Hoofdstuk 1: Methoden en technieken in de histologie ................................................................................... 3
Hoofdstuk 2: De cel ..................................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 3: Epitheelweefsel ...................................................................................................................... 40
Hoofdstuk 4: Steunweefsel en de extracellulaire matrix ................................................................................ 61
Hoofdstuk 5: De huid ................................................................................................................................... 84
Hoofdstuk 6: Kraakbeen en botweefsel ...................................................................................................... 108
Hoofdstuk 7: Contractiel weefsel ............................................................................................................... 123
Hoofdstuk 9: het bloed .............................................................................................................................. 154
Hoofdstuk 10: Beenmerg en thymus ........................................................................................................... 189
Hoofdstuk 11: Het perifere lymfoïde weefsel .............................................................................................. 203
Hoofdstuk 14: Het spijsverteringsstelsel .................................................................................................... 219
Hoofdstuk 15: de lever ............................................................................................................................... 238
Hoofdstuk 16: Het ademhalingsstelsel ....................................................................................................... 258
,HISTOLOGIE
INLEIDENDE LES
Cursustekst op Toledo, ook afgedrukt verkrijgbaar bij Acco
Ander handboek is niet noodzakelijk.
Lessen worden niet opgenomen, er zijn filmpjes beschikbaar op Toledo
DOEL VAN DE CURSUS
Hoe kunnen cellen gecombineerd worden tot een weefsel?
1. Moleculaire en structurele opbouw van de cel
2. Opbouw van verschillende weefsels en hun moleculaire aspecten
3. Opbouw van verschillende orgaansystemen
In mei zal er in de les een practicum bekeken worden belangrijk, komt ook op examen
De laatste les wordt er een voorbeeldexamen bekeken.
EXAMEN
Het examen bestaat uit twee onderdelen:
- 2 Open vragen (op 3/4de van de punten)
o Tekening maken en schriftelijke uitleg geven.
o 60 vragen zijn beschikbaar op Toledo, hier worden er 2 van gevraagd.
- 10 Meerkeuzevragen
o GIS-correctie
o Een beperkt deeltje zal over het practicum gaan, bv onderdelen aanduiden
PLANNING
,HOOFDSTUK 1: METHODEN EN TECHNIEKEN IN DE HISTOLOGIE
INLEIDING
VAN CEL TOT WEEFSEL
Basis functionele eenheid van weefsel = cel
- Verschillen in grootte, vorm en samenstelling
- Structuur weerspiegelt de functie
Vorm volgt functie: vanuit te verwachten functie van weefsel kan de structuur van de cel afgeleid worden
Om functie te kunnen uitvoeren worden individuele cellen georganiseerd in weefsels die op hun beurt
gecombineerd worden tot een functioneel orgaan.
Organen worden gecombineerd in orgaansystemen om uiteindelijk een functioneel, autonoom
organisme te vormen
Histologie = studie van weefsels en cellen, enkel microscopisch waarneembaar
Anatomie = studie van organen en structuren die macroscopisch (= met blote oog) zichtbaar zijn
VERSCHILLENDE MICROSCOPISCHE TECHNIEKEN
Microscoop = instrument voor het bestuderen van objecten, die te klein zijn om goed met het blote oog te
kunnen worden gezien
LICHTMICROSCOOP
= maakt voor de vergrootte afbeelding gebruik van zichtbaar licht
- Stereomicroscoop
= Objecten worden bekeken met licht dat op het object zelf valt en weerkaatst wordt
- “Gewone” microscoop met 1 of 2 oculairen en een objectief
= Objecten worden bekeken met doorvallend licht
Oculairen en objectieven zijn verwisselbaar voor andere vergrotingen
, ELEKTRONENMICROSCOOP
= maakt gebruik van een bundel elektronen om het oppervlak of de inhoud van objecten af te beelden
Versnelde elektronen hebben een kleinere golflengte dan fotonen dus resolutie kan veel hoger zijn
- Transmissie elektronenmicroscopie
- Raster/scanning elektronenmicroscopie
DE RESOLUTIE VAN MICROSCOPEN
Lichtmicroscoop: ± 0.2 μm
Elektronenmicroscopen: 0.1 nm
Resolutie = mogelijkheid van optisch systeem om 2 nabijgelegen objecten nog afzonderlijk weer te geven
Formule:
R = resolutie
0,61 = constante
λ = golflengte van het ingestraalde licht
NA = numerieke apertuur (A N ) waarde terug te vinden op elke lens in
microscoop = geeft aan hoeveel licht een lens kan opvangen
HET GEBRUIK VAN LICHT- EN ELEKTRONENMICROSCOPIE
Afhankelijk van wat er precies moet gevisualiseerd worden zal dus de keuze moeten gemaakt worden tussen
licht- en elektronenmicroscopie.