Week 1
H1: Beginselen van academisch-juridisch onderzoek Van Dijck,
Snel & Van Golen
Verschillen met andere juridisch onderzoek
3 verschillen:
- Vrije selectie van onderzoeksvraag en -design
- Overstijgen individueel zaaksniveau
o De onderzoeker richt zich niet op een, concreet, feitelijk geval, maar richt zich
op het destilleren van algemenere inzichten of regels uit een aantal feitelijk
gevallen
- Geen gebondenheid aan het geldende recht
o Streeft andere doelen na dan beschrijven, toepassen, interpreteren en
systematiseren van get geldende recht richt zich op het verklaren,
evalueren of verbeteren van het geldende recht; hierbij wordt vaak ook ander
materiaal verzameld/geraadpleegd, dan het materiaal dat het geldende recht
vertegenwoordigd
Het onderzoeksproces
7 stappen:
1. Onderzoeksprobleem
2. Onderzoeksvraag
3. Uitwerking
4. Methode
5. Informatieverzameling
6. Verwerking
7. Conclusie
Eisen wetenschappelijk onderzoek
1. Originele, relevante en in het bestaande rechtswetenschappelijke debat ingebedde
onderzoeksvraag (originaliteitseis, relevantie eis en conceptualisering; verschillende
concepten en elementen die in de vraag verborgen liggen moeten voldoende
specifiek zijn uitgewerkt)
2. Bijdrage aan theorievorming
3. Voorzien van methode waarmee de onderzoeksvraag daadwerkelijk beantwoord kan
worden
o Vereiste;
Geschikt zijn voor beantwoording van de onderzoeksvraag
Mogelijkheid bieden om alle of een selectie van de relevante
informatie te verkrijgen
De kans zo groot mogelijk maken dat daarmee correcte resultaten
worden bereikt
4. Daadwerkelijke, zorgvuldige beantwoording van de vraag
5. Rechtswetenschapper moet controleerbaar te werk gaan (verantwoordingsbeginsel)
Integriteit
Wetenschappelijke integriteit = de normen waaraan de onderzoeker zich moet houden.
, - Eerlijkheid
o Transparante, billijke, volledige en onbevooroordeelde wijze onderzoek doen
- Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid
o Zorgvuldigheid: vb. omgaan met privacygevoelige informatie
o Betrouwbaarheid: wanneer de onderzoeker ervoor zorgt dat de
verslaglegging volledig is
- Transparantie
- Onafhankelijkheid en onpartijdigheid
- Verantwoordelijkheid en respect
H2: Keuze onderzoeksthema Van Dijck, Snel & Van Golen
Vormen van vooronderzoek
1. Oriënterend onderzoek: gericht op de selectie van een onderzoeksthema
2. Systematisch literatuuronderzoek gericht op het binnen dat thema vinden en
verantwoorden van een academische onderzoeksvraag
Overwegingen bij selectie van onderzoeksthema
Belangrijke overwegingen bij het kiezen van een onderzoeksthema
- Affiniteit met het thema
- Expertise
- Vaardigheden; voornamelijk van belang bij het kiezen van de methode
- Originaliteit
- Eigenschappen van de onderzoeker
- Beschikbare begeleiding
- Haalbaarheid
Red flags
- Te persoonlijk betrokken bij het thema kan leiden tot vooringenomenheid
- Het betreden van een thema dat verleidt tot het direct willen komen met
oplossingen teken van vooringenomenheid (er moet een probleem zijn om tot een
oplossing te komen)
- Het doen van toekomstgerecht onderzoek vaak weinig informatie beschikbaar
H4: Het formuleren van een onderzoeksvraag Van Dijck, Snel &
Van Golen
Eisen onderzoeksvraag
- Originaliteit
- Relevantie
- Precisie
- Methodologische invalshoek aangeven
- Haalbaarheid
Originaliteit
Type kennislacunes
- Incompleetheid
- Een bepaald perspectief of een bepaalde methode is nog niet gehanteerd
, - Eerder onderzoek kent zwaktes, dat nieuw, vergelijkbaar onderzoek gerechtvaardigd
is
- Gebrek aan consensus blootleggen ten aanzien van bepaalde aspecten binnen het
onderzoeksthema
Relevantie
- Juridisch
o Onderzoek dat bijdraagt aan de beschrijving, interpretatie, toepassing,
evaluatie of begrip van het recht
- Maatschappelijk
o Enkel maatschappelijke relevantie is onvoldoende, er moet een kennislacune
onderzocht worden
- Wetenschappelijk
o Gaat over de kennis die het onderzoek produceert dient iets toe te voegen
aan eerder onderzoek
o Theoretische relevantie het onderzoek moet leiden tot ontwikkeling of
aanscherping van een leerstuk
Precisie
- Helder en op het onderzoeksgebied toegesneden taalgebruik
o ‘en’ constructies in de onderzoeksvraag worden afgeraden
o Zo veel mogelijk aansluiten bij het gebruikelijke jargon
- Afbakenen naar object en tijd
- Definiëren van gehanteerde begrippen
o Om te voorkomen dat begrippen verschillend worden gelezen
Methodologische invalshoek aangeven
De eis dat de onderzoeksvraag duidelijk maakt wat er gedaan moet worden om de kennis
bijeen te brengen die nodig is om haar te beatwoorden.
Handelingsdoelen
1. Beschrijven
o Beschrijven van een onderzoekseenheid
Vb. blootleggen van verbanden of tegenstellingen of het categoriseren
ervan
2. Definiëren
o Centrale vraag: wat is de plaats van een nieuwe uitspraak of regel in het
groter geheel
3. Verklaren
o Verklaren van bepaalde juridische verschijnselen
4. Voorspellen
o Voorspellen van vb. toekomstig recht of de gevolgen daarvan
5. Vergelijken
o Op zoek naar overeenkomsten of verschillen
Vb. rechtsvergelijkend onderzoek (onderzoek tussen verschillende
rechtssystemen)
6. Evalueren
H1: Beginselen van academisch-juridisch onderzoek Van Dijck,
Snel & Van Golen
Verschillen met andere juridisch onderzoek
3 verschillen:
- Vrije selectie van onderzoeksvraag en -design
- Overstijgen individueel zaaksniveau
o De onderzoeker richt zich niet op een, concreet, feitelijk geval, maar richt zich
op het destilleren van algemenere inzichten of regels uit een aantal feitelijk
gevallen
- Geen gebondenheid aan het geldende recht
o Streeft andere doelen na dan beschrijven, toepassen, interpreteren en
systematiseren van get geldende recht richt zich op het verklaren,
evalueren of verbeteren van het geldende recht; hierbij wordt vaak ook ander
materiaal verzameld/geraadpleegd, dan het materiaal dat het geldende recht
vertegenwoordigd
Het onderzoeksproces
7 stappen:
1. Onderzoeksprobleem
2. Onderzoeksvraag
3. Uitwerking
4. Methode
5. Informatieverzameling
6. Verwerking
7. Conclusie
Eisen wetenschappelijk onderzoek
1. Originele, relevante en in het bestaande rechtswetenschappelijke debat ingebedde
onderzoeksvraag (originaliteitseis, relevantie eis en conceptualisering; verschillende
concepten en elementen die in de vraag verborgen liggen moeten voldoende
specifiek zijn uitgewerkt)
2. Bijdrage aan theorievorming
3. Voorzien van methode waarmee de onderzoeksvraag daadwerkelijk beantwoord kan
worden
o Vereiste;
Geschikt zijn voor beantwoording van de onderzoeksvraag
Mogelijkheid bieden om alle of een selectie van de relevante
informatie te verkrijgen
De kans zo groot mogelijk maken dat daarmee correcte resultaten
worden bereikt
4. Daadwerkelijke, zorgvuldige beantwoording van de vraag
5. Rechtswetenschapper moet controleerbaar te werk gaan (verantwoordingsbeginsel)
Integriteit
Wetenschappelijke integriteit = de normen waaraan de onderzoeker zich moet houden.
, - Eerlijkheid
o Transparante, billijke, volledige en onbevooroordeelde wijze onderzoek doen
- Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid
o Zorgvuldigheid: vb. omgaan met privacygevoelige informatie
o Betrouwbaarheid: wanneer de onderzoeker ervoor zorgt dat de
verslaglegging volledig is
- Transparantie
- Onafhankelijkheid en onpartijdigheid
- Verantwoordelijkheid en respect
H2: Keuze onderzoeksthema Van Dijck, Snel & Van Golen
Vormen van vooronderzoek
1. Oriënterend onderzoek: gericht op de selectie van een onderzoeksthema
2. Systematisch literatuuronderzoek gericht op het binnen dat thema vinden en
verantwoorden van een academische onderzoeksvraag
Overwegingen bij selectie van onderzoeksthema
Belangrijke overwegingen bij het kiezen van een onderzoeksthema
- Affiniteit met het thema
- Expertise
- Vaardigheden; voornamelijk van belang bij het kiezen van de methode
- Originaliteit
- Eigenschappen van de onderzoeker
- Beschikbare begeleiding
- Haalbaarheid
Red flags
- Te persoonlijk betrokken bij het thema kan leiden tot vooringenomenheid
- Het betreden van een thema dat verleidt tot het direct willen komen met
oplossingen teken van vooringenomenheid (er moet een probleem zijn om tot een
oplossing te komen)
- Het doen van toekomstgerecht onderzoek vaak weinig informatie beschikbaar
H4: Het formuleren van een onderzoeksvraag Van Dijck, Snel &
Van Golen
Eisen onderzoeksvraag
- Originaliteit
- Relevantie
- Precisie
- Methodologische invalshoek aangeven
- Haalbaarheid
Originaliteit
Type kennislacunes
- Incompleetheid
- Een bepaald perspectief of een bepaalde methode is nog niet gehanteerd
, - Eerder onderzoek kent zwaktes, dat nieuw, vergelijkbaar onderzoek gerechtvaardigd
is
- Gebrek aan consensus blootleggen ten aanzien van bepaalde aspecten binnen het
onderzoeksthema
Relevantie
- Juridisch
o Onderzoek dat bijdraagt aan de beschrijving, interpretatie, toepassing,
evaluatie of begrip van het recht
- Maatschappelijk
o Enkel maatschappelijke relevantie is onvoldoende, er moet een kennislacune
onderzocht worden
- Wetenschappelijk
o Gaat over de kennis die het onderzoek produceert dient iets toe te voegen
aan eerder onderzoek
o Theoretische relevantie het onderzoek moet leiden tot ontwikkeling of
aanscherping van een leerstuk
Precisie
- Helder en op het onderzoeksgebied toegesneden taalgebruik
o ‘en’ constructies in de onderzoeksvraag worden afgeraden
o Zo veel mogelijk aansluiten bij het gebruikelijke jargon
- Afbakenen naar object en tijd
- Definiëren van gehanteerde begrippen
o Om te voorkomen dat begrippen verschillend worden gelezen
Methodologische invalshoek aangeven
De eis dat de onderzoeksvraag duidelijk maakt wat er gedaan moet worden om de kennis
bijeen te brengen die nodig is om haar te beatwoorden.
Handelingsdoelen
1. Beschrijven
o Beschrijven van een onderzoekseenheid
Vb. blootleggen van verbanden of tegenstellingen of het categoriseren
ervan
2. Definiëren
o Centrale vraag: wat is de plaats van een nieuwe uitspraak of regel in het
groter geheel
3. Verklaren
o Verklaren van bepaalde juridische verschijnselen
4. Voorspellen
o Voorspellen van vb. toekomstig recht of de gevolgen daarvan
5. Vergelijken
o Op zoek naar overeenkomsten of verschillen
Vb. rechtsvergelijkend onderzoek (onderzoek tussen verschillende
rechtssystemen)
6. Evalueren