bindweefselfysiologie
Hoofdstuk: inleiding + homeostase
Inleiding
Wat is fysiologie
Fysiologie = de kennis van de natuur
= studie vh normaal functioneren van levende organisme ( +
afweersysteem)
≠ anatomie (anatomie zijn louter onderdelen van het lichaam, fysiologie is
werking van organisme)
Rol afweersysteem
Bescherming tegen indringers van buitenaf (virussen, bacteriën, gif)
Bescherming tegen ziekteprocessen in ons lichaam (bv. Kanker)
Signaalfunctie levert communicatiemiddelen om boodschappen
van plaats A naar B te brengen
Wat is bindweefsel?
Soort weefseltype dat verschillende structuren zal ondersteunen,
beschermen en verbinden (botweefsel, bloed, kraakbeen, nagels, huid)
Homeostasis / homeodynamica
Homeostase: vergelijking met cockpit vliegtuig allemaal knopjes en
lichtjes die continu gemonitord en geregistreerd moeten worden
= interne omgeving constant ondanks externe variabiliteit (bv.
Temperatuur, luchtdruk) controleren alles wat er in het lichaam gebeurd
Cellen zijn op zichzelf weinig adaptief
Organisme heeft wel hoge adaptatiemogelijkheden
Homeo = gelijkaardig + stasis = conditie
= goed functioneren en samenwerken van de verschillende systemen
Communicatie tussen cellen: hormonen: transport via bloed
Continue uitwisseling tussen binnen en buiten lichaam
Te controleren factoren voor behoud homeostasis:
H2O te weinig = uitdroging
Temperatuur onderkoeld/oververhit
1
, O2 en CO2 wordt geregeld door ademhaling
Nutriënten
Afvalproducten verwijderen door zweten, urine, ..
NaCl
pH
bloedvolume & bloeddruk
Bedreiging van de homeostasis = bv. De omgevingstemperatuur die de
lichaamstemperatuur gaat bedreigen door extreme koude/warmte
- External change: bv. Temperatuur, omgeving
- Internal change: bv. Osteoporose, kanker
Ziekte = wanneer de acties van het lichaam om de homeostasis te
bewaren, falen
Hematologie
Vertreksituatie: atleet/patiënt tijdens inspanning hoe krijgen de
verschillende weefsels energie?
Voedingsstoffen worden getransporteerd in plasma:
Glucose wordt opgenomen door darm en van daaruit naar bloedbaan
gebracht darm = doorweeft met bloedvaten
Lever = belangrijke opslagplaats van glucose
- Als je onvoldoende glucose uit voedingsvoorraden haalt dan kan
je het nog altijd uit de lever halen
- Heel wat lever opgeslagen = lever glycogeen
Wanneer het lichaam glycogeen nodig heeft
- Lever geeft glucose aan de bloedbaan
- Heel goed doorweeft door bloedvaten dus dit gebeurt
gemakkelijk
Melkzuur = afvalproduct van het anaerobe energie-leveringsproces
- Melkzuur komt uit de werkende spieren naar de bloedbaan
- Bloed passeert vanuit de spieren terug de lever en wordt
gefiltreerd
- Melkzuur wordt eruit gehaald en wordt gebruikt als bouwsteen
om glucose aan te maken
Vet = bron van energie
- Kan ook gebruikt worden voor energie tijdens lichamelijke
inspanning (of cognitieve arbeid)
- Allerlei vetten kunnen aanleiding zijn tot vrijstellen van glycerol
+ vrije vetzuren
o Vrije vetzuren kunnen via bloedbaan weer gebruikt worden
voor de aerobe energie-leveringsprocessen mogelijk te
maken
2
, o Draagt bij aan anaerobe energie-leveringsprocessen
o Glycerol gebruikt om omzetting van pyruvaat in glucose te
faciliteren
CO2 = afvalproduct van allerlei energie-leveringsprocessen
O2 = substraat/brandstof voor aerobe energie-leveringsprocessen
Transport gassen: hoe?
Opgeloste gassen in plasma: O2 komt via de alveoli in de bloedbaan
Naar het hart verder naar de weefsels opgenomen door
weefsels cellulaire respiratie (krebs-citroencyclus)
afvalproducten CO2 moet weg uit weefsels gaat naar
bloedbaan hart longen uitademen
Plasma elektrolyten oiv koolzuuranhydrase
Erytrocyten
Centrale rol van het brein in het homeostasis proces
Tijdens lichamelijke inspanning doen we een verstoring van de
homeostasis
Lichaam gaat het ervaren als een verstoring van de homeostasis
Brein gaat snel reageren verhoging van het ademritme
Erytrocyten /RBC
Transporteren gassen: O2 door grote oppervlakte (biconcave
vorm)
Zit vol hemoglobine maar heeft geen kern aerobe energie levering
Hypercapnie = te hoge PCO2 (belang van CO2 afvoer!)
- pH ontregeling (acidosis)
- denaturatie eiwitten (waterstofbindingen)
- onderdrukking CZS functies COMA
we zullen sneller merken dat CO2 gehalte te hoog is dan O2 gehalte
te laag (wordt nauwer gemonitord door chemoreceptoren)
Transport afvalstoffen: Hoe?
EPO = lichaamseigen
hormoon
- stimuleert
beenmerg om
meer RBC te
produceren
3
, - hoe meer RBC, hoe stroperiger het bloed = bloedklonters
- hoogtestages
- alle bloedcellen die worden aangemaakt in beenmerk komen
uit ongespecificeerde stamcellen door bepaalde processen
omgevormd naar bloedplaatjes, RBC en witte bloedcellen
Bilirubine
Tijdens zwangerschap haalt baby O2 via navelstreng
Na geboorte gaat O2-bindingscapaciteit te groot zijn
Bloed is er nog op voorzien om O2 te halen via navelstreng & is nu
rechtstreekse manier om zuurstof uit de lucht te halen
Minder nood aan RBC (overschot) lichaam gaat het snel afbreken
Bilirubine neemt toe in stoelgang
Hyperbilirubineanemie = afbraak gebeurd niet vlot (belangrijk dat
stoelgang voldoende op gang is gekomen bij baby’s) baby’s
kleuren licht bruin/oranje oplossing: lichttherapie
Transport ionen
Calcium spiercontractie
Afvoer afvalstoffen:
- HCO3-
- H+
Transport hormonen
Erytropoëtine = EPO
Adrenaline
Insuline
4