose
Doel
Interventie
Uitvoeren
Resultaten
Gezonde zuigeling
Kenmerken van een gezond zuigeling:
Lichamelijk
- Roze huidskleur
- Temperatuur 36.5 en 37,5
- Lichte gewicht afname in eerste dagen en daarna toename
- Hartslag van 100-160 slagen per minuut
- Apgar score 7-10
Gedrag en functioneren:
- Drinkgedrag: drinkt genoeg en duidelijke signalen van honger vertonen
- Uitscheiding: regelmatige plas en poepluiers bij voldoende voeding
- Alertheid en activiteit: reageert op geluiden en spieren ontwikkelen in loop
van tijd
- Lichaamshouding: rechte lichaamshouding en open handjes
- Slaap: baby slaapt, maar kan ook actief er reageren op de omgeving
APGAR:
Activity = spierspanning van baby
Pulse = harslag van baby
Grimace = reactie op prikkels
Appearance = kleur van de huid
Respiratopn = ademhaling en huilen van baby
Groei in zuigelingen periode
Lichamelijke groei
Gewicht: pasgeborene is zo’n 3,5 kg, dit verdubbelt rond 5 maanden,
viereenvoudigt rond 1 jaar
Lengte: gemiddeld 50 cm bij geboorte, groeit naar 75 cm rond 1 jaar
Hoofdomtrek: groeit gem 1 mm per dag, gemiddeld 35cm naar 46 cm in
jaar 1
Kenmerkend: snelle groei, voeding en slaap is cruciaal
Blok 1- Gezondheid
, 3
Motorische ontwikkeling
0-3 maanden: optillen en kort vasthouden van hoofdje, volgen met ogen,
spontane bewegingen
3-6 maanden: omrollen, reiken en grijpen, steunen op armen
6-9 maanden: zelfstandig zitten, beginnen met tijgeren/kruipen,
voorwerpen van hand naar hand
9-12 maanden: kruipen, optrekken tot staan, soms eerste stapjes zetten
Motoriek gaat van grof naar fijn, van hoofd naar voeten en van romp naar
ledematen
Psychosociale ontwikkeling
0-3 maanden: hechting begint, baby herkent verzorger, glimlachen,
sociaal
3-6 maanden: reageert gericht op personen, zoekt oogcontact, brabbelt
terug
6-9 maanden: scheidingsangst, voorkeur voor bekende personen
9-12 maanden: imiteert gebaren (zwaaien, klappen), speelt eenvoudige
spelletjes, toont vreugde/boosheid duidelijk
Spraak en taalontwikkeling
0-3 maanden: huilen is het belangrijkste communicatiemiddel, eerste
geluidjes (klinkers)
3-6 maanden: brabbelen bv ba ba, reageren op stemintonatie
6-9 maanden: gevarieerd brabbelen, herkennen eigen naam, reageren op
‘nee’
9-12 maanden: eerste woordjes, begrijpt eenvoudige opdrachten
Cognitieve ontwikkeling
0-4 maanden: sensomotorisch; leert oorzaak gevolg (bv rammelen maakt
geluid)
4-8 maanden: bewust begrijpen en loslaten, plezier in herhalen van acties
8-12 maanden: begint objectpermanentie (iets blijft bestaan ook al zie je
het niet)
Rond 1 jaar: eenvoudig oplossen van problemen (speeltje onder doek
vinden), met gebaren iets duidelijk maken.
Hechting stijlen:
Veilig -> goed en gezond
Onveilig -vermijdend -> passief gedrag bij verlaten en weinig reactie bij
terugkomst. Weinig reactie
Onveilig -ambivalent -> huilen bij verlaten maar ook niet te troosten bij
terugkomst
Gedesoriënteerd -> geen duidelijke hechtingsstijl, soms huilen, soms
lachen, erg inconsistente reacties
Vaccineren
Groepsimmuniteit: Als een grote groep met mensen gevaccineerd is tegen een
ziekte, is de kans op verspreiding kleiner en draag je dus gezamenlijk bij aan het
groepsimmuniteit. Als niemand de ziekte kan krijgen, kan niemand het meer
overdragen, dus roeit de ziekte uit.
Vaccinatie: hier zit een kleine hoeveelheid ziekteverwekkers in die je ingespoten
krijgt. Je afweersysteem kan tegen de ziekte afweer opbouwen. Je lichaam maakt
Blok 1- Gezondheid
, 4
antistoffen aan. Je raakt dus immuun of bestendig tegen de ziekte. Je zal in de
toekomst dus niet ziek worden/ minder ziek worden/ sneller beter worden.
Actief natuurlijk (ziek geworden en lichaam maakt het beter)
Actief verworven (vaccinatie)
Passief natuurlijk (van moeder naar kind via placenta, is van korte duur)
Passief verworven (antigeen, tegengif toedienen)
CGO casus 3
Gezondheidsverschillen en SES
SES is gebaseerd op:
Inkomen,
Beroep
Opleidingsniveau
Lage SES heeft vaak slechtere gezondheid
Gezondheidsvaardigheden
Functionele -> lezen, schrijven, rekenen, zoeken op internet
Interactieve -> begrijpend lezen, abstract denken, hoofd- bijzaken
scheiden, reflecteren
Kritische vaardigheden -> informatie toepassen, ordenen, vooruit denken,
prioriteiten stellen
Gezondheidsdeterminanten (Lalonde)
Endogene factoren/ biologisch: factoren vanuit jezelf, erfelijke factoren of
later verworven verwondingen
Exogene factoren/ omgevingsfactoren: fysiek (supermarkt in de buurt
waar je ongezond eten kan halen ) en maatschappelijk (vrienden om je
heen die allemaal roken)
Leefstijl en gedrag: sporten en keuzes maken over gezond eten
Gezondheidsvoorzieningen: kwaliteit van en toegang tot huisarts, diëtist,
fysio, thuisarts.nl
CGO casus 4
Zorg rondom zwangere, de bevalling en pasgeborene
Zwangere
- Voorlichting en adviezen geven
Blok 1- Gezondheid