H2, 4.5.3, 7.9.1, 7.9.2, H8, H12.2, H12.2.1 t/m endometritis, H12.2.3, H12.3.1 tm pag.
523 …..’Er dient tevens gedacht te worden aan infectie’, H12.3.3
H8
8.1
De kraamperiode is de periode van ongeveer 1u na de geboorte van de placenta tot 6 wkn
daarna. Er wordt tussen de 24u en 88 uur kraamzorg gegeven.
Er zijn veel klachten tijdens de kraamperiode de meest voorkomende zijn:
• Vermoeidheid
• Hoofd/rug pijn
• Perineumproblemen
• Mictie en defecatie problemen
• Ruim bloedverlies
• Naweeën
• ¼ heeft problemen met de borsten: stuwing, harde, pijnlijke of rode plekken en kloven.
8.1
Na de bevalling staat de fundus uteri iets onder navelhoogte, door snelle daling van oestrogeen
en progesteron en die gepaard gaan met contracties, krimpt de uterus zeer snel. Dit is vaak
trager bij een multipara of als de uterus tijdens de zwangerschap sterk is uitgerekt. De uterus is
vaak binnen de tiende tot veertiende dag nog net boven symfyse te voelen. Let wel goed op of
de vrouw geplast heeft of gepoept, door een volle blaas/ rectum kan de uterus stijgen en wijkt
iets meer af naar rechts. De kraamvrouw voelt de uterus contracties als naweeën, die vaak
door de borstvoeding door oxytocine optreden. Na 4 tot 5 dagen neemt de intensiteit af. Als de
weeën zo heftig zijn kunnen ze pijnstillers nemen. Na 6 wkn is de uterus normaal (1kg 15 cm
naar 100 g 9 cm), door vochtverlies en verkleining van spiercellen.
8.2
De uterus en vooral het placenta bed zijn een wondvlak met
• Slijmvliesresten
• Necrotische weefselresten (dode) van decidua
Door de uteruscontracties wordt opp laag van decidua uitgestoten -> Lochia of kraamzuivering.
De decidua laag verdwijnt en endometrium komt terug op 15de dag opp week bedenkt met
epitheel.
- Eerste dagen: Lochia bloedering.
- Hierna: sereus en bruin
- 10 dagen: afscheiding witgelig met veel leukocyten (gem 25 dagen)
- In totaal 8 wkn
Op de derde dag is het cavum uteri (holte baarmoeder) gevuld et micro organismen, de
geur is meestal weeïg en soms wat scherp. Bij de vrouwen die borstvoeding geven kan
, endometrium door oestrogeen wat langer atrofisch (dunner) zijn. Na een week is ostium
internum gesloten en externum nog 1 vingertop.
De bekkenbodem 3 tot 6 maanden herstel nodig.
De vagina wand tijdens zwangerschap wat opgezet dit is ong 6 wkn weer normaal, de
vagina en opening iets wijder.
De buikwand is slap door de rek, er is diastase van de musculi recti abdominis -> beide
rechte buikspieren uiteenwijken maar wel verbonden blijven. Eerste 6 wkn alleen schuine
buikspieren hierna pas rechte. De striae veranderd van roze naar wit en de pigmentatie van
de linea alba verdwijnt geleidelijk.
Het perineum kan pijnlijk zijn vooral na een ruptuur of epi. Losse hechtingen worden op dag
6 of 7 verwijderd. De oplosbare hechtingen gaan vanzelf weg. Hechtingen worden elke dag
nagekeken door een zorgverlener, bij push, roodheid of zwelling soms opnieuw hechten,
verwijderen. Meeste vrouwen hebben na een perineum letsel nog langere tijd pijn en
ongemak.
• Ontsteking remmende medicatie
• Paracetamol
Geen langdurige werking maar kunnen verlichting geven:
• Zout of zeepbaden
• Koude compressie
• Warmte en kruiden toepassing
Door de baring zijn de urethra en blaashals vaak oedemateus en blaaswand hypotoon.
Hierdoor vrouw lastig plassen of aandrang voelen. Kan branderig of pijnlijk zijn. Gevolg:
urineretentie (onvolledig leegplassen), hierdoor makkelijk urineweginfectie. PP binnen 6 tot 8u
mictie.
Obstipatie door inactiviteit, hypotonie en pijn aan het perineum. Evt op 4de a 5de dag milde
laxans. Hemorroïde binnen 2 wkn spontaan oplossen.
Anale incontinentie vaste en vloeibare ontlasting en onvrijwillig verliezen van flatus.
Risico factoren:
• Fecale incontinentie tijdens zwangerschap
• Maternale leeftijd >35 jaar
• BMI>30
• Instrumentele bevalling
• Spontale vaginale partus
• Bijstimulatie oxytocine
• Kindgewicht van meer dan 4000 gram
• Ruptuur anala sfincter
,Adviezen:
- Hulpzoeken bij andere zorgverlener
- Goed drinken
- Vezels eten
- Afvallen
- Goede toiletgewoonten
- Bewegen
- Bekkenbodemoefeningen
Na partus neemt veneuze toevoer naar t hart toe, door dat de druk van uterus op vena cava is
weggevallen, ook wordt extracellulair vocht weer door t bloed opgenomen door daling van
hormonen. 3 mnd weer normaal.
Anemie risicofactoren:
• Toepassen van kunstverlossing -> modus partus
• > 500 ml durante partu
• Obstetrische problematiek tijdens de zwangerschap
Symptomen:
• Bleekheid
• Vermoeidheid
• Hartkloppingen
Referentie waarde pp: 6,5 mmol/l
Na 6 wkn: 7.2 mmol/l
Klachten niet toegeschreven aan laag hb:
• Opgang komen/ problemen borstvoeding
• Lichamelijke klachten
• Vermoeidheidsklachten 6 wkn pp
• BSE en leukocyten zijn in de kraamperiode tijdelijk verhoogd en niet betrouwbaar
voor het opsporen van infecties.
• CRP stijgt normaal maar licht in ongecompliceerde zwangerschap/kraamperiode;
een sterk verhoogd CRP kan wél wijzen op een infectie.
Haaruitval door hypo-oestrogenen status tot 6 à 12 maanden.
Psychische veranderingen
Eerste dagen vaak heel gelukkig en paar dagen later heel verdrietig en ongelukkig, door
stressvol en moeilijke laatste zwangerschap weken of bevalling. Ook door het wegvallen van
alle placentaire hormonen.
, Moeders vaak wennen en een emotionele band krijgen, durven moeilijk te bekennen en denken
vaak een slechte moeder te zijn ook hierbij is begrip en uitleg belangrijk.
Verstoorde nachtrust, het kind heeft nog geen dag- en nachtritme, regelmatige voeding en
verzorging brengt veel taken mee, vrouw voelt zich onzeker. Vaak postpartum blues (lichte
stemmingsstoornissen) emotionele labiliteit op de voorgrond -> normaal.
Ppblues ontstaan meestal in eerste week na bevalling en duurt een dag of enkele dagen en
verdwijnt binnen 2 wkn spontaan. Vooral huilbuien, bezorgdheid, angst, spanning, slecht
slapen en prikkelbaarheid.
Predisponerende factoren:
• Menstruele stemmingswisselingen
• Voorgeschiedenis depressie
• Groter aantal zwangerschappen
• In fam
Adviezen:
• Begripvolle begeleiding
• Voldoende rust
• Help in huishouden
• Bezoek beperken
• Kraamhulp
Herstel menstruele cyclus en endocrinologische veranderingen
Na de geboorte van de placenta dalen de concentratie hormonen:
• Oestrogenen
• Progesteron
• hCG
• hPL
• prolactine gehalte -> daalt maar komt bij borstvoeding meteen weer opgang.
Tijdens de zwangerschap en in de kraamperiode ontstaat hyperprolactinemie, doordat de
afgifte van dopamine op hypothalamisch niveau is afgenomen, dopamine remt de
prolactineafgifte van de hypofyse, door geringe dopamine afgifte stijft de prolactinespiegel.
De zoogstimulatie remt de afgifte van GnRH door de hypothalamus, dus gering FSH en LH
hierdoor leidt dat ovariumfunctie niet opgang komt, de concentratie oestrogeen laag blijft en
sprake is van een lactatieamenorroe.
Bij geen borstvoeding zal de hyperprolactinemie snel verdwijnen, na 2 a 3 wkn ontwikkelen tot
proliferatie fase, eerste ovulatie al 4 à 5 wkn, proces versnelt bij een dopamineagonist.