Leefomgeving stedelijke gebieden
Gebaseerd op de aangeleverde leerstof van hoofdstuk 4: Leefomgeving stedelijke gebieden.
4.1 De stad van de toekomst: duurzaam en slim
De stad van nu
Steden zijn aantrekkelijk omdat veel voorzieningen, werk, onderwijs, cultuur en openbaar vervoer
dicht bij elkaar liggen. Daardoor komen in steden veel grootstedelijke functies samen: activiteiten
in bijvoorbeeld bedrijvigheid, bestuur, kennis, cultuur en recreatie die vooral in grote steden
voorkomen en door veel mensen worden gebruikt.
Een stad heeft ook nadelen. Door de hoge bevolkingsdichtheid, druk verkeer, energiegebruik en
industrie ontstaat milieuvervuiling: aantasting van de omgeving door geluid, stank, straling en
gevaarlijke stoffen. Ook is er veel druk op de ruimte. Nieuwe wegen, windmolens, hoogbouw en
bedrijventerreinen kunnen zorgen voor landschapsvervuiling: aantasting van de harmonie in het
landschap of stadsbeeld door opvallende bouwwerken of objecten.
Steden gebruiken veel energie en grondstoffen. Daardoor moeten steden duurzamer worden. Een
duurzame stad is een stad die energieneutraal is en afval hergebruikt, zodat toekomstige generaties
er ook goed kunnen leven. Belangrijk daarbij is de energietransitie: de overgang van het gebruik
van fossiele brandstoffen naar nieuwe, hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne-energie,
windenergie en aardwarmte.
Oplossingen voor de lange termijn
Een duurzame stad heeft een paar belangrijke kenmerken:
gebouwen zijn energiezuinig of leveren zelf energie op;
woningen en voorzieningen liggen dicht bij elkaar, zodat mensen minder hoeven te reizen;
er is ruimte voor groen, waterberging en schone lucht;
afval wordt zoveel mogelijk opnieuw gebruikt;
er wordt gewerkt volgens de circulaire economie: een economie waarbij grondstoffen en afval
vrijwel volledig opnieuw worden gebruikt.
Steden moeten tegelijk prettig, gezond en veilig blijven. Groene daken, stadsparken en waterpleinen
helpen tegen hitte, wateroverlast en luchtvervuiling. In stedelijke landbouw, zoals moestuinen in de
stad, kunnen bewoners voedsel verbouwen en elkaar ontmoeten. Dat vergroot ook de betrokkenheid
bij de buurt.
Samenvatting Havo 4 Aardrijkskunde - Hoofdstuk 4
, Slimme oplossingen
Een smart city is een stad die zoveel mogelijk gebruikmaakt van digitale technologie: computers en
internet. Sensoren, camera's, apps en data kunnen helpen om de stad beter te laten functioneren.
Voorbeelden zijn:
slimme straatverlichting die alleen fel brandt als er mensen zijn;
apps die laten zien waar parkeerplekken vrij zijn;
sensoren die luchtvervuiling, waterkwaliteit of gas- en waterlekkages meten;
verkeersmanagement om files en ongelukken te beperken;
afvalbakken die doorgeven wanneer ze vol zijn;
laadstations voor elektrische voertuigen;
het internet of things, waarbij apparaten met elkaar verbonden zijn.
Een smart city kan duurzamer en veiliger worden, maar er zijn ook risico's. Er worden veel gegevens
verzameld over inwoners. Dat kan handig zijn voor beleid, maar kan ook leiden tot verlies van
privacy, controle of uitsluiting van groepen. Een slimme stad moet daarom niet alleen technisch slim
zijn, maar ook eerlijk en mensgericht.
Voorzieningen en bereik
Niet elke voorziening komt overal voor. Het verzorgingsgebied is het gebied rond een voorziening
waar de meeste klanten of bezoekers vandaan komen. Het verzorgingsniveau is het aantal en de
kwaliteit van diensten, goederen en activiteiten op een plaats. Een basisschool heeft meestal een klein
verzorgingsgebied; een universitair ziekenhuis of groot theater heeft een veel groter
verzorgingsgebied.
De afstand die mensen willen afleggen voor een voorziening heet reikwijdte. Voor dagelijkse
boodschappen is de reikwijdte klein, voor bijzondere voorzieningen groter. Steden trekken dus
voorzieningen aan omdat veel mensen dicht bij elkaar wonen en werken.
4.2 Economie en ruimte in stad en land
Produceren in de stad
Elke stad heeft meerdere functies: wonen, werken, voorzieningen en verkeer. In de middeleeuwse
stad werden ambachten, handel en wonen vaak gemengd. Later, tijdens de industriële revolutie,
kwamen fabrieken in en bij steden. Ze lagen vaak aan spoorlijnen, kanalen en havens, omdat
grondstoffen en producten makkelijk vervoerd moesten worden.
In de twintigste eeuw veranderde de economie sterk. Veel fabrieken verdwenen uit de stad of uit
Nederland. Daarvoor kwamen kantoren, dienstverlening, ICT, onderwijs, onderzoek, horeca, cultuur
en creatieve bedrijvigheid terug. De stad werd steeds meer een plek waar kennis, innovatie en
ontmoeting centraal staan.
De kenniseconomie is een economie die gebaseerd is op hoogopgeleide werknemers, onderzoek,
kennis en dienstverlening. Bedrijven verdienen geld met ideeën, informatie, ontwerp, advies, data en
nieuwe technologie. In een sciencepark zitten veel kennisintensieve bedrijven,
Samenvatting Havo 4 Aardrijkskunde - Hoofdstuk 4