Les 1
De student kent de belangrijkste botten van het lichaam
De student kent de opbouw van spier- en botweefsel
De student kan de anatomie van het bekken en de bekkenbodem uitleggen
De student kent de anatomische begrippen van beweging en kan deze toepassen.
Les 2
De student heeft medische kennis en inzicht van de werking van hormonen in het lichaam.
• De student kent de (werking van de) hormonen geproduceerd door de schildklier,
bijschildklier, bijnieren, pancreas, ADH en weefselhormonen.
•De student begrijpt het hormonale proces tijdens de baring.
Les 3
•De student heeft medische kennis en inzicht van het hart van volwassen en van het foetale
hart.
•De student heeft medische kennis en inzicht van de bloedsomloop van volwassen en van
de foetale bloedsomloop.
•De student begrijpt de veranderingen van het hart en de bloedsomloop tijdens de
zwangerschap
Les 4
De student kent de anatomie en fysiologie van de longen en gaswisseling bij een
volwassene.
•De student heeft medische kennis en inzicht van de foetale longen.
•De student begrijpt de veranderingen van de longen tijdens de zwangerschap.
,Skelet en spierweefsel
2.6 botweefsel
Kraakbeen
• Geeft steun aan oorschelpen en puntje van je
neustussen
• Ruggenwervels
• Verbinding tussen verschillende botten.
• Symfyse
Botweefsel
Botmatrix: intercellulaire stof
Anorganische deel:
60% kalkzouten
Organische deel:
40% collageenvezels
10% bloedvaten, water en cellen
Als je ouder bent meer anorganische stoffen, hierdoor wordt het bot brosser.
Organische deel maakt buigzamer.
2 soorten botweefsel:
• Compact bot, dicht en zonder holtes en ruimtes.
• Spongieus bot, opener met holtes en ruimtes.
Pijp beenderen. Platte beenderen onregelmatige beenderen
Pijpbeenderen:
1. Periost
2. Compacta
3. Spongiosa (vooral uiteindes)
In deze uiteinde ook vaak rood beenmerg, in de schacht juist geel beenmerg.
,Platte beenderen:
1. Periost
2. Compacta
3. Spongiosa met roodbeenmerg
4. Compacta
Onregelmatige beenderen:
1. Periost
2. Dunne compacta
3. Spongiosa met rood beenmerg
Botopbouw:
1. Periost: Buitenste vlies
2. Compact bot
3. Spongieus bot
4. Mergholte
5. Mergholte aan de binnenkant bekleed met endost
Elk bot is opgebouwd uit lamellen, dit zijn
dunne platen die cirkelvormig tegen elkaar
aan liggen, in de cirkel ligt het kanaal van
Havers, hierin liggen bloedvaten en
zenuwen.
De cirkelvormige lamellen met het kanaal
van Havers, noem je het systeem van
Havers/osteon. Tussen de kanalen van
Havers lopen dwarsbindingen, kanaal van
Volkmann, zij verbinden de mergholte, de
lamellen en de buitenkant van het bot met
elkaar, zo kunnen de vaten en zenuwen de
kanalen van Havers bereiken.
De kanalen zijn veel aanwezig bij compact
bot en minder bij spongieus bot.
Maar al het botweefsel bestaan uit
lamellen opgebouwd bot (lamellair of
secundair bot).
Plexiform bot of vezelbot is een primitief
voorstadium van lamellaire bot. Vooral na
een botbreuk en tijdens
Genezigsproces vervangen door
Lamellair bot. Niet vervangen rond
Schedelnaden, tandkassen en rond pezen.
, Bijna alle beenderen worden gevormd uit kraakbeen. Dit proces vindt plaats via beenkernen
die zich bevinden in de epifysen, de uiteinden van een pijpbeen, en in de diafyse, het gedeelte
van het pijpbeen tussen de epifysen. De beenkernen bestaan uit bot en groeien tijdens de
ontwikkeling naar elkaar toe. Tussen de beenkern van de diafyse en die van de epifyse blijft
tijdelijk een kraakbeenlaag aanwezig. Deze laag heet de epifysaire schijf. De epifysaire schijf
bestaat uit kraakbeencellen die zich blijven delen. Aan de kant van de diafyse delen deze
kraakbeencellen zich sterk en worden ze steeds verder van de epifyse afgeduwd. Aan de
diafysekant wordt het kraakbeen ondertussen omgezet in bot. Hierdoor wordt het bot steeds
langer. Vanaf ongeveer 18 tot 21 jaar houden de kraakbeencellen in de epifysaire schijf op
met delen en verbeent de schijf volledig. Daardoor is groei van het bot in de lengte daarna niet
meer mogelijk. De dikte groei gaat uit van het periost en dat blijft het hele leven doorgaan.