DEEL 1: WAT ZIJN GOVERNANCE PARADIGMA'S?
Een public governance paradigm (sturingsparadigma) is een relatief coherente set van
normen, ideeën en doctrines die bepalen hoe we publieke organisaties moeten inrichten,
besturen en aansturen,. Nieuwe paradigma's ontstaan vaak als een functionele of politieke
reactie op de problemen van een vorig paradigma,. In de praktijk vervangen paradigma's
elkaar nooit volledig; ze stapelen zich op. Torfing et al. vergelijken dit met een layer cake
(verschillende paradigma's als lagen op elkaar) of een marble cake (paradigma's die met
elkaar verweven raken tot hybride vormen).
Om paradigma's te kunnen vergelijken gebruiken Torfing et al. de Governance Diamond
met vijf dimensies,:
1. Centralized control (gecentraliseerde sturing via hiërarchie).
2. Horizontal coordination (horizontale samenwerking tussen en binnen organisaties).
3. Use of value articulation (sturen via het uitdragen van overkoepelende waarden).
4. Use of incentives (gebruik van beloningen en straffen).
5. Societal involvement (mate van maatschappelijke participatie en co-creatie).
DEEL 2: DE ZEVEN STURINGSPARADIGMA'S
1. Bureaucratie & The Bureaucratic Ethos
, Klassieke bureaucratie, gebaseerd op Max Weber, is ingericht op het garanderen van
neutraliteit, rechtsgelijkheid en efficiëntie,. Kenmerken zijn onder meer een strikte hiërarchie,
verregaande arbeidsverdeling, formele regels en meritocratische werving,. In de governance
diamond scoort het zeer hoog op centralized control en zeer laag op societal involvement en
horizontal coordination,.
● Inhoud: Gebaseerd op het werk van Max Weber. Het doel is rechtmatigheid,
neutraliteit, stabiliteit en het voorkomen van willekeur. De organisatie is een gesloten
systeem, opgebouwd langs strakke hiërarchische lijnen (centralized control) met
formele, expliciete regels en een verregaande functionele arbeidsverdeling.
● Toepassing: Toegepast waar gelijke behandeling en betrouwbaarheid cruciaal zijn.
Managers sturen top-down. Volgens Møller et al. is het hart van dit paradigma niet
blinde regelvolgerij, maar het bureaucratic ethos (ambtelijke ethiek): uitvoerende
ambtenaren passen casuïstiek (praktische wijsheid) toe door algemene regels
onpartijdig (sine ira et studio) toe te passen op unieke, ambigue situaties.
● Nadelen: Strikte formele regels en hiërarchie leiden vaak tot rigiditeit en
innovatiearmoede. De drang om alles in regels te vatten veroorzaakt administratieve
lasten of red tape. Ook werkt de functionele specialisatie de vorming van 'silo's' in de
hand, waardoor afdelingen nauwelijks horizontaal samenwerken.
● Møller et al. - The Bureaucratic Ethos: De klassieke bureaucratie wordt vaak
bekritiseerd als kil en inflexibel (red tape),. Møller et al. beargumenteren echter dat
de essentie van Webers bureaucratie ligt in het bureaucratic ethos (ambtelijke
ethiek) en gespecialiseerde kennis,. In de uitvoering ('street-level work') vereist dit
geen blinde regelvolging, maar casuïstiek (casuistry/phronesis): de praktische
wijsheid om algemene regels toe te passen op specifieke en ambigue situaties (zoals
verloskundigen en jeugdzorgwerkers doen),. Dit vergt formal impersonality(sine ira
et studio): het uitschakelen van persoonlijke vooroordelen om de cliënt eerlijk te
behandelen.
2. Professional Rule
Bij dit paradigma staat de professional (zoals artsen en docenten) centraal, waarbij de
sturing niet voortkomt uit hiërarchische regels, maar uit gespecialiseerde theoretische kennis
en sociologisch verankerde normen van de beroepsgroep,. De loyaliteit is horizontaal (naar
vakgenoten) en er is sprake van grote professionele autonomie.
● Inhoud: Dit paradigma stelt niet de manager of de regel, maar de professional (zoals
een arts, rechter of leraar) centraal. Sturing komt voort uit gespecialiseerde
theoretische (academische) kennis en sterk sociologisch verankerde
beroepsnormen. In plaats van verticale gehoorzaamheid is er sprake van enorme
professionele autonomie.
● Toepassing: Toegepast in sectoren waar de asymmetrie in kennis tussen uitvoerder
en cliënt groot is. Verantwoording is horizontaal georganiseerd: professionals
evalueren elkaars kwaliteit via intercollegiale toetsing of binnen professionele
verenigingen ("peers").