1. Cognitieve Controle en Regulatie
Deze gebieden zijn betrokken bij het beheersen van impulsen en het sturen van
gedrag naar langetermijndoelen.
Laterale Prefrontale Cortex (lPFC / dlPFC): Cruciaal voor cognitieve
controle, werkgeheugen, het onderdrukken van impulsen en strategisch
handelen in sociale situaties.
Ventrolatere Prefrontale Cortex (vlPFC / IFG): Betrokken bij
cognitieve herwaardering (reappraisal) van emoties, verbaal
werkgeheugen, imitatie en de top-down verwerking van emotionele
signalen.
Anterior Cingulate Cortex (ACC):
o Dorsale ACC (dACC): Onderdeel van het cognitieve
regulatienetwerk; betrokken bij het verwerken van sociale uitsluiting
en het weerstaan van risicovol gedrag.
o Ventrale/Subgenuale ACC (vACC / sgACC): Betrokken bij
emotionele verwerking, gevoeligheid voor afwijzing en het ervaren
van sociale pijn of stress.
Pariëtale Cortex: Ondersteunt functies zoals aandacht, taakwisseling en
werkgeheugen.
2. Sociaal-Cognitieve Verwerking ('The Social Brain')
Deze gebieden stellen adolescenten in staat om de intenties en emoties van
anderen te begrijpen (mentalizing).
Dorsomediale Prefrontale Cortex (dmPFC / mPFC): Een centraal
gebied voor 'mentalizing' (nadenken over de gedachten en gevoelens van
jezelf en anderen), sociale informatieverwerking en zelfreflectie.
Temporopariëtale Junctie (TPJ): Cruciaal voor perspectiefname, het
begrijpen van andermans intenties en het voorspellen van sociaal gedrag.
Superior Temporal Sulcus (STS): Betrokken bij het waarnemen van
biologische beweging en sociale herkenning.
Precuneus: Maakt deel uit van het sociale hersennetwerk; betrokken bij
mentaliseren en sociale herinneringen.
Temporale Polen: Spelen een rol bij sociale herkenning en het
toeschrijven van mentale staten aan anderen.
Fusiform Gyrus (Fusiform Face Area): Gespecialiseerd in het
herkennen van gezichten en sociale categorisering.